Annemieke Arendsen

 

 

De Alkmaarse Librije: Aankopen en schenkingen

 

 

 

Inhoud

Inleiding. 3

Hoofdstuk 1: Aankopen. 5

1.2 Veilingen. 5

Hoofdstuk 2: Schenkingen. 6

2.1 Medische werken. 6

2.2 Rechtsgeleerden. 6

2.3 De schenking van Adolphus Tectander Venator 6

2.4 Vier bestuurders van Alkmaar 7

2.5 Geestelijke schenkers. 8

Conclusie. 8

 

Inleiding

 

In het Regionaal Archief in Alkmaar ligt een verzameling boeken. Deze collectie vormt sinds ongeveer de zestiende eeuw de stadslibrije. Deze librije heeft lange tijd in de grote kerk van Alkmaar gestaan. Daarna bevond ze zich enige tijd in het Alkmaarse gemeentehuis en sinds de 20e eeuw is ze geplaatst in het regionaal archief. Over de vorming van de collectie van de Alkmaarse Librije weten we maar weinig. Van een groot deel van de 306 boeken uit de Alkmaarse Librije is niet bekend waar ze vandaan komen en hoe ze in de Librije terecht zijn gekomen. Wel weten we dat de collectie vooral gevormd moet zijn aan het eind van de zestiende, begin zeventiende eeuw. Er zijn boeken gekocht door de stad Alkmaar, maar er zijn ook schenkingen gedaan. Over deze schenkingen is ook maar weinig informatie bekend. Er is bijvoorbeeld niet, zoals bij de Enkhuizer librije,[1] een lijst bewaard gebleven van mensen die bij leven of overlijden boeken hebben geschonken aan de Librije. Ook zijn er maar weinig rekeningen van aankopen van boeken in het Alkmaarse archief terug te vinden. Echter, bij een onderzoek naar de boekbanden zijn hier en daar nog gebruikerssporen te vinden van eigenaren, schenkers en kopers. Voor een onderzoek naar schenkingen en aankopen is men vooral aangewezen op dit soort gebruikerssporen (provenance-gegevens).

In dit onderzoek wil ik van deze gebruikerssporen, door de werkgroep van de Universiteit van Amsterdam naar boven gehaald bij het beschrijven van de boeken en bij een onderzoek van Piet Verkruijsse naar de boekbanden, zoveel mogelijk te weten komen over de herkomst van deze boeken. Wie waren deze schenkers, waarom schonken zij (deze) boeken aan de Librije, en wat was hun rol in het culturele leven van Alkmaar? Ook in de stadsrekeningen en Thesauriersresolutien van de stad Alkmaar kunnen we sporen vinden van het aankoopbeleid van de Librije. Zo weten we bijvoorbeeld dat er aankopen zijn gedaan bij Leidse veilingen, dat er boeken verkocht zijn, en dat er verschillende malen door de stad Alkmaar is betaald aan auteurs om een boek op te dragen aan de stad. Aan de hand van al deze losse stukjes informatie ga ik in deze nota proberen een antwoord te vinden op de volgende

vraag:

 

“Wat valt er aan de hand van stadsrekeningen en provenance-gegevens te zeggen over de aankopen en schenkingen van de Alkmaarse librije?”

 

Om meer inzicht te krijgen in de aanwinsten van de Alkmaarse librije is het op de eerste plaats nuttig om te onderzoeken wat er in de stadsrekeningen en de vroedschapsresolutiën te vinden is over eventuele aankopen. In het eerste hoofdstuk van deze nota zal ik dan ook ingaan op informatie die ik op deze manier naar boven heb kunnen brengen.
            Ten tweede is informatie betreffende de schenkers van boeken van nut. Hier is al enige informatie over bekend, en ik zal hier een overzicht van geven in het tweede hoofdstuk. Verder zal ik beschrijven wat ik aan de hand van de gebruikerssporen heb kunnen ontdekken. Ik ga na of er iets te zeggen valt over wie de schenkers of eventuele vroegere bezitters zijn, en wat voor rol zij hebben vervuld in het Alkmaarse leven. Hierbij zal ik ook bekijken of er een verband valt te ontdekken tussen het beroep van de schenker en het soort boek dat hij schonk. Zo heeft A. van Voorst in zijn scriptie over de librije in Enkhuizen ontdekt dat bijvoorbeeld dokters vaak medische werken schonken, en predikanten eerder boeken van theologische aard.[2]
            Hoewel op deze manier geen allesomvattend beeld te vormen is van het aankoopbeleid en de schenkingen van de librije valt wellicht een tipje van de sluier op te lichten over hoe de librije gevormd is.


