Archivalia bij 1615-02 Epithalame
Marrigje Paijmans
Vrolijk en Fransz
Het archiefonderzoek rondom een zeventiende-eeuws Franstalig bruiloftsgedicht uit het drukkersfonds van Cornelis Fransz
Aan iedere teksteditie zou een diep archiefonderzoek vooraf moeten gaan. Diep in gemeente- en kerkregisters, in wereldwijde zoekmachines en in welke bronnen ook maar beschikbaar en adequaat lijken, ten einde het netwerk van theoretici, auteurs, uitgevers, drukkers en lezers bloot te leggen waarin de oorspronkelijke tekst is ontstaan en zijn weg naar een bepaald publiek vond. Al deze factoren kunnen immers van betekenis zijn bij de duiding van de tekst. Jammer genoeg wijst de praktijk van de historische teksteditie heel anders uit. Het ondersteboven en binnenstebuiten keren van archieven is een tijdrovend werkje dat in eerste instantie weinig met de inhoud van de tekst te maken lijkt te hebben. Wanneer studenten historische letterkunde de hulpwetenschappen wordt bijgebracht en een eindwerkstuk archivistiek moet worden gefabriceerd echter, verschuift de tekst naar links van de kantlijn en staan kaartenbakken en microfiches opeens centraal.
De opdracht was om het fonds van de zeventiende-eeuwse Amsterdamse drukker Cornelis Fransz in kaart te brengen. Het hoofddoel was uit te vinden waarom Cornelis Fransz gedurende tien jaar midden in zijn carrière zijn persen heeft stilgelegd. Na het opzetten van een bibliografie is het nu tijd voor archiefonderzoek.
Aan de hand van het archiefonderzoek van één student zal de hoofdvraag zeker niet beantwoord kunnen worden, maar als de resultaten van verschillende studenten worden gebundeld of gedigitaliseerd, zullen zich wellicht omstandigheden en ontwikkelingen rondom de drukken aftekenen, waardoor wél iets duidelijk wordt over die raadselachtige tien jaar. Een archiefonderzoek is nooit afgerond, maar kan altijd worden verrijkt door het netwerk van gegevens aan te vullen met nieuwe vondsten. Met de moed der wanhoop, en gewoon nieuwsgierigheid, togen we aan het werk.
De aanleiding voor dit archiefonderzoek is een zeven pagina’s lang Franstalig bruiloftsgedicht. De volledige titel, zoals vermeld op het titelblad, luidt: Epithalame, a l’honneur du tressage & tres-verteux Sr. Adrian Cromhovt. Et de tresvertueuse & tres honneste damoiselle Alix Six. Ensemble conjoinct par Mariage le 9 de Iuin, 1615. Het is gedrukt en uitgegeven in 1615 door Cornelisz Frans (1615-02). Hij had toen zijn drukkerij aan de Zuiderkerk.
Het doel is om uit te vinden welke plaats het bruidspaar Adriaen Cromhout en Aaltje Six innam in het zeventiende-eeuwse Amsterdam. Uit welke families kwamen ze? Waar woonden ze? Welke kerk bezochten ze? Welk beroep oefenden ze uit? Allemaal vragen waarop in het gemeentearchief van Amsterdam waarschijnlijk antwoorden liggen te wachten. Mijn interesse gaat met name uit naar de relatie tussen Adriaen Cromhout en Aaltje Six en naar een mogelijke relatie tot de drukker van hun bruiloftsgedicht.
Ik zal transcripties maken van de doop-, ondertrouw- en begrafenisregisters van het echtpaar Cromhout, hun beider ouders en, als dat mogelijk is, hun kinderen. Aan de hand daarvan zal ik gezinsbladen invullen en een stamboom opstellen. Wanneer de informatie uit de zeventiende-eeuwse registers niet voldoet, zal ik ze aanvullen met gegevens uit de secundaire literatuur. Uiteindelijk is het de bedoeling dat we ons een beeld kunnen vormen van het netwerk, vooral het sociale milieu, waarin het bruiloftsgedicht tot stand is gekomen. Steeds zal ik daarbij de vraag naar de relatie met de drukker van het huwelijksgedicht in gedachten houden.
Allereerst iets over het uitgangspunt van het onderzoek, het gedicht. De tekst is opgenomen in een convoluut met andere Franstalige brieven en akten daterend van 1615 tot 1621 van allerlei verschillende drukkers. Het lijkt de enige ‘literaire’ tekst in de bundel te zijn. Waarschijnlijk zijn de teksten door de (Franstalige) eigenaar van het convoluut bijeengebracht en gebundeld. De eigenaar lijkt koningsgezind te zijn. Verscheidene brieven zijn gericht aan het Franse en het Engelse vorstenhuis en de Hollandse stadhouder en prins Maurits. Bovendien
bevat het de Arrest donné, Prononcé & executé contre Iehan d’Oldenbarnevelt, landsadvocaat en tegenstander van Maurits.Bruiloftsgedichten werden, als ze al bewaard werden, vaak in convoluten opgenomen. Ze verschenen als losse vellen, oftewel planodrukken. "Door deze wijze van verspreiding kon een dichter heel snel op actuele gebeurtenissen reageren. (…) Hij kon op die manier ook snel opdrachten uitvoeren en ervoor zorgen dat op de bruiloft van een burgemeester of de begrafenis van een predikant een passend gedicht aanwezig was." Gelegenheidspoëzie werd, volgens Schenkeveld-Van der Dussen,1 nauwelijks van niet-literaire reacties op de actualiteit onderscheiden: in pamflettencatalogi staan gelegenheidsgedichten bijvoorbeeld zonder onderscheid naast verwant materiaal in proza
.De auteur van het gedicht wordt niet genoemd. Het vermelden van de auteur was afhankelijk van het honorarium en zijn bekendheid.2 Anonimiteit was toentertijd gebruikelijker dan nu en kan verklaard worden aan de hand van het genre. Gelegenheidspoëzie is "gebruikspoëzie voor een bepaalde gebeurtenis, gericht op een bepaald publiek. Een poëzie die dichtbij het maatschappelijk leven staat en in principe niet tot een kleine groep literaire fijnproevers maar tot een grote groep meebelevers is gericht".3 Het werk werd meestal ter plekke ten gehore gebracht, maar in geval van een bekend huwelijkspaar ook te koop aangeboden. Het diende ter verheerlijking van het bruidspaar, ter vergroting van de feestvreugde en ter bekendmaking van het huwelijk. Misschien moeten we het schrijven van gelegenheidsgedichten daarom wel vergelijken met het tekstschrijven en reclamemaken van vandaag de dag. En zijn dit niet ook anonieme ‘ambachten’?
Opvallend is verder dat het gedicht Franstalig is. Dit mag vanzelfsprekend lijken in een eeuw dat de stijl van het Franse hof in de mode is en volop gekopieerd wordt, maar die periode is begin zeventiende eeuw nog niet aangebroken.4 Epithalame zou zelfs wel eens het eerste Franstalige huwelijksgedicht in de Nederlandse literatuur kunnen zijn. José Bouman registreert het vroegste Franstalige nuptiale gedicht in Nederland in 1618.5 De titel luidt als volgt:
Epithalame á l’honneur du vertueux & honnorable ieune Isaac Pecreav; et de tresvertueuse & chaste dame Maria van Raey. Alliez ensemble le CI. Decembre, l’an 1618. [houtsnede] A Amsterdam, imprimé chez Georg Veseler, demeurant apres le Zuyder-kerck á l’enseigne de l’Esperance.
