Gender/Queer Studies
            Wat is gender?
            Gender studies en feminisme
            Taal en gender
            Gender en seksualiteit: queer studies

Wat is gender? paginabegin
De Engelse term ‘gender’ betekent letterlijk ‘geslacht’. Echter, gender is een hoogst dubbelzinnige term. Je zou kunnen zeggen dat het bij ‘gender studies’ draait om precies die dubbelzinnigheid. Op het eerste gezicht lijkt het simpel: iemand’s geslacht is of man of vrouw. Maar dat, zo stelt gender studies, is eerder een kwestie van ‘sekse’. Sekse verwijst naar een aantal biologische kenmerken die maken dat we in één van de (biologische) categorieën ‘man’ of ‘vrouw’ vallen.

Echter, sekse is niet de enige factor die bepaalt wat ‘mannelijk’ of ‘vrouwelijk’ is. Borduren en rugby zijn twee hobby’s die weinig te maken hebben met biologie (ze zijn in biologisch opzicht volstrekt irrelevant), toch zullen er maar weinig mensen zijn die borduren een typisch mannelijk tijdverdrijf noemen en rugby een echte meisjessport. Blijkbaar worden de verschillen tussen mannelijkheid en vrouwelijkheid niet alleen bepaalt door sekse, maar ook door onze (cultureel bepaalde) opvattingen hierover.

Het begrip ‘gender’ duidt dergelijke sociale en culturele constructies van mannelijkheid en vrouwelijkheid aan. Gender studies is geïnteresseerd in de manier waarop deze constructies plaatsvinden en in hoeverre ze steeds weer het schijnbaar eenduidige begrip sekse verstoren en ter discussie stellen.

Gender studies en feminisme paginabegin 
Gender studies is voortgekomen uit het feminisme en de feministische literatuurkritiek, maar is zeker niet hetzelfde.

Feministische literatuurkritiek richt zich specifiek op vrouwen in de literatuur. Dat kan zijn: vrouwelijke auteurs, maar ook op vrouwelijk personages of vrouwelijke manieren van schrijven. Zo heeft feministische literatuurkritiek vanaf de jaren ’60 de literaire canon ter discussie gesteld en zich de vraag gesteld waarom vrouwen er in de canon zo bekaaid vanaf kwamen. Was dat omdat vrouwen slechte schrijvers zijn? Of zijn oordelen over literatuur (zelfs schijnbaar vanzelfsprekende oordelen als ‘kwaliteit’ en ‘tijdloosheid’) bepaald door vooroordelen over vrouwen?


Sandra Gilbert en Susan Gubar

De critici Sandra Gilbert (1936) en Susan Gubar (1944) maakten in de jaren ’70 school met hun studie The Madwoman in the Attic waarin zij laten zien hoe een ‘patriarchale’ (dat wil zeggen, door mannen gedomineerde) opvatting over literatuur een grote (en vooral beperkende) invloed heeft gehad op de praktijk van schrijvende vrouwen en thematiek van schrijvende vrouwen, niet in de laatste plaats op hun voorstelling van vrouwelijke personages.

                                        
Hélène Cixous                        Julia Kristeva             Luce Irigaray

Vanuit dezelfde gedachte zijn Franstalige critici als Hélène Cixous (Algerije, 1937; Cixous is tevens schrijfster), Julia Kristeva (Bulgarije, 1941) en Luce Irigaray (België, 1930) op zoek gegaan naar wat ‘vrouwelijk schrijven’ (in het Frans: ‘écriture féminine’) zou kunnen inhouden. Deze ‘écriture féminine’ stelt een veelvoud aan betekenis centraal, is gericht op de muzikaliteit van taal en staat (daarom) dichter bij het lichaam. Overigens vinden Cixous, Kristeva en Irigaray een dergelijk schrijven ook terug bij mannelijke (modernistische en symbolistische) auteurs als James Joyce (1882-1941) of Stéphane Mallarmé (1841-1898).

Gender studies is evenals feministische literatuurkritiek geïnteresseerd in de manieren waarop ‘vrouwelijkheid’ gedefinieerd wordt; het verschil tussen de twee benaderingen ligt hierin dat gender studies de nadruk legt op de constructie van alle sekse- en seksuele categorieën (en dus niet uitsluitend vertrekt vanuit de gevolgen die deze constructie heeft voor vrouwen).

Taal en gender paginabegin 
De Amerikaanse critica Judith Butler (1956) maakt gebruik van ‘speech act theory’ van de Engelse taalfilosoof J.L. Austin (Engeland, 1911-1960) om te laten zien hoe gendercategorieën tot stand komen.