 

Hoofdstuk 1: Aankopen

De gegevens over aankopen voor de librije moeten we zoeken in de stadsrekeningen en in de vroedschapsresolutiën, aangezien de boeken gekocht werden voor de stad, en hierdoor ook voor rekening van de stad vielen. Ik ben vooral uitgegaan van de aantekeningen van Van Drunen,[3] die jaren geleden het Alkmaarse archief heeft doorzocht. Hij heeft op verschillende plaatsen melding gemaakt van de librije. Veel van deze aantekeningen bleken bij nader inzien echter niet over de librije te gaan, maar veelal betalingen te bevatten van auteurs die hun boeken opdroegen aan de stad Alkmaar, en hiervoor een geldbedrag ontvingen. Zo ontving Neuhusius, die rector van de Alkmaarse Latijnse school was in 1642, 200 gulden voor de dedicatie van zijn Tyrocinium Eloquentiae, gedrukt door Ulderick Balk in Franeker, en nog eens 200 gulden toen dit boek in 1649 herdrukt werd.[4]

 

Een aankoop die opvalt en terug te vinden is in de vroedschapsresolutiën is de koop van de Biblia Regia. In de resolutie staat: (22 meij 1632)

 

“Sijn voorts de heeren burgerm. Geauthoristeert om ten dienste van de stadt voor de liberije te koopen biblia regia, die nu bij hendrick lourisz werden aangeboden te verkoopen.”[5]

 

Met Hendrick Lourisz wordt waarschijnlijk Hendrik Laurensz bedoeld, de grootste Amsterdamse boekverkoper in de zeventiende eeuw. Zijn winkel aan de Singel was vooral gespecialiseerd in theologische werken. Hij bezat wellicht een kleine drukkerij bij zijn boekwinkel, maar het grootste deel van zijn fonds was door anderen gedrukt.[6]

De Biblia Regia is het meesterwerk van de Antwerpse drukker Plantijn. Dit achtdelige werk bevat bijbelteksten in vijf talen naast elkaar. Deze bijbel is nog steeds in het bezit van de Librije; men heeft er destijds 400 gulden voor betaald, een aanzienlijk bedrag.[7]

Naast deze aanwijzingen over de aankoop van boeken, is er ook een aantekening te vinden over de verkoop van boeken. In de vroedschapsresolutieën van 1633 is het volgende te vinden:

 

“Is mede goetgevonden de heeren scholarchen te authoriseren om met advijs van de heeren burgerm. Eenige onnoodige oft supersive boeken te vercoepn ende de penningen daer van producerende wederom te emploijeren tot copinge van andere boecken.”[8]

 

Verder is er nog een melding te vinden van een veilingaankoop. In de resolutieën, bij 1 mei 1596, staat vermeld dat Hark Janszoon van Houten, secretaris, naar Leiden is gestuurd om daar van "Jemoie Bastinga eenige boecken te kopen voor die Lebrije deser" stede. Bekend is dat dit een veiling is geweest. Waarschijnlijk is deze van Houten vaker naar veilingen gestuurd.[9] Naast deze twee meldingen worden we van de vroedschapsresolutiën niet veel wijzer.

 

 

1.2 Veilingen

Het feit dat er kennelijk veilingen bezocht zijn voor de aanschaf van boeken roept de vraag op of dit niet vaker is gebeurd, en of er niet in Alkmaar zelf veilingen zijn geweest waar boeken aangeschaft kunnen zijn. Bij het zoeken naar veilingen in Alkmaar komen we drie veilingen tegen die opvallen, omdat dit veilingen zijn van boekcollecties van rectoren van de Latijnse school.[10] Zo werd in 1680 het bezit van Reinerus Neuhusius die overleed in 1679 geveild. Ook de veilingcatalogi van de andere rectoren, Jacques van Vaassen in 1777,  Reinerus Neuhusius in 1680 en Ludolf Potter in 1612. Hun collecties zijn zeer omvangrijk. Reinerus Neuhusius bezat bijvoorbeeld alleen al 69 banden in folio.[11] Jacques Vaassen was een rechtsgeleerde, en op de Latijnse school gaf hij les in recht, geschiedenis en oudheid. De veiling van zijn boekbezit bevat 175 juridici in folio, daarnaast nog 571 boeken in octavo en 193 in duodecimo,[12] een zeer omvangrijke verzameling. Hoewel er wel zeker omvangrijke collecties van particuliere bibliotheken bekend zijn, zoals die van de Leidse burgemeester Joost Romswinkel die 22.000 delen omvatte in 1824, zijn dit uitzonderlijke collecties.[13] Guillaume Mostaert, een Alkmaarse koopman had in 1569 135 boeken.[14]

Het zou niet onlogisch zijn dat op een van deze veilingen aankopen zijn gedaan voor de Librije. In de stadsrekeningen van de jaren waarin deze veilingen hebben plaatsgevonden is niets te vinden over aankopen van boeken of geldbedragen die hieraan besteed zijn. Een vergelijking tussen de catalogus van de librije en de veilingcatalogi zou uitsluitsel kunnen bieden.

 

Dit zijn de gegevens over aankopen van de Librije op een rij. Ondanks de vrij magere oogst weten we nu wel dat er een Biblia Regia is aangeschaft bij een Amsterdamse boekhandelaar. Verder weten we nu dat er ook boeken verkocht zijn in 1633. Er zijn tevens veilingen bezocht. Helaas hebben we niets kunnen ontdekken over aankopen uit veilingen van het bezit van overleden rectoren van de Latijnse school.

De aantekeningen in het archief zijn vooral afkomstig van de periode tussen ongeveer1590-1650. Dit bevestigt ons beeld dat dit vooral de periode is geweest waarin er veel aandacht is besteed door de stad aan de vorming van de librije. We kunnen hieruit niet direct concluderen dat er in de periode daarvoor of daarna veel minder is gebeurd; wellicht zou dat te vinden zijn in een nog niet ontdekt of verloren gegaan archief. Maar het is wel waarschijnlijk dat dit een bloeiperiode voor de librije is geweest.

 

                                                                                                                     

Hoofdstuk 2: Schenkingen

Helaas is er al even weinig overgeleverd over schenkingen aan de Librije, en zijn we hiervoor vooral aangewezen op de provenance-gegevens die in de boeken te vinden zijn. Deze bestaan uit aantekeningen, meestal voor- of achterin het boek. Ze kunnen met de hand zijn geschreven, of gedrukt. Soms staan ze op een schutblad, op de titelpagina of op de band zelf. Deze namen duiden in sommige gevallen een schenker aan, soms ook een vroegere bezitter. Door onleesbaarheid of onnaspeurbaarheid zijn deze gegevens niet altijd goed te achterhalen.

In hun artikel over de librije noemen Plenkers-Keyser en Streefkerk enkele belangrijke schenkingen aan de librije, zoals die van Pieter van Foreest, Popco Elema en Hobingius.[15]

Uit de scriptie van Van Voorst over de librije van Enkhuizen blijkt dat schenkers van de Enkhuizense Librije veelal mensen zijn geweest uit de bovenste laag van de samenleving, of in ieder geval personen met een goede algemene ontwikkeling en kennis van het Latijn. Ook in Alkmaar zijn de geschonken boeken vrijwel allemaal in het Latijn. De geschonken boeken hadden vaak een raakvlak met het beroep van de schenker: zo gaven theologen ook vaak theologische werken. In dit hoofdstuk zal ik verschillende schenkingen stuk voor stuk behandelen, en ook het verband tussen schenker en thema van het boek hierbij in het oog houden.

 

 

2.1 Medische werken

De librije bezit een aantal medische werken. In ieder geval zijn zes van deze boeken geschonken. De beroemdste schenker is wellicht Pieter van Foreest geweest. Deze geneesheer heeft 3 werken geschonken aan de Librije. Pieter van Foreest, of Petrus Forestius met een gelatiniseerde naam, volgens de mode van de 17e eeuw, is geboren in Alkmaar. Zijn oom Petrus Nannius is rector geweest van de Latijnse school. Later werd deze Nannius van Foreest hoogleraar in de filosofie en theologie in Leuven. De familie Foreest was belangrijk voor de stad, zo hebben verschillende familieleden van hem ook in de vroedschap gezeten.[16] Pieter van Foreest heeft van 1546 tot 1558 een artsenpraktijk in Alkmaar gehad, en heeft zich daarna in Delft gevestigd om daar een pestepidemie te bestrijden.[17] Hij is hoogleraar geweest aan de universiteit van Leiden, en was enige tijd[18] de lijfarts van Prins Willem van Oranje. In 1591 deed hij zijn schenking aan de Librije. Dit waren een driedelig werk van Avicenna en een incunabel uit 1479, eveneens van Avicenna.[19] Ook schonk hij een driedelig werk van zichzelf aan de librije; Observationum et curationum medicinalium,[20] gedrukt bij Plantijn. Dit werk bevat 1400 gebundelde praktijkgevallen die Foreest behandelde en is een leidraad geweest voor generaties genezers.[21]

            Ook Michiel Janszoon Hobingius heeft de Librije een drietal medische werken geschonken. Deze zijn afkomstig uit de nalatenschap van zijn vader Johannes Hobingius die van 1537 tot 1546 directeur is geweest van de Latijnse school, de opvolger van Nannius van Foreest.[22] Hij was doctor in de medicijnen, of hij ook een praktijk hield is niet bekend.[23] Zijn zoon Michiel schonk onder andere een werk van Alexander Tralianus; Perexcellentis Philosophiac Medici De Singularum Corporis, en een werk van Andreas Laurentius Historia anatomica humani corporis (…).[24] Op deze manier is de librije aan een aantal belangrijke medische werken gekomen, geschonken door (een nazaat van) mensen met een medische scholing.

 

 

2.2 Rechtsgeleerden

Een andere bekende schenker is de Friese rechtsgeleerde Popco Elema, eveneens rector van de Latijnse school. Hij schonk de driedelige Thesaurus Lingua Latina[25]. In de Thesaurus staat zijn naam zelfs gedrukt:

 

            Communi Alcmarianae Scholae Usiu, Sui Quo Eam Constanter Proseris Ergo hunc Thesaurium Donat, consecratque. Pomponius Ellama Frisius

 

Elema is corrector geweest bij Froben, waar ook deze Thesaurus vandaan komt.[26] Hij heeft het niet lang uitgehouden als rector in Alkmaar. In 1578 nam hij ontslag “alsoe den Vroetschap voorgehouden es dat Pomponius, rector, den lucht alhier nyet en can verdragen ende over sulcz meestendeel suckelen es ende de schole qualik bedienen can.”[27] Het boek is een taalkundig werk over het Latijn. Dit soort boeken past natuurlijk erg goed bij de school, aangezien hier onder andere Latijn onderwezen werd. Niet verwonderlijk dus dat Elema dit als rector aan de school schenkt.

            Een andere Alkmaarse rechtsgeleerde die de librije een boek heeft geschonken is Pancras van Castricum.[28] In 1598 schonk hij Pausaniae de tota Graecia libri decem / interprete Abrahamo Loeschero, gedrukt in Basel.

            Schenkers waren over het algemeen niet zuinig met de werken die zij schonken. Merendeels ging het om dure folianten, zo ook bij Elema. De middelen hebben om een boek te schenken, gaf status, zowel op intellectueel als financieel gebied. Hierom was het belangrijk dat men in het boek kon terugvinden wie dit belangrijke werk geschonken had.

           

           

2.3 De schenking van Adolphus Tectander Venator

Naast de schenkingen van rechtsgeleerden en genezers vinden we ook veel schenkingen van predikanten. Een van hen is Adolphus Venator. Op de band met het signatuur 134D25 staat met gouden letters: Bibliothecae Alcmarianea donat A tect. Venator 1605. Dit theologische werk, met de titel Enchiridion controversarivm praecipiarum nostri temporis circa religionem, is geschreven door Johannes Venator. Na de dood van de auteur is het bewerkt en van een voorwoord voorzien door zijn broer Adolphus Tectander Venator. Deze Adolphus Tectander Venator was een bekende Alkmaarse predikant. Ook is hij van 1610 tot 1614 rector geweest van de Latijnse school. Zijn broer Johannes leefde van ca. 1565-1598. Over deze broers, en vooral Adolphus, is vrij veel bekend. De broers vestigden zich op jonge leeftijd in 's Heerenberg. Johannes werd hier predikant en Adolphus onderwijzer. In 1952 werd Johannes predikant in Nijmegen, en enige tijd later vestigde ook Adolphus zich daar. Op zijn twintigste ontmoette Adolphus toevallig in Nijmegen de gedeputeerden van de Alkmaarse kerkenraad, voor wie hij een proefpreek hield. Hij viel in de smaak, en werd gevraagd in Alkmaar te komen preken. Er waren toen nog twee andere predikanten actief in Alkmaar: Pieter Cornelisz en de zeer streng gereformeerde Cornelis van Hil of Hillenius[29]. Deze Hillenius heeft ook een belangrijke rol gespeeld in het aankoopbeleid van de librije: samen met Rabbi trok hij er begin 17e eeuw op uit om in Leiden boeken aan te schaffen voor de librije.[30]

Al gauw bleek dat Venator en Hillenius theologisch niet bepaald op één lijn zaten. Deze onenigheid was vooral van godsdienstige aard, al was er ook sprake van enige jaloezie tussen de twee predikers. Ook hadden hun echtgenotes al enige geschillen gehad.[31] Het begon met de beschuldiging van Hillenius aan het adres van Venator, dat deze had beweerd dat men zelf mag bepalen hoeveel tijd men aan het gebed besteedt, en dat men niet afgerekend zal worden op het aantal woorden. Dit vond Hillenius veel te libertijns, en hij viel Venator hier openlijk op de preekstoel op aan. Op raad van Hark Janszoon van Houten, een ouderling en secretaris van Alkmaar,[32] ging Venator niet op deze beschuldigingen in. Maar ook de Alkmaarse gemeenteleden waren niet onverdeeld gelukkig met de liberale ideeën van Venator. Hij beriep zich eerder op de apostelen dan op Calvijn en Luther, en werd hierdoor uitgemaakt voor papist, neutralist en zelfs ketter.[33]

Venator was een liefhebber van toneel. Zelf schreef hij twee toneelstukken en ook ontving hij leerlingen bij hem thuis om toneelstukken op te voeren.[34] Toen dit in de kerkenraad bekend werd, moest Venator voor de synode (provinciale kerkenraad) verschijnen, omdat het volgens Hillenius verboden is voor een predikant om comedieën op te voeren. Venator legde een bekentenis af en werd vrijgesproken. Op17 april 1604 werd “de versoeningh met hantastinghe bevestigt.”[35] Echter de ruzie laaide al snel weer op want in 1603 was van de hand van Venator het bij Jacob de Meester te Alkmaar gedrukte Redenvreucht, der Wijsen in haer wel-lust ende Belachen der dwasen quellust In “t lachen Democriti dooer Persoon tooningh verschenen. Dit toneelstuk bevatte aanstootgevende godsdienstige denkbeelden, en bovendien herkenden Hillenius en andere Alkmaarders zichzelf “onder bedecter name” in dit spel.[36] Conflicten liepen hierdoor hoog op, zelfs tot voor de landelijke synode. Burgemeesters en vroedschappen stonden aan de kant van Venator en ternauwernood werd een verbanning van Venator uit Alkmaar voorkomen door hen.

In ditzelfde jaar, 1605, afgaande op de inscriptie op de perkamenten band van dit in de librije aanwezige werk, schonk Adolphus een werk van zijn broer Johannes aan de librije. Johannes was in 1598 aan de pest overleden. Adolphus heeft dit theologische werk zeven jaar na Johannes' overlijden uitgegeven, ook weer met hulp van Jacob de Meester, bij wie hij ook de meeste van zijn eigen boeken liet drukken. Het boek Enchiridion controversarivm praecipiarum nostri temporis circa religionem is dan wel geschreven door Johannes, maar in de inleiding zegt Adolphus onder meer dat zijn broer”voortdurende overeenstemming [wil] aanwijzen tusschen onze zienswijze en die der Orthodoxe Kerk in uitlegging van de Schrift.”[37]

Volgens De Vries, die het leven van Adophus Venator heeft onderzocht, bevat dit boek allerhande materiaal waaraan Hillenius aanstoot had kunnen nemen, maar vreemd genoeg blijft het onbesproken, wellicht omdat het boek in het Latijn was en hierdoor minder toegankelijk voor de massa.[38] Of wellicht heeft Hillenius hier geen aandacht aan besteed omdat het niet door Adophus zelf werd geschreven. In ieder geval brak in 1607 weer een gevecht uit. Hillenius stelde schriftelijk vragen op aan Venator, die aan het licht moesten brengen hoe zijn denkbeelden afweken van de gereformeerde kerk. Venator beantwoordde elke vraag met een bijbeltekst, en kon hierom niet aangevallen worden.[39] De ruzie liep meer en meer uit de hand. Hoewel het begon als een theologisch meningsverschil werd de ruzie tussen Hillenius en Venator ook steeds meer op het persoonlijke vlak uitgevochten. Venator werd inmiddels zelfs beticht van ontucht, hij zou bij de getrouwde Maria Jansz geprobeerd hebben zijn hand onder haar “schortelaken” te steken![40] Op de preekstoel probeerden Hillenius en zijn medestanders hem het leven zuur te maken door spullen voor hem te verstoppen en te weigeren te assisteren bij de doop. Toch was het uiteindelijk Hillenius die vanwege de ruzies de stad moest verlaten. De Vroedschap onderwierp hem in 1610 aan een aantal vragen en uit zijn antwoorden blijkt dat hij niet van plan is bij te dragen aan het herstel van de rust. Hij moest Alkmaar verlaten. Venator werd ook een sanctie opgelegd, hij mocht een jaar niet prediken, maar omdat hij toch zijn tien kinderen moest onderhouden kreeg hij de betrekking van rector aan de Latijnse school. Na dit jaar hervatte hij zijn predikingen en kwamen er klachten dat hij de school verwaarloosde. Zijn hart lag blijkbaar meer bij het domineeschap. Op raad van de magistraat stopte hij met het rectoraat in 1614.[41]

Het grootste deel van het geschil tussen Hillenius en Venator kennen we uit de boeken en pamfletten die zij over elkaar schreven. De strijd werd op deze manier openlijk en zeer persoonlijk gevoerd. Zo schrijft Hillenius bijvoorbeeld:

 

“Het is Adolpho van ouden tijden seer eyghen ende gemheyn sijnen naasten te verachten, hier van vertoont hy in syn boeck enige teekenen ende exempelen/ soo teghen Cornelium Hillenium in bysonderheit/ als meede teghen anderen.”[42]

 

Verder beschuldigt hij Venator van achterklap en leugens. Het werk waarin dit verscheen, provisionele ontdeckinge eeniger misshage…schreef hij als een reactie op het boek van Venator. In dit boek beweert Venator dat Hillenius geen Grieks kan uitspreken en niet kan debatteren.[43] Ook schreef Venator een toneelstuk, waarin hij verschillende inwoners van Alkmaar en zichzelf ook een rol laat spelen, onder de naam Tectander. Tectander verklaart hierin dat hij nooit” bestaen hebben zijn [Pieter Hermans] huisvrouwe Maria Jans te cussen, veel min oneerlick aen te tasten, of te mishandelen.”[44]

Deze beide predikanten hebben duidelijk naspeurbare banden met de librije. Hillenius door zijn reizen naar Leiden en Venator door zijn schenkingen. Ook hebben beide predikanten de beschikking gehad over de sleutel van de librije.[45] We kunnen ons afvragen waarom Adolphus juist dit werk van zijn broer geschonken heeft. Zijn eigen werken waren natuurlijk behoorlijk controversieel, maar volgens De Vries ademt dit werk van zijn broer ook volledig de geest van Adolphus.[46] Feit is wel dat over dit boek in ieder geval geen ruzie is gemaakt. Wellicht wilde Adolphus met deze schenking zijn denkbeelden een gegarandeerde plaats geven in het Alkmaarse culturele klimaat

 

 

2.4 Vier bestuurders van Alkmaar

In het boek met het signatuur 134D17 vinden we vier namen. Dit zijn de namen van vier burgemeesters. In 1625 schonken zij samen een boek aan de Librije. Dit waren Pieter Willemsz. Kessel, die burgemeester was van 1625 tot 1640,[47] Dr. Gillis (Egidius) van Oudesteyn (die ook een sleutel had van de librije), burgemeester van 1624-1625, Abraham Jaspersz. Verdoes, van 1621-1632, en F. Nieuwenburgh. Deze laatste is niet terug te vinden in de lijst van bestuurders van Alkmaar door Cox,[48] en ook niet in de archieven. Er zijn wel veel burgemeesters geweest met deze achternaam, maar in 1625 was dit alleen een Jan Jansz. Nieuwenburgh, terwijl de aantekening in het boek melding maakt van een F. Nieuwenburgh. Het boek is een theologisch werk, een bijbelcommentaar van Andreas Rivetus en is waarschijnlijk afkomstig van de uitgeverij van Isaac en Jacobus Commelin. Het is niet uitzonderlijk dat een theologisch werk werd geschonken door stadsbestuurders; dit gebeurde in de Enkhuizer librije ook regelmatig,[49] Van Voorst noemt hiervoor als reden dat theologie toen veel meer tot het algemene intellectuele gedachtegoed behoorde dan nu het geval is.

 

 

2.5 Geestelijke schenkers

In 1554 schonk Meinhard Fabius, van wie we alleen weten dat hij lid was van het papengilde, een bijbel aan de librije; wellicht was hij een priester, of een andere geestelijke, zijn lidmaatschap van het papengilde duidt hierop.[50] Ook 137C8 bevat gebruikerssporen van waarschijnlijk een priester, afgaande op de woorden Ad usum Nicolai a Noua terra aegmondam prsbri. Nunc Hieronymi *vairlenij*. De afkorting prsbi duidt op een priester. Aegmondam zal Egmond zijn. Helaas heb ik verder weinig kunnen vinden aan de hand van deze aantekening.

            Een pastoor vinden we ook weer als schenker in de persoon van Jan Bartoutsz, een Alkmaarder die in Oudenaarde pastoor was.[51] Zijn naam is te vinden in 133c2, een theologisch werk van Johannes von Sevogia, een Spaanse theoloog.

In een ander werk, 136E3, is een naam te vinden, Ant. A Kuyck magister; helaas is wat hierop volgt onleesbaar. Het is een vijfdelig werk in negen banden van de kerkvader Eusebius Hieronymus gedrukt bij Froben in Basel 1516-1543 en in 3 van de delen zijn provenance-gegevens te vinden. In de eerste twee delen de namen van Theodoricus Wit en Ant. A Kuyk, en in het vijfde deel vinden we de tekst:

 

 Sym Wybrandi Reynum Stellingwerffij de Idzardia Pastoris in blessum; Hoc opusculum ŕ reverendo dno. d. Renero Elborch commendatore procuratum peertinet ad dnos. teutonicos in Nes. Anno MDXLIII.

 

Deze “eerbiedwaardige” Reinerus Elborch was inderdaad Friese pastoor in Katrijp en Terband, en in Rottum.[52] In het Friese dorp Nes vervulde hij de rol van commandeur van de Duitse ridderorde, van 1526-1545.[53] Deze Duitse ridderorden hadden niet zozeer een militaire functie, wat de naam wel doet vermoeden, maar eerder een geestelijke. Ze dienden veelal als klooster.[54] Wybrand Idzardia is nergens terug te vinden. Blessum is ook een Friese plaats. Dit alles roept op tot nogal wat vragen, bijvoorbeeld hoe zo’n werk uit een Fries klooster in Alkmaar terechtkomt en waarom er zo’n duidelijk verschil zit tussen de provenance-gegevens van de verschillende delen van dit werk. Wellicht is het werk in z’n geheel geschonken of in delen, of helemaal niet, maar aangeschaft. Misschien zijn de verschillende delen wel bij elkaar verzameld door de beheerder van de librije, of een andere verzamelaar.

Met dit laatste komen we in de buurt van de waarheid. Als we kijken naar het onderzoek van Maayke Stobbe over de Leidse veilingen, blijkt dat dit boek hoogstwaarschijnlijk inderdaad is aangeschaft op de veiling in 1601, door Rabbi en Hillenius. In ieder geval stond het in de veilingcatalogus van deze veiling, en later in de librijecatalogus van Alkmaar.[55] Waarschijnlijk zijn de vijf delen door de veilingmeester of door de boekenverzamelaar al bij elkaar gezocht.

 

Aan de hand van gebruikerssporen in de boeken zijn nu verschillende gegevens aan het licht gekomen. We hebben gezien dat veel schenkers rector zijn geweest van de Latijnse school. Overigens schonk de predikant Adolphus Venator zijn boek wel al vóórdat hij rector was, en was predikant zijn voornaamste functie. Ook is er een schenking gedaan door vier burgermeesters die lid waren van de vroedschap. Tevens bevinden zich onder de schenkers veel geestelijken. Dit is niet raar als we kijken naar het grote aantal theologische werken in de librije.

We hebben gezien dat niet alle provenance-gegevens duiden op een schenking; in het geval van het vijfdelige werk dat gedeeltelijk uit een Fries klooster afkomstig is, is het werk op een veiling aangeschaft. Alle schenkers die we tot nu toe hebben bekeken, hebben een belangrijke intellectuele rol gespeeld in Alkmaar, hebben waarschijnlijk gestudeerd en waren het Latijn machtig.

 

 

Conclusie

Aan de hand van het pluriforme bronnenmateriaal dat tot nu toe is gepresenteerd, heb ik in deze nota getracht een licht te werpen op de mysterieuze totstandkoming van de librije. Dit levert een fragmentarisch beeld op. In de vroedschapsresolutieën vinden we informatie over de aanschaf van de Biblia Regia van Plantijn, de verkoop van enkele boeken en een veilingbezoek. Voor de Biblia Regia  van Plantijn werd veel geld neergelegd: 400 gulden was een zeer aanzienlijk bedrag in die tijd.
            Naast de informatie over de aankopen van de librije is er aan de hand van enkele provenance-gegevens in de boeken zelf het een en ander nagegaan over schenkers. Veelal nemen deze een prominente plaats in in het Alkmaarse culturele en religieuze leven, de ene keer als geneesheer: Pieter van Foreest, als burgemeesters, predikant, of als rector van de Latijnse school.
            Een belangrijke schenking werd in 1605 gedaan door Adolphus Venator. Opvallend aan deze schenking is dat het wellicht een omstreden boek geweest is. Het gedachtegoed van Venator heeft gezorgd voor nogal wat opschudding in het Alkmaarse religieuze leven aan het begin van de zeventiende eeuw. Ook het feit dat zijn tegenstander een belangrijke rol heeft gespeeld bij de totstandkoming van de librije is opmerkelijk. We hebben gezien dat aan de hand van provenance-gegevens vaak interessante informatie af te leiden is over de geschiedenis van een boek. Ook zeggen deze schenkingen vaak iets over de culturele context van de Librije.

 

 

Bibliografie:

Bangs, Jeremy D. “Book and Art Collection of the Low Countries in the Later Sixteenth Century: Evidence from Leiden” In: Sixteenth Century Journal 13, 1982

 

Bosman-Jelgersma, H.A. “Hoe Pieter van Foreest de geleerde Petrus Foreestus werd” in:  H.L. Houtzager (red.) Pieter van Foreest, een Hollands medicus in de zestiende eeuw. Amsterdam, Atlanta,1989, p.11-24

 

Bruinvis, C.W. Catalogus der bibliotheek behoorende tot het Stedelijk Museum te Alkmaar. Alkmaar: Coster, 1904.

 

Cox, J.C. M. De heeren van Alkmaer Regeerders en regenten, vroedschap en raad

1264-2005. Alkmaar, Gemeente Alkmaar, 2005.

 

Hillenius, Cornelius, Provisionele ontdeckinge eeniger missaghen, de welcke Adolphus Venator […] in sijn boeck, ghenaemt Nootwendich historisch verhael: heeft begaen ende voortgebracht, Franeker, 1611, Ulderick Balck, Geraadpleegd op microfiche: Knuttel: 1844

 

Mol, J.A. De Friese Huizen van de Duitse Orde, Nes, Steenkerk en Schoten en hun plaats in het middeleeuwse Friese kloosterlandschap, Ljouwert, Fryske Akademy, 1991, proefschrift Amsterdam

 

Plenckers-Keyser, G. I. en C. Streefkerk. “De librije van Alkmaar”. In: Leendert

Noordergraaf.  Glans en Glorie van de Grote Kerk: het interieur van de Alkmaarse Sint Laurens. Hilversum: Verloren, 1996. p. 263-274

 

Prak, J.C.M. Gezeten burgers, de elite in een Hollandse stad, Leiden 1700-1780, Utrecht, de Bataafsche Leeuw, 1985

 

Selm, B. van Een menighte treffelijcke Boecken, Nederlandse boekhandelscatalogi in het begin van de zeventiende eeuw, utrecht, hes, 1987, proefschrift Utrecht  

 

Voorst, A. van,. De bibliotheca Enchusana; de librije van Enkhuizen en haar plaats in de stedelijke samenleving (1590-1690) Doctoraalscriptie, 2004, Tilburg

 

Venator, Adolphus, Nootwendigh historisch verhael, van allen swaricheyden, verschillen, ende proceduren, soo wel in kercklijken, als politijcken saken, etlijcke jaren herwaerts binnen der stadt Alckmaer voorghevallen, Alkmaar, 1611, Jacob de Meester en Blaeu, Willem Jansz Amsterdam, Knuttel, fichenr. 1841

 

Venator, Adolphus, Een claer ende doorluchtig vertooch van d’Alckmaerse kerckelicke geschillen. Gheresen soo voor-heen als insonderheyt int jaer 1608 ende 1609. Rijms-vvyse als een spel van sinnen ghestelt, 1611 z.p., z.u. Knuttel 1845

 

Visser, Alewijn Gedenkboek ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van het Murmelliusg-gymnasium 1381-1904-1954, Alkmaar, het curatorium, 1954

 

Vries de, J. “Adolphus Tectander Venator”, In: Oud-Holland, jrg. 40 (1922), p.125-160

 

Websites:

http://www.bibliopolis.nl/

 

 


 

[1] Voorst, van De bibliotheca Enchusana; de librije van Enkhuizen en haar plaats in de stedelijke samenleving (1590-1690) p. 54

[2] Voorst, van De bibliotheca Enchusana; de librije van Enkhuizen en haar plaats in de stedelijke samenleving (1590-1690) p. 56

[3] Drunen, van Betalingen wegens aan burgemeesters aangeboden boekwerken, alsmede aankoopen ten behoeve van de Librije, alsook betreffende de Librije in het algemeen, collectie aanwinsten 1003, Regionaal Archief Alkmaar

[4] Bruinvis, C.W. Catalogus der bibliotheek behoorende tot het Stedelijk Museum te

Alkmaar. P.V

[5] Vroedschapsresolutieën, 22 mei 1632, inv. Nr. 99

[6]  Selm van, Een menighte treffelijcke Boecken, Nederlandse boekhandelscatalogi in het begin van de zeventiende eeuw p. 337

[7] Bruinvis, C.W. Catalogus der bibliotheek behoorende tot het Stedelijk Museum te

Alkmaar, p.5

[8] Vroedschapsresolutieën 1633 inv. Nr.99 blz. 248 verso

[9] G.I. Plenkers-Keyser en C. Streefkerk, De librije van Alkmaar, p.268.

[10] Bibliopolis

[11], Selm, B van, Dutch book sales catalogues op microfiche, fiche 2816

[12], Selm, B van, Dutch book sales catalogues op microfiche, fiche 3351

[13] Prak, M.R. Gezeten Burgers, p.220

[14] Bangs, Jeremy D. Book and Art Collection of the Low Countries in the Later Sixteenth Century: Evidence from Leiden

[15] Plenkers-Keyser en Streefkerk, De librije van Alkmaar, p.268-269

[16] Cox, de heeren van Alkmaar, p.48

[17] Bosman-Jelgersma, Hoe Pieter van Foreest de geleerde Petrus Forestus werd, p. 17

[18] Bosman-Jelgersma, Hoe Pieter van Foreest de geleerde