Narratologie

Narratologie is strict beschouwd een subcategorie van het strukturalisme die zich specifiek bezighoudt met het systematisch bestuderen van verhaalconstructies. Het doel is de onderliggende structuren van verhalen bloot te leggen, bijvoorbeeld in termen van hoe ze verteld worden (verschillende plot-structuren, verschillende genres, verschillende vertelniveaus), door wie ze verteld worden (verschillende soorten vertellers en vertelperspectieven), welke soorten personages erin voorkomen en welke functies deze personages vervullen (zie het model van Greimas besproken onder het strukturalisme), etc.

In haar boek Narratology: Introduction to the Theory of Narrative (2nd edition, 1997. Toronto: Toronto University Press), definieert de Nederlandse literatuurwetenschapper Mieke Bal (*1946) narratologie als volgt:

Narratology is the theory of narratives, narrative texts, images, spectacles, events; cultural artifacts that ‘tell a story.’ Such a theory helps to understand, analyse, and evaluate narratives” (3).

Narratologie gaat dus potentieel niet alleen over literaire verhalende teksten, maar over alle culturele objecten waarvan gezegd kan worden dat ze op de één of andere manier een verhaal vertellen.

Narratologie begint met het definiëren van de kenmerken die alle verhalen met elkaar gemeen hebben, met name in termen van hun constructie. Dit leidt tot een beschrijving van het narratieve systeem. Hierna worden de mogelijke variaties onderzocht die optreden wanneer dit systeem geconcretiseerd wordt in individuele narratieve teksten. Men gaat er dus vanuit dat de oneindige hoeveelheid bestaande (en nog te komen) narratieve teksten allemaal beschreven kunnen worden met behulp van het beperkte aantal concepten waaruit het narratieve systeem bestaat. Wat narratologie biedt is een instrumentarium waarmee in principe elke tekst geanalyseerd kan worden.

Binnen de narratologie is niet iedereen het eens over welke elementen deel uitmaken van het narratieve systeem en over hoe deze elementen zich tot elkaar verhouden. Er zijn bijvoorbeeld belangrijke verschillen tussen de narratologie van Mieke Bal en de meer traditionele visie van de Franse literatuurwetenschapper Gérard Genette (Figures of Literary Discourse. New York: Columbia University Press, 1982).


Gérard Genette (*1930)

Wat narratologen wel allemaal delen is het idee dat er een narratief systeem bestaat dat beschreven kan worden en dat in principe toepasbaar is op elk verhaal. Het systeem is als het ware een grammatica waaruit specifieke taaluitingen (dit zijn dan de verhalen) voortkomen.

Een aantal voorbeelden van bekende narratologische analyses:
- de Italiaanse literatuurwetenschapper Umberto Eco beschrijft de narratieve structuren van de James Bond romans van Ian Fleming in “James Bond: une combinatoire narrative” Communications 8, 1966.
- de Russische literatuurwetenschapper Vladimir Propp beschrijft de onderliggende grammatica van sprookjes in Morphology of the Folktale. Bloomington: Indiana University Press, 1958.
- de Bulgaarse literatuurwetenschapper Tzvetan Todorov analyseert de onderliggende structuur van de vertellingen in Boccaccios Decamerone in Grammaire du Décaméron. Den Haag: Mouton, 1969.

Verder lezen:
- Shlomith Rimmon-Kenan. Narrative Fiction: Contemporary Poetics. London: Methuen, 1983
- Gerald Prince. A Dictionary of Narratology. University of Nebraska Press, 2004.
- Gérard Genette. Narrative Discourse: An Essay in Method. Cornell University Press, 1983.
- Susana Onega en Jose Angel Garcia Landa. Narratology: An Introduction. Longman, 1996.
- Mieke Bal en David Jobling (eds.) On Story-Telling: Essays in Narratology. Polebridge Press, 1991.
- http://www.icn.uni-hamburg.de/ (Interdisciplinary Center for Narratology website, Universiteit van Hamburg)
- http://www.cla.purdue.edu/english/theory/narratology/ (introductie in narratologie op Purdue University website)