Verder vermeldt Bouman de opbouwformule: 4° : A4 ; 8 blz. Het werk bestaat uit drie sonnetten en een lied, alle in het Frans, en het derde sonnet is ondertekend met ‘Dieu & non plus. P. D. P’.
Het meest opvallend is natuurlijk het adres van de drukker. Was de buurt rondom de Zuiderkerk een drukkersbuurt of werkten Cornelis en George Veseler misschien samen? (zie Huizenonderzoek). De opbouw en de titel van beide bruiloftsgedichten vertonen ook grote overeenkomsten maar dat kan worden verklaard met de strenge eisen waaraan het genre nu eenmaal diende te voldoen. Een andere overeenkomst is het huwelijkspaar, naar de namen te oordelen een bruidegom van Franse en een bruid van Hollandse afkomst.
Was Cornelis Fransz vooruitstrevend in het drukken van Franstalige teksten? Dat heeft uit de rest van zijn fonds, geloof ik, nog niet mogen blijken. Waarschijnlijker is dat Cornelis een opdrachtgever had die verkeerde in kringen waar het voordragen van Franse bruiloftsgedichten niet ongewoon was.
Het bruiloftsgedicht bestaat uit vier delen (zie 1615-02 en bijlage 1). Ten eerste is er het Epithalame, waarin de auteur vermeldt dat het heugelijke feit, het huwelijk, hem uit goddelijke bron ter ore gekomen is. Tevens maakt hij de naam van de bruidegom bekend. Dan bezingt hij de deugdelijkheid van het bruidspaar, in plaats van dat zij zich om goud en geld en eer bekommeren. Toch zullen deze aardse goederen hen ook niet bespaard blijven. Tenslotte meldt de zanger dat hij de gasten een boodschap van l’Emster, de Amstel, ten gehore zal brengen. Het inspelen op de plaats van het huwelijk is ook weer gebruikelijk in nuptiale poëzie. Evenals op de datum. Het tweede deel, het Chant Nuptial, oftewel, bruiloftszang, begint ook met vernoeming van het huis van de Gemini, het sterrenbeeld dat tot 21 juni aan de hemel staat. Het tweede deel bestaat uit elf genummerde alinea's. Eén voor één roept de zanger de vogels op het banket op te vrolijken, de matrozen om liederen aan te heffen, Adonis om met zijn liefdeslied de dood te overtreffen, de nimfen om de schoonheid van Alix te roemen. Vervolgens beschrijft hij de schoonheid en de deugdelijkhied van de bruid, zoals dat gebruikelijk was, en dus ook de wijsheid van de bruidegom. In alinea zeven wordt verwezen naar de huwelijksnacht, die in het zeventiende-eeuwse huwelijksfeest een bijzondere plaats innam. Uiteraard worden tegen het einde van het lied verschillende klassieke helden aangehaald. Dit sluit mooi aan op het volgende feit: de Amstel geeft de microfoon door aan zijn meester Neptunus. Op fol. A4r begint het derde gedicht getiteld ‘Neptun’. Het is vast niet toevallig dat juist de Amstel en Neptunus in de letterlijk welvarende stad Amsterdam het woord nemen. In ‘Neptun’ vergelijkt de zeegod Alix met een parel en roept ook hij de matrozen op uitbundig te zingen. Het vierde deel, tenslotte, is het Sonnet Acroché, een naamdicht. De eerste letters van de regels spellen Adrian Cromhovt uit. In het eerste kwatrijn wordt Adriaen, die vuurt op het hart van Alix, vergeleken met Cupido. In het tweede kwatrijn wordt gezegd dat geen enkele sterveling de macht van Cupido kan breken, zelfs de hoogsten der aarde niet. In het eertse terzet wordt gezegd, dat als er mensen zijn die niet voor de liefde vallen, die haar toch niet meester zijn, maar de kans van hun leven op goddelijk geluk mislopen. Geen mens kan de goddelijke liefde aan, juist omdat die ons een gevoel van goddelijkheid schenkt. Leuk bedacht. Het sextet wordt besloten met de wens voor een liefderijk en eeuwig huwelijksverbond.
Het gedicht voldoet optimaal aan de eisen van de zeventiende-eeuwse nuptiale poëzie zoals Bouman die beschrijft (p. XIV – XV). Ten eerste is er het ‘laus’-karakter. De bruid wordt traditioneel geprezen om haar schoonheid en deugd, de bruidegom om zijn verstandelijke vermogens. Er worden toespelingen gemaakt op het bedrijven van de prille liefde en de tekst staat bol van klassieke vergelijkingen.
De afzender van het sonnet luidt ‘le coeur epris’, het verliefde hart. Misschien is dit een verwijzing naar de houtsnededruk op de titelpagina, een afbeelding van twee in elkaar grijpende handen die uit twee wolkjes van weerszijden komen. Daarboven zweeft een appelvormig hart met een pijl erdoor.
Bijlage 2 bevat de transcripties, bijlage 3 de gezinsbladen, bijlage 4 de stamboom en bijlage 5 een kaart van
Amsterdam in 1640.Een eerste zoekactie was natuurlijk gericht op het bewijs van ondertrouw van het desbetreffende bruidspaar in de boekjes in de zaal van genealogie van het Gemeentearchief Amsterdam. De ongeëmancipeerde omstandigheden toentertijd in acht genomen besloot ik te zoeken op de achternaam van de bruidegom. Later zou blijken dat dit helemaal niet nodig was; ieder archief kon op de naam van de man én de vrouw geraadpleegd worden. Aangezien het bruiloftsgedicht dateert uit 1615 en op de titelpagina vermeld staat dat het huwelijk op 9 juni gesloten werd keek ik naar Adriaen Cromhout in de ondertrouwregister van 1578 tot en met 1650. Ik stuitte meteen op een eerste naamsvariant: Cromholt. Er zouden er nog vele volgen; tussen namen in verschillende generaties en registers, maar ook binnen één register. In sommige registers werd Cromhout nog met een C gespeld en in andere of hetzelfde register van een latere periode veranderde die in een K. In plaats van Alix werd de bruid hier Aaltje Six genoemd. Er was ook sprake van een Alix Six, maar die trouwde in 1603 en 1611. Ik denk dat Aaltje ter onderscheid van dit familielid, omdat zij de jongste en de meest Nederlandse van de twee was, in Amsterdam een Nederlandse naam heeft gekregen. Zowel in de voor- als de achternaam is sprake van vele naamsvariaties. De -x van Six wordt bijvoorbeeld wel eens vervangen door –cks. De overige naamsvarianten zijn
bovenaan bijlage 3 vermeld.Uit de ondertrouwakte (transcriptie 1) blijkt dat Adriaen niet van geringe komaf is. Zijn vader Barthold Adriaensz Cromhout wordt burgemeester genoemd en zijn gezin woont aan de Nieuwezijds Achterburgwal. Adriaens moeder is een Oetgens, ook geen onbekend geslacht in het zeventiende-eeuwse Amsterdam. Aaltje zal ook de minste niet zijn, want zij woont met haar familie aan de Turfmarkt. Adriaen en Aaltje zijn in ondertrouw gegaan voor de Oude Kerk. Na de alteratie in 1578 was dit immers een hervormde kerk. Was de Franse Aaltje van huize uit protestant? Het zou een goede verklaring zijn voor het feit dat haar familie met Franse achternaam zich in het protestantse en tolerante Amsterdam ophoudt.
Vervolgens moesten de doopakten op het bestaan van de twee geliefden na worden gegaan, om te zien of de aldaar gegeven data overeenkomen met de data in het ondertrouwregister. Adriaen (transcriptie 2) werd in 1585 geboren; dat klopt met het gegeven dat hij op zijn trouwen, in 1615, 29 jaar oud is. Andere kinderen van Barthold Adriaensz en Aecht Cromhout zijn Weijtgen (1580) en Hindrijck (1581). Adriaen was dus de jongste van de drie. Barthold Adriaensz en Aecht zijn zelf in het jaar van de alteratie, op 15 november 1578 in ondertrouw gegaan (DTB 401, 20). Kunnen we daaruit opmaken dat zij hartstochtelijk hervormd waren?
De geboorteakte van Aaltje is niet vindbaar. Gezien haar Franse naam zou zij in Frankrijk geboren kunnen zijn, tussen 14 mei 1595 en 12 mei 1597. Het is vreemd dat daarover niets in de ondertrouwakte vermeld wordt, aangezien dat, zoals we later zullen zien, bij iemand uit Alkmaar wel het geval is. De vroegst vermelde Six in het archief is Cretienne Six, als moeder van de in 1603 gedoopte Nicolas Muleris. Deze jongen is tevens getuige, zo zou later blijken, bij de geboorte van Aaltjes zoon Willem. Er zijn twee Sixen met dezelfde ouders als Aaltje vermeld, Carel (1602) en Willem (1610). De Franse vader van Aaltje, Guillame Six, is in ondertrouw gegaan met Jenne Wijmer, op 18 april 1592 (DTB 406, 171).
Een volgende vraag was de sterfdatum van beide. Aedrijaen Cromhout is gestorven op 10 oktober 1625, dus op veertigjarige leeftijd. Dat lijkt niet oud, maar er zijn geen bijzondere omstandigheden vermeld (transcriptie 3). Bovendien blijkt het echtpaar verhuisd te zijn naar de Nieuwe Hooghstraat.
Aaltje sterft 22 jaar later (transcriptie 4) op ongeveer 51-jarige leeftijd. Zij is dan wonende in de Nieuwe Doelenstaat. Zij worden allebei begraven op het ‘hoge koor’ in de Oude kerk, misschien hebben ze daar een familiegraf. Het hoge koor is vermoedelijk de verhoogde, soms door een hek afgesloten ruimte in een rooms-katholieke kerk, waar zich traditioneel het zangkoor bevindt. Aangezien in hervormde kerken niet gezongen wordt, kon die ruimte kennelijk op andere wijze nuttig besteed worden. Het hoge koor was waarschijnlijk bestemd voor burgers die iets voor de stad betekend hadden en zal een flinke duit gekost hebben, want in de rechtermarge van beider begrafenisakten staat ‘16’, de prijs in guldens voor een begrafenis, en dit is het hoogste bedrag op beide pagina’s. In het antwoord op mijn e-mail naar een medewerker van het archief werd verteld dat deze 16 in 1525 in Amsterdam al op guldens duidt en dat voor dit bedrag de gehele begrafenis geregeld werd; van kist
tot predikant.Nu we de directe afkomst van Adriaen en Aaltje hebben achterhaald, luidt de vraag of zij ook nageslacht hebben voortgebracht. In de geboorteregisters staan zij driemaal als ouders vermeld. De drie kinderen heten Ytje (later Ida) (transcriptie 5), Willem – vernoemd naar grootvader Guillame? - (transcriptie 6) en Weintje (transcriptie 7). Alledrie de kinderen zijn, misschien vanwege de verhuizing naar de Niewe Hooghstraat, gedoopt in de
Nieuwe kerk. De Nieuwe kerk was vanaf 1578 protestants en gelegen aan de Nieuwezijds Achterburgwal.Nu weten we nog niets van het beroep dat Adriaen Cromhout uitoefende. Zijn vader was burgemeester, maar zo iemand was daarnaast, of in ieder geval daarvoor, werkzaam in een andere tak. Daarover staat ook bij Barthold Cromhout niets vermeld. Aangezien de beroepen van de ouders vaak in de ondertrouwakten van hun kinderen worden genoemd, ging ik op zoek naar een ondertrouwverklaring van Ytje, Willem of Weijnten. Alleen Ytje bleek in ondertrouw te zijn gegaan (transcriptie 8). Het is ook niet zo dat één van de kinderen onder de naam Six in het huwelijk is getreden. Ytje, nu Ida genoemd, is pas op zeer late leeftijd, 39 jaar, getrouwd met een weduwnaar uit Alkmaar. Tot die tijd heeft ze in de Nieuwe Doelenstraat gewoond bij haar moeder en daarna vergezeld van ene Adriana Spiegels. Het beroep van Ytjes ouders wordt echter niet genoemd.
Omdat het beroep van Adriaen Cromhout niet uit de registers verkregen lijkt te kunnen worden en het beroep toch een belangrijke factor is bij het bepalen van iemands netwerk en milieu, besluit ik de microfiches voor gezien te houden en het genealogisch standaardwerk Van Beresteyn te raadplegen.
De familie Cromhout wordt in Van Beresteyn vermeld. Er wordt verwezen naar onder andere De vroedschap van Amsterdam. De vroedschap was ten tijde van de Republiek de gemeenteraad, dus zal in ieder geval de vader van Adriaen erin voorkomen. Barthold Adriaensz Cromhout (p. 268) is regent van 1605 tot en met 1624, hij was schout in 1588 en burgemeester in 1591, 1595, 1596, 1600, 1601, 1603, 1605, 1613, 1614, 1616, 1618, 1621 en 1623. Tevens maakte hij deel uit van de Raad ter Admiraliteit te Amsterdam (1589-1590), van de Gecommiteerden Raad (1597-1599), van de Gedeputeerde ter Staten Generaal (1606-1610) en de Gedeputeerde in den Raad van State (1610-1613). Ook was hij Kapitein der Burgerij in 1578 en Overman van de Voetboogdoelen 1582. Rond 1608 speelde hij een grote rol in de bedijking van de Beemster. Op alle fronten een belangrijke en invloedrijke figuur, dat moge duidelijk zijn. Voor de kost was Barthold koopman op de Oudezijds Achterburgwal. De werkplaats was dus niet tevens woonhuis. Toen Barthold stierf op 2 oktober 1614 neemt zijn weduwe Aeght Hendricksdr Oetgens de handel over. Als zij in 1639 sterft bevinden zich in de boedel o.a:
25 Last 21 Mud 1 Schepel Hennepzaad; 70 .000 .. "Stockvischhoudt"en 141.047 .. "Geelhoudt (een soort verfhout uit Zuid-Amerika), verder katoen en indigo".
Een allegaar van grondstoffen, en winstgevend bovendien, want Aeght liet haar kroost niet onbemiddeld achter, maar met een vermogen van f 435.000,-.
De vader van Aeght heette Hendrick Fransz Oetgins. Even hoopte ik op een verband was met Cornelis Fransz, maar de broers van Hendrick heten Jacob en Claus. Hendrick zelf is korenkoper in de Warmoestraat en sterft in 1571.
Ook Adriaen (# 118) blijkt regent te zijn geweest, namelijk in 1625, tevens zijn sterfjaar. Daarvoor is hij commissaris (1616) en Schout (1625), Gedeputeerde ter Generaliteits Rekenkamer (1621-1624), Bewindhebber van de West-Indische Compagnie (1622) en Kerkmeester van de Zuiderkerk (1616). De kerkmeester is degene die de financiën van een kerk beheert. De Zuiderkerk werd tussen 1603 en 1611 gebouwd, speciaal voor protestantse erediensten en is gelegen aan de Nieuwe Hooghstraat. Niet onbelangrijk is het te vermelden dat Cornelis Fransz zijn drukkerij had aan de Zuiderkerk.
Aedriaens broer Hendrick is vanaf 1612 al kerkmeester, maar van de Waalse Kerk. Dit was de voormalige Paulusbroederkerk aan de huidige Oude Hooghstraat. Deze werd ter beschikking gesteld aan Franstalige protestantse vluchtelingen uit de Zuidelijke Nederlanden en Frankrijk, en heette voortaan de Waalse Kerk. Hoewel de ouders van Aaltje Six begraven zijn in de Nieuwe Kerk, heeft Hendricks kerkmeesterschap en contact met de Franstalige gemeente misschien wel bijgedragen aan Adriaens en Aaltjes kennismaking.
Over het huwelijk van Adriaen en Aaltje wordt in De vroedschap van Amsterdam vermeld dat het plaatsvond op zeven juni 1615; dat is twee dagen eerder dan in het huwelijksdicht vermeld wordt! Aaltje zou zijn geboren in 1596. Bij haar overlijden in 1647 woonde ze in "De drie Raepen" in de Nieuwe Doelenstraat. Dit pand is waarschijnlijk vernoemd naar zijn vorige bewoner Willem Adriaensz Raap, een koopman met handel op Brazilië. Er staat niets vermeld over een bijzondere functie van het huis.
De familie Six staat niet in De vroedschap van Amsterdam vermeld. Als buitenlanders mochten zij misschien niet regeren. Wel wordt hun zakelijke relatie met de Cromhouts toegelicht. De vader van Aaltje, Gyillame, en zijn broer Jean bezitten een lakenververij. Na hun dood gaat deze over op Aaltjes broers Willem en Carel en de weduwe Johanna Wijmer. Aaltje en Adriaen maken ook deel uit van het compagnieschap. Op vijftien juni 1625 (dood van Adriaen) treden ze uit voor een bedrag van drieduizend gulden per jaar. Na zes jaar echter treedt Aaltje weer in.
Voor de familie Six verwees Van Beresteyn naar het Nederlands adelboek. Het betreft een protestantse Franse familie, afkomstig uit Armentières, Noordwest-Frankrijk. De stamreeks vangt aan in 1530 met Guillame Six., lakenverver te Armentières. Zijn zoon Charles Six oefent hetzelfde beroep uit, maar verft lakens alleen blauw. Deze vestigt zich in St. Omer Noordwest-Frankrijk. Daar trouwt hij met Alix de Lattre. Is daar de naam Alix in de familie gekomen? In 1586, één jaar na de val van Antwerpen, verhuist Charles naar Amsterdam. Guillame Six, de vader van onze Aaltje is zijn zoon, maar hij blijft in eerste instantie achter in St. Omer. In Vlissingen trouwt hij in 1592 met Johanna (Jenne) Weijmer, tevens geboren te St. Omer. Guillame sterft in Amsterdam en wordt aldaar op 14 februari 1619 begraven in de Nieuwe Kerk. Ook hij was laken- en zijdeverver. Zijn vrouw Johanna sterft op twintig november 1614 te Amsterdam. Hun dochter Aaltje wordt in de stamreeks van het adelboek niet genoemd, omdat zij de familienaam, als vrouw, uiteraard niet door kan geven. Opmerkelijk is dat haar beide broers, Carel en Willem Six, trouwen met een Oetgens, Carel hertrouwt in 1640 met Adriana Spiegel (transcriptie 9), de leefgenoot van Ida in de Nieuwe Doelenstraat. De dochter van Aaltje woont dus samen met de toekomstige bruid van Aaltjes broer.
De familie Six is in ieder geval een typisch geval van de ‘northwards shift’ van de economische kern binnen Europa. De val van Antwerpen, waardoor er geen toevoer van grondstoffen meer mogelijk was over de Schelde, en hun protestantse geloof zullen daar aan hebben bijgedragen.
Het netwerk van familie en trouwrelaties in het Amsterdam van de zeventiende eeuw is lang niet zo moeilijk te overzien als het huidige. Met name in de hogere kringen, waarvan de familie Cromhout en Six deel uitmaken, wordt strategisch en economisch uitgehuwelijkt. Om bezittingen en bedrijven niet tussen steeds meer families te hoeven opdelen, wordt er tussen twee families vaak meer dan één huwelijk gesloten. De familie Oetgens en de familie Six zijn daar een voorbeeld van.
De trouwerij van Adriaen en Aaltje lijkt wel de eerste verbintenis tussen de families Cromhout en Six en ze varen er wel bij. Ze worden compagnon in de lakenververij van Aaltjes vader en Adriaen maakt carrière in de voetsporen van zijn vader, waarbij zijn afkomst hem ook wel geen windeieren gelegd zal hebben. De adellijke familie Six heeft bovendien voordeel bij het huwelijk met deze burgerman; net geïmmigreerd en nu al in de echt verbonden aan een voornaam burgemeestersgeslacht in Amsterdam. Verliep integratie nu nog maar zo gemakkelijk.
Behalve zakelijke overeenkomsten en / oftewel het uithuwelijken van dochters zullen contacten binnen de kerkgemeenschap een belangrijke factor zijn geweest bij de inburgering van immigranten. Er was weliswaar een Waalse kerk gesticht, maar de kerkmeester was een ras Amsterdammer (Hendrick Cromhout) en hij zal de enige Hollandse betrokkene niet geweest zijn. Bovendien lieten families van Franse komaf zich ook dopen en begraven in andere kerken, zoals de familie Six. Integratiemogelijkheden te over dus. Misschien hebben Adriaen en Aaltje elkaar ontmoet in de Waalse kerk of in de Nieuwe kerk, nadat de familie Cromhout naar de Nieuwe Hooghstraat was verhuisd.
De vaders Cromhout en Six zijn werkzaam in heel verschillende takken; het lijkt daarom niet waarschijnlijk dat ze elkaar in de handel tegen het lijf gelopen zijn. Echter op de nalatenschap van grondstoffen van de moeder van Adriaen komt ook indigo voor, dit is een blauwe verfstof. Laat de vader van Guillame Sic, Charles Six, woonachtig in Amsterdam, nu gespecialiseerd zijn geweest in het blauw verven van lakens. Zijn zoons wellicht ook. Misschien betreft het een toevalligheid, misschien een na het huwelijk gesloten overeenkomst, maar misschien een zakelijke kennis die tot een huwelijk heeft geleid.
Een laatste veronderstelling is dat Guillame Six, die behorend tot de Franse adel, in zijn vaderland veel macht had, maar in Amsterdam als immigrant nauwelijks invloed kon uitoefenen op het bestuur van de stad. Zou hij de relaties met de burgemeester hebben aangehaald om meer greep te hebben op de beslissingen van de gemeenteraad?
Als het bruiloftsgedicht in het fonds van Cornelis Fransz geen uitzondering betreft kan gesteld worden dat hij in 1615 niet zomaar voor Jan en alleman drukte. Gezien de vestiging van de drukkerij aan de Zuiderkerk, het kerkmeesterschap van Adriaen aldaar één jaar later en zijn woonhuis aan de Nieuwe Hooghstraat, lijkt het ook heel vanzelfsprekend dat hij de dichtstbijzijnde drukker gevraagd heeft zijn bruiloftsgedicht te drukken. Was Cornelis de eerste de beste? De uitgave is niet bepaald rijkelijk versierd, maar misschien is dat voor een gelegenheidsgedicht ook wel niet gebruikelijk. In ieder geval was Cornelis bereid het eerste Franstalige bruiloftsgedicht in de Nederlandse literatuur te drukken - hoewel een vreemde taal voor een drukker waarschijnlijk ook geen onoverkomelijke barrière vormt. Het moge in ieder geval duidelijk zijn dat de immigratie van Fransen een rijke voedingsbodem is geweest voor een Franse stijl in Holland. Die bodem werd gelegd in Amsterdam, zo moge blijken uit de Haagse catalogus van Bouman, waarin het eerste Franstalige gedicht als één van de weinigen uit Amsterdam afkomstig is. In het kielzog van de handel volgen de kunsten.
Allereerst een korte samenvatting van onze bevindingen. De vader van Adriaen is koopman en bovendien telg in een Amsterdams burgemeestergeslacht. Zijn moeder komt uit de familie Oetgens. De familie Cromhout woont op de Nieuwezijds Voorburgwal en bezoekt de Oude Kerk. Vermoedelijk op 9 juni 1615 trouwt Adriaen Aaltje Six. Aaltje is de enige dochter uit een adellijke familie van lakenververs afkomstig uit Noordwest-Frankrijk. Vermoedelijk zijn zij naar Amsterdam gekomen wegens hun geloofsovertuiging. De familie Six woont op Turfmarkt en bezoekt de Nieuwe kerk. Na de dood van Adriaens ouders erven zij een groot geldbedrag, dat waarschijnlijk gedeeld moet worden met Adriaens broer Hendrik. Na de dood van Aaltjes vader verkrijgen ze compagnieschap in de lakenververij. Als Adriaen sterft zijn ze wonende aan de Nieuwe Hooghstraat. Adriaen en Aaltje zijn weliswaar getrouwd voor de Oude kerk; hun drie kinderen, Ytje, Willem en Weijntgen, zijn gedoopt in de Nieuwe kerk en zijzelf zijn tenslotte begraven op het hoge koor in de Oude kerk. Adriaen sterft in 1625, het eerste jaar van zijn regentschap. Aaltje en Ida verhuizen naar ‘De drie Raepen’ in de Nieuwe Doelenstraat. Aaltje geeft haar compagnonschap in de lakenververij op maar sluit zich zes jaar later weer aan. In 1647 sterft zij. In 1656 trouwt Ida met Johan van Egmond van Nijenburch, een adellijke burgemeester uit Alkmaar. Ze blijven kinderloos, aangezien Ida op veertigjarige leeftijd trouwt en ivf geen optie was. Zij trouwen voor de Nieuwe kerk, maar Ida wordt begraven in de Oude kerk (1663). Johan sterft in 1712.
Ik veronderstel drie manieren waarop Adriaen Cromhout en Aaltje Six elkaar hebben leren kennen. Ten eerste binnen de gemeenschap van ofwel de Nieuwe ofwel de Waalse kerk. Ten tweede zouden de vaders van de geliefden elkaar kunnen hebben leren kennen door de handel van verfstoffen, en die willen bezegelen met een huwelijk. Ten derde, en dit is een ongegronde gedachte, zou het een maatschappelijk strategische ‘move’ van de familie Six kunnen betreffen om, ondanks hun Franse afkomst toch enige zeggenschap te hebben in het bestuur van de stad.
Over de relatie tot drukker Cornelis Fransz bestaat ook geen zekerheid. De meest voor de hand liggende verklaring is dat hij de dichtstbijzijnde drukker was en al eerder bruiloftsdichten had gedrukt.
Om tot een antwoord op de vraag naar Cornelis Fransz' bezigheden in die tien jaren te komen, is het interessant om onderzoek te plegen naar de drukker George Veseler bij de Zuiderkerk. Wellicht dat zij onder een andere naam hebben samengewerkt.
Veel zekerheid hebben de uit het archief verkregen resultaten ons niet verschaft, zoals bij aanvang van het onderzoek al was voorspeld, maar we kunnen ons nu wel een beeld vormen van de omstandigheden rondom het ontstaan van het bruiloftsgedicht. Bovendien hebben we een willekeurige greep gegevens uit het Gemeente archief van Amsterdam ingezien, opgeschreven en tot kennis gemaakt. Archieven zijn tergende verschijnselen, want hoeveel grenzen je ook aan je verzamelingen stelt, ze zullen nooit volledig zijn of ‘af’. Tegelijkertijd gaat van archieven een besef van tijdloos- en vergetelheid uit, omdat lang niet alle opgeslagen gegevens ook in mensen liggen opgeslagen. Je zou het bijna als een persoonlijke missie beschouwen zoveel mogelijk van de gegevens en geschiedenis, die in de kaartenbakken ligt te verstoffen, alleen maar, tenminste in te zien. Ik moet die missie maar niet te serieus nemen of ik ga lijken op de ik-figuur in de inleiding van W. F. Hermans' Paranoia, en die werd tot gek verklaard. Toch wordt iedereen die bekend is met de neiging alles te willen vastleggen, een onder neerlandici (in spe) niet weinig voorkomende kwaal, in zo’n groot en groeiend archief, denk ik, getroffen door een gevoel van onmacht. Maar ook door een gevoel van kinderlijke verbazing, dat zoveel niet verloren is gegaan en opnieuw ontdekt mag worden in die stoffige speelplaats.
[1] Schenkeveld-van der Dussen, p. 76.
[2] Bouman, p. X.
[3] Schenkeveld-van der Dussen, p. 80.
[4] In Holland krijgt de ‘stijl van Hendrik XV’ of de rococo pas voet aan de grond als de gouden eeuw en de eigen meesters – Rembrandt, Vermeer, Steen, Ruysch etcetera – zijn uitgewoed. De Franse barok was ook te zeer verbonden met het katholicisme, de rococo daarentegen was een wereldse stijl. De rococo deed zijn intrede in het midden van de achttiende eeuw. Het was niet alleen een stijl binnen de beeldende kunst, maar deed zich ook gelden in de toegepaste kunsten, de architectuur, de muziek, de literatuur tot en met de omgangsvormen in de Lage Landen. (Janson, p. 170 e.v.)
[5] Bouman, p. 25, # 109.
[6] Antwoord op mijn e-mail door Harmen Snel, Gemeentearchief Amsterdam: In de registers voor begraven wordt als munteenheid de gulden gebruikt, gevolgd door het aantal stuivers en penningen. (…) Ga er maar van uit dat voor alle extra voorzieningen betaald moest worden. Dus bijvoorbeeld als er begraven werd met een draagbaar met roef (opbouw op de kist), voor verlichting, het eigen graf etc.
[7] Bron: http://home.hetnet.nl/~raaprem/
Bijlage 1: Facsimilés
Voorlopige vertaling
[grijs gedrukt = onzekere vertaling]
Dwalend
door de Bossen, waarheen mijn verlangen mij lokte,
Het spreken van mijn kant van wat ik verlang,
Mij
een idee vormend in mijn verontruste Hersenen
Waar
ik de Chaos van Babel verdubbel
O
heilige Godheid die als door een
wonder verscheen,
Uw
diepst verborgen geheimen maakten dat een heilig Orakel,
Mij
nu berichtte van een goed dat ik niet eerder genoot,
O
laat mij weten of u mij heeft gehoord,
Ja
onsterfelijke goden die mij komen antwoorden
Maar
wie bevrijdt mij van een onzekere onrust,
Wie
ben jij die antwoordt? Want ik zie je niet,
Zeg
wie ben jij? Opdat ik mij niet ijdel verpoos,
Zal
ik tegen jou de naam Hemelse Muze gebruiken?
Hoe
kun je spreken zonder aderen en longen,
Wil nu je kunt spreken niet langer verhullen,
Ik
zal je vragen vanwaar die kreten van blijdschap komen,
Van
blijdschap, dat geloof ik, maar dat ik niet op een dwaalspoor raak,
Verklaar
mij eerst Muze mijn lieve zorgen,
Is
het een Nopciers Feestmaal, dat zo juicht
Maar
wie is diegene daar van wie ik een dergelijke voorspelling had,
Hij
is werkelijk wijs die daar in het huwelijk treedt,
Muze
ik verzoek je antwoord mij hoe hij heet,
Het
is een raadsel achteraf hoe een project zo
hoogstaand
hoog,
hoog, het is Adrian Cromhout ik weet het zeker,
Danige
gratie aan deze Heer, goud op dit mooie moment,
Men
moet ook weten waar zijn hart is gezeten,
Ik
zou me niet verbazen als zijn hart is vergeven,
Want wie zou
zich van haar kunnen redden,
De
deugd trekt altijd een deugdzame naar haar toe,
En
dit paar van Geliefden is niet zozeer [gericht] op eerbetoon,
Van
goud, van geld, noch lof, als op hun reine hart
Van alle drie zal hun huis zijn vervuld,
Maar zij die hun deur haat toewensen zijn jaloers,
Hoezeer je
de aardse eer ook bewondert,
van
de deugden en de getallen,
Leef
van de deugd, het is haar die men moet volgen,
Om
als deugdzame te kunnen sterven en leven,
E
ik geef er mijn bezit voor, om te gaan vertellen,
Dat
wat de Amstel aan ons door een ander
wil opdragen.
Als
de zon het huis van de tweelingen
bezoekt,
Waarop
zijn epicicle
dan dat in onze wateren
Een
feesten of zingen van een zilverachtige stem
Een
Nimf de Amstel roept met zijn gezangen
De
herders uit de bossen, de dorpen en de landen
Om
de klanken uit haar goddelijke mond te horen.
2.
Winden die gieren door de straten van lucht
Gaat
u zitten (naast haar) en laat mij spreken
Bewijs mijn
zoete woorden een beetje stilte,
Ik
wil u vertellen van een Himen[1]
met mijn woorden
Tussen
Adrian Cromhout verbonden met Alix Six
En
waneer het zal zijn gedaan vervolg dan uw gang.
3.
En jullie, vogels van de wateren, de weiden en de groene bomen
Divers
van dos en allemaal met een ander lied
Verbindt
jullie tonen tot een harmonie,
De
weiden worden bedwelmd door geuren en bloemen
Jullie
woonplaatsen zijn versierd met allerlei kleuren
Komt
allen naar het liefdesbanket, u bent te gast.
4.
U, beste matroos, die vaart op zee,
Door
wind, golven en klippen, zonder vrees te zullen sterven
Blaas
de trompet over het vochtige landschap
Ieder
aan wie beter, beter componeert een nieuw lied
Ter
ere van het paar om te zingen op het water
Ontroerende
met uw liederen, de nimfen, de Nerieden.
5.
En jij, beste Adonis[2],
gelijk in gratie en liefde
Grijp
naar de luit en zing keer op keer,
Een
onsterfelijk lied, in weerwil van de dood,
Ik
zal op u wachten hier, langs dit riet
onze
liederen zullen weerklinken over de wateren
Als
mijn tijd gekomen is om uw boot te betreden.
6.
Nimfen, dames van harten, toevluchtsoord van schoonheid,
Die
de Velden, de stromen en de steden bewonen,
Geeft
aan ons Paar een gelukkig welkom,
En
zeg hen welnu, Paar wees vrolijk,
Er
is geen mooiere schoonheid, onder de Hemelen,
Dan
onze zuster Alix, noch een deugdelijkere.
7.
Maar er is genoeg tot u gesproken trouwe Geliefden,
tot u nimfen
van de Bossen, van de Dorpen en de Landen,
Tot
u, lichte Vogels, en tot u veranderlijke winden,
Ik
zie nu het Paar naderen tot de beslissing,
Volg de
liefde, de eer, het geloof en de gratie ook,
Het
bed is bereid in dit groene bosje.
8.
Spoed u naar waar Phoebus op ons neerkijkt,
werp
je schitterende blik op ons gelukkige echtpaar,
Zie
hoe ze allebei zijn gegrepen door een … vlam,
Zie
ze ook het bruiloftsfeest verfraaien,
Zie
het Himen hen verbinden in een
echtvereniging,
Van
twee Lichamen met twee zielen tot één geest.
9.
Daarenboven is het nodig de schoonheid te prijzen, de deugd,
Waarmee
meneer Cromhout zich vindt beloond,
Tenslotte
hem te eren, maar helaas! Dat wil ik zeggen,
Alvorens
te beginnen over zo’n hoogstaand persoon,
Het
ontbreekt mij aan argumenten voor zo’n project,
En
zijn perfectie is niet te beschrijven.
10.
Maar dan ik zal mevrouw Alix Six verheerlijken
Voor
haar zeldzame deugden, dat zeg ik je,
Ik
zou liever vertellen van zandkorrels op de strand,
Want
hen te willen tellen, zal zo ijdel zijn,
Als
het insluiten van de wind in mijn twee handen,
Haar ziel alleen kan zo’n werk klaren.
Dus
brandt dit Griekse vuur, [ter nagedachtenis van] van uw wijze Helden,
Welke
uw landen in rust hebben beheerst,
De
Theben roemen het leven van uw Epaminonde,
De
Latijnen prijzen ook de wijze Cicero,
Die
van de Romeinse Staat het roer voerde,
We hebben liever dat u de wereld bestuurt.
11.
Nu moet ik zwijgen, een ander zal nu spreken.
Ik
hoor het koor vanTriton die me komt
roepen,
Hij
is jaloers dat een ander elders hun glorie bezingt,
Ik
sluit dus de mond, hopend dat Neptunus
Die
machtiger is dan ik, om iedereen te verwittigen
Van de faam
van het paar, door het hele bekende universum.
Neptunus
Matrozen
die dobberen over mijn vloeiende golven,
Die
al varend mijn vochtige baren liefkozen,
Die
zwerven dansend deinend, sprong na sprong,
Volgens
de verwarrende akkoorden van Tritons fluiten.
Herinner uw mooie liedjes onderling,
Laat
ze weergalmen uit uw uitgelaten trompetten.
De
gelegenheid vereist het, heel levendig en in het rond,
Jullie
zongen ze nooit op een mooiere dag.
Mevrouw Alix Six, de Parel der Maagden,
Mevriouw
Alix Six, de schoonste aller schoonheden,,
Zij
trouwt vandaag met Adrian Cromhout,
Cromhout,
mijn dierbaarste favoriet onder de hoogsten,
Cromhout
de meest geliefde man van deze stad,
Net
als zijn Alix, van alle andere dochters,
Hoog,
hoog, hoog, Matrozen hoog, zing ijverig,
Trek
het anker uit het water, zet de zeilen naar de wind,
Hou
niet op met zingen tot het eind van onze tocht,
Net
zolang tot de liedjes langzaam verloren gaan.
En als eerste aan de verschillende antieken,
Onder
mijn gezag lezen jullie hen deze verzen voor.
Gecomponeerd
door mij in de Golf der zee,
Tenslotte
dat hun levenspad door heel de wereld voert.
Einde.
De liefde wordt logelaten om te vuren zonder rust,
Waarop Meneer Cromhout, zonder zich eenmaal te
bedenken,
Vastberaden op de overwinning, naar zijn pijlenkoker
grijpt,
Precies op de borst van Alix Six om een schot te
maken aan haar adres.
Dadelijk [zwaait] Cupido zijn stok
van opgetogenheid,
Er niet aan twijfelend dat zij zich zal schikken naar
zijn wetten,
Want hij is zo machtig dat hij de grootste koningen
tegenspreekt,
Zij meerdere onderwerpende met kracht, of met
fijnzinnigheid.
Men ziet enkele zonder, die meester zijn over de
liefde,
Maar het is een valse leugen, en tegelijk helder als
de dag,
[Want] gelukkig is hij die bij zijn leven goddelijke
liefde kent.
O goddelijkheid, grote god van de liefde die de hoge
hemelen bewoont
Wil ons echtpaar liefhebben op deze aardse
verblijfplaats,
Zozeer dat ze gaan, spelen het eeuwige
leven.
[1]
jawoord
[2] Waarschijnlijk wordt hier Orpheus bedoeld, die met zijn muziek de bewakers van de onderwereld wist te bespelen en wie doorgang werd verleend naar zijn geliefde Eurydike.
Bijlage 2: Transcripties
Transcriptie 1: ondertrouwakte van Adriaen Cromhout en Aaltje Six
1615, 13 mei, (DTB 419, 102) OK
←<Adriaen Kromholt>← Compareerende als voren Aedriaen Kromholt oud 29 jaren wonende ande niewezijds achterburgwal geassisteerd met de heer Bartold Kromholt Burgemeester zijn vader ende Aeltjen Six oud 19 jaren wonende ande turfmarkt geassisteerd met Guillame Six hare vader en Janneken Wijmeer, hare moeder te andere zijden.
Transcriptie 2: doopakte Aerijaen Cromhout
1585, 30 juni, (DTB 1, 260) OK
Bartelt Aerijaens Cromhout dije moeder Eeght Hindrick dije getuigen *Neeltgen* Reynders het kint Aedrijaen
Transcriptie 3: begrafenisakte Aedereyan Kromhout
1625, 10 october, (DTB 1044, 123) OK
←<den 10>←. Adereijan kromhout wonenede op het hoekjen van die niewe hoogh straat *dus* is begraven op het hoge koor. →<16>→
Transcriptie 4: begrafenisakte Aelten Sicks
1647, 5 november, (DTB 1046, 73) OK
←<5>← Aelten Sicks weduwe van adriaen kromhout komt uit uuijt de niewe doelenstraat en leyt opt hooge koor. →<16>→
Transcriptie 5: doopakte Ytje
1616, 4 oktober, nieuwe kerk, (DTB 39, 435) NK
adriaen cromhout
aeltje six
dr. Bartelt Cromhout ytje
Transcriptie 6: doopakte Willem
1619, 7 juli (DTB 40, 51) NK
adriaen cromholt
aeltje six
dr. nicolas muleris willem
Transcriptie 7: doopakte Weijntgen
1620, 24 december (DTB 5, 338) NK
Adriaen Cromhout Aeltjen Six Jaques van Hoorn *…st* Vincks →<Weijntgen>→
Transcriptie 8: ondertrouwakte Ytje Cromhout en Johan van Nieuburgh
1656, 4 februari (DTB 406, 171) NK
Х ende Ida Cromhouts van Amsterdam: out 39 jaer geassisteerd met Adriana Spiegels wonend inde Nieuwe doelenstraatCompareerenden voor de heeren [H] H. Bontemantel *Coren* *Abba* F Alewijn ende die commissaris Johan van der Nieuburgh van Alchmaer outburger *m..* aldaer
←<
Х weduwnaar van Catrina de graef geassisteerd met dirck van der Nieuburgh sijn vader>←
Transcriptie 9: ondertrouwakte Carel Six en Adriana Spiegels ,
1640, 11 oktober (DTB 454, 447) K
Compareerden voor de heeren Franck van de *Meers* Jacob *b*erken Carel Six van Amsterdam, weduwnaar van Margarita Oetgiens wonende opde Turfmarkt ende Adriana Spiegels, van Amsterdam, out 24 jaeren, geassisteerd met haer vaeder Outgert Pieters Spiegels comissaris […….] *Gaertie* Spiegels haer zuster …en op de *fem….ll* is er geassisteerd met haer oom.
←< weesmeesters dezer steden hebben daer d….. tegen dat *ze* ,, geboden *inge… h... de …..ber … voor ……. …. ….* van jaeren in 11 obtober 1640 getrouwt 8 jaer >←
Bijlage 3: Gezinsbladen
Naamvarianten
Cromhout: Cromholt, Kromholt, Kromholtt, Kromhout
Barthold: Bartel, Bartelt
Adriaensz: Aerensz, Aerijaens
Aeght: Eeght
Hendricks: Hindrick, Henricx
Adriaen: Adereyan, Aderjaen, Aedrijaen
Hendrick: Hindrijck
Six: Sichs, Sicks
Johanna: Janneken, Jenne
Wijmer: Wijmeer
Aaltje: Aelten, Aeltje, Aeltjen, Alide, Altge
Ytje: Ida, Itje
Nijenburch: Nieuburch
|
Generatie: I |
nr. 1 |
||
|
man Barthold Adriaensz Cromhout |
|||
|
* 19.11.1550 |
~ |
||
|
Vader: Adriaen Reynertsz |
Moeder: Alix de Lattre |
||
|
H 2.10.1624 |
G |
||
|
Vrouw Aeght Hendricksdr. Oetgens |
|||
|
* 1561 |
~ |
||
|
Vader: Hendrick Fransz Oetgens |
Weyntge Jacobsdr. Verburch. |
||
|
H |
G 6.10.1639 OK |
||
|
o 15.11.1578 |
x 30.11.1578 OK |
||
|
kinderen |
|||
|
Naam: |
Geboorte/doopdatum: |
Verwijzing: |
|
|
Weijntgen |
~ ?.2.1580 OK |
II.2 |
|
|
Hindrijck |
~ 11.5.1581 OK |
II.3 |
|
|
Adriaen |
~ 30.6.1585 OK |
II.1 |
|
|
A man: O. Z. Achterburgwal A vrouw: ‘In den zwarten Arent’ in de Warmoestraat B Koopman Functie: deel van de gemeenteraad (1605-1624), schout (1588), burgemeester (1591, 95, 96, 1600, 01, 03, 05, 13, 14, 16, 18, 21, 23), Raad ter Admiraliteit te Amsterdam (1589-90), Gecommiteerden Raad (1597-1599), Gedeputeerde ter Staten Generaal (1606-1610), Gedeputeerde in den Raad van State (1610-1613). Kapitein der Burgerij (1578), Overman van de Voetboogdoelen (1582). Rond 1608 speelde hij een grote rol in de bedijking van de Beemster. K Oude kerk Literatuur: DTB, Elias |
|||
|
Generatie: I |
Nr. 2 |
|||
|
Man Guillame Six |
||||
|
* 1564 (St. Omer) |
~ |
|||
|
Vader: Charles Six |
Moeder: Alix de Lattre |
|||
|
H 14.2.1619 NK |
G |
|||
|
Vrouw Johanna Wijmer |
||||
|
* (St. Omer) |
~ |
|||
|
Vader: Pieter Wijmer |
Moeder: Marie Pellerijn |
|||
|
H 20.11.1624 NK |
G |
|||
|
o 18.4.1592 (Vlissingen) |
x |
|||
|
kinderen |
||||
|
Naam: |
Geboorte/doopdatum: |
Verwijzing: |
||
|
Aaltje |
* 1596 |
II.1 |
||
|
Carel |
* 1602 |
II.4 |
||
|
Willem |
* 1610 |
II.5 |
||
|
A man: St. Omer, later in Amsterdam (i.i.g. na 1592): Turfmarkt. A vrouw: St. Omer B laken- en zijdeverver K Nieuwe kerk Literatuur: DTB, Bijleveld |
||||
|
Generatie: II |
Nr. 1 |
||
|
Man Aedriaen Cromhout |
|||
|
* 28.6.1585 |
~ 30.6.1585 OK |
||
|
Vader: Barthold Adriaensz Cromhout |
Moeder: Aeght Hendricksdr. Oetgens |
||
|
H 7.10.1625 |
G10.10.1625 OK |
||
|
Vrouw Aaltje Six |
|||
|
* 1596 |
~ |
||
|
Vader: Guillame Six |
Moeder: Johanna Wijmer |
||
|
H |
G 5.11.1647 OK |
||
|
o 13.5.1615 |
x 7.6.1615 OK |
||
|
kinderen |
|||
|
Naam: |
Geboorte/doopdatum: |
Verwijzing |
|
|
Ida |
~ 4.10.1616 NK |
III.1 getuige: Barthold Cromhout |
|
|
Willem |
~ 7.7.1619 NK |
III.2 getuige: Nicolas Muleris |
|
|
Weijntgen |
~ 24.12.1620 NK |
III.3 getuige: Jaques van Hoorn |
|
|
A man: N.Z. Achterburgwal, later hoekje van de Nieuwe Hoogstraat A vrouw: Turfmarkt, later als weduwe in "De drie Raepen" in de Nieuwe Doelenstraat. B Koopman Functies: Commissaris (1616), Schout (1625), Gedeputeerde ter Generaliteits Rekenkamer (1621-24), Bewindhebber van de West-Indische Compagnie (1622), Kerkmeester Z. K (1616). K Nieuwe kerk, begraven in de Oude kerk. Literatuur: DTB, Elias |
|||
|
Generatie: III |
Nr. 1 |
||
|
Man Johan van Egmond van der Nijenburch |
|||
|
* 9.9.1618 (Alkmaar) |
~ |
||
|
Vader: Gerrit van Egmond van der Nijenburh |
Christijntge Boelens |
||
|
H 16.10.1712 |
G |
||
|
Vrouw Ida Cromhout |
|||
|
* |
~ 4.10.1616 NK |
||
|
Vader: Adriaen Cromhout |
Moeder: Aaltje Six |
||
|
H |
G 24.11.1663 OK |
||
|
o 4.2.1656 |
x 6.2.1656 NK |
||
|
Kinderen |
|||
|
geen |
|||
|
Naam: |
Geboorte/doopdatum: |
Verwijzing: |
|
|
A man: Alkmaar A vrouw: Nieuwe Doelenstraat, "De drie Raepen". B Functies: Burgemeester en regent van Alkmaar (1651), Gedebuteerde ter Staten Generaal (1666-69 & 1685-88), Gedebuteerde in den Raad van State (1675-78), Generaliteits rekenkamer (1678-81 & 1688-91), Admiraliteit in ’t Noorderkwartier (1683-85), Dijkgraaf van de Hondsbosch (1654-96) en van de uitwaterende sluizen van Kennemerland en West-Friesland (1664-82), Bewindhebber Oost-Indische Compagnie ter kamer van Hoorn. K Oude Kerk en Nieuwe kerk Johan’s eerste vrouw: Catharina de Graeff, H 9.10.1644. Literatuur: DTB, Elias |
|||
Bijlage 4: Stamboom

Bijlage 5: Kaart Amsterdam 1640
Bron
: www.bmz.amsterdam.nl/adam/pics/gesch/kaart.jpgkerken
NK = Nieuwe kerk
OK = Oude kerk
ZK = Zuiderkerk
WK = Waalse kerk
Adressen
Adriaen en Aaltje Cromhout, Nieuwe Hoogstraat (bij ZK): linker witte lijn
Familie Cromhout, Nieuwezijds Achterburgwal (bij NK): rechter witte lijn
Familie Six, Turfmarkt: middelste witte lijn
Beresteyn, van, e.a.
Genealogisch repertorium, Den Haag: Centraal bureau voor genealogie (1e druk 1933).
Bijleveld, W. J. J. C., e.a.
s-Gravenhage: W. P. van Stockum en zoon (1903-heden, 15e jaargang).Nederlands adelboek, ’
Bouman, José
Nederlandse gelegenheidsgedichten voor 1700 in de Koninklijke Bibliotheek te ’s-Gravenhage, Den Haag: Koninklijke bibliotheek.1982
Elias, Johan E.
Amsterdam: N. Israel.De vroedschap van Amsterdam 1578 – 1795 I,
Janson, H. W.
New York: Harry N. Abrams, sixth edition.2001 History of art,
Schenkeveld-van der Dussen, M. A.
"Poëzie als gebruiksartikel: gelegenheidsgedichten in de zeventiende eeuw", © 2001 DBNL: http://www.dbnl.org.
Internet zoekmachines