                                        
Judith Butler                                      J.L. Austin

Volgens Austin is taal nooit zomaar een beschrijving van de werkelijkheid, maar brengen wij deels, door dingen te benoemen, die werkelijkheid tot stand (bijvoorbeeld, wanneer een rechter zegt ‘ik veroordeel u tot levenslang’ is dat niet zomaar een zinnetje, maar een zinnetje dat iemand’s werkelijkheid volledig verandert).

Butler stelt dat gender ook tot stand komt door dergelijke ‘speech acts’, door tekens die ons vormen. Geboortekaartjes voor meisjes zijn roze, voor jongetjes blauw – kleuren die wij associëren met snoezigheid en stoerheid; borduren is ‘typisch’ iets voor meisjes en rugby voor jongens – met andere woorden, meisjes zitten graag binnenshuis fijn handwerk te doen, jongens testen in de buitenlucht hun krachten op elkaar. Volgens Butler worden wij constant door zulke speech acts in onze gender en seksualiteit gevormd: in ons taalgebruik, in allerhande sociale en culturele codes.

Hieraan valt niet te ontkomen, maar dat wil niet zeggen dat wij ons altijd plooien naar gendervormende speech acts, aldus Butler. Immers, al gender niet zozeer biologie is, maar een kwestie van taal en cultuur, dan is gender niet voor eens en voor altijd vastgelegd. Speech acts kunnen worden toegeëigend, op een parodiërende manier ‘omgeleid’. Butler is dan ook erg geïnteresseerd in de wijzen waarop in literatuur, film of het dagelijks leven speech acts hun doel missen of op een speelse manier een andere richting worden opgestuurd. Denk aan het spel met gender en seksuele identiteiten in het werk van schrijvers als Marcel Proust (Frankrijk, 1871-1922) of Virgina Woolf (Engeland, 1882-1941), de films van Pedro Aldomovar (Spanje, 1949) of een fenomeen als travestie.

Gender studies in het algemeen leest teksten op een tegendraadse wijze om zo inzicht te krijgen in de manieren waarop in taal en literatuur alle mogelijke categorieën omtrent geslacht en seksualiteit gevormd worden – en bijgevolg ter discussie gesteld kunnen worden.

Gender en seksualiteit: queer studies paginabegin 
Zoals gezegd, houdt gender studies zich ook bezig met seksuele identiteiten en categorieën. Dergelijke categorieën zijn namelijk nauw verbonden met genderconstructies. ‘Mannelijkheid’ houdt voor veel mensen in: van vrouwen houden – homoseksualiteit wordt, in deze logica, geassocieerd met verwijfdheid. Gender studies laat zien in hoeverre deze denktrant kunstmatig is en welke andere opvattingen denkbaar zijn.

Voortbouwend op inzichten uit gender studies en de ideeën van de Franse filosoof Michel Foucault (1926-1984) legt ‘queer studies’ de nadruk op de constructies van seksualiteit. Queer studies laat zien dat opvattingen over seksualiteit uitgaan van een duidelijk heteroseksuele norm en dat andere vormen van seksualiteit gezien worden als een afwijking hiervan (‘queer’ betekent oorspronkelijk ‘scheef’ of ‘afwijkend’ en is oorspronkelijk een scheldwoord voor homoseksueel dat nu, toegeëigend en wel, als geuzenaam door homoseksuelen gebruikt wordt).

Foucault heeft (o.a. in De geschiedenis van de seksualiteit) aangetoond, hoe, door deze manier van denken, iets schijnbaars natuurlijks als seksualiteit doordrongen raakt van macht, en dienst doet als een instrument van (sociale) uitsluiting. Queer studies verzet zich hiertegen door, in het bijzonder met behulp van de ideeën van Butler, bloot te leggen hoe een dergelijke ‘heteronormativiteit’ tot stand komt en hoe zij verstoord, geparodieerd en veranderd kan worden, bijvoorbeeld door een tegendraadse manier van lezen.

Verder lezen: 
Judith Butler. Gender Trouble. London: Routledge, 1990
Claire Colebrook. Gender. London: Palgrave Macmillan, 2004
Susan Gubar and Sandra Gilbert. The Madwoman in the Attic. New Haven: Yale UP, 2000 (oorspr. 1979)
Kelly Oliver en Lisa Walsh. French Feminism. Oxford: Oxford UP, 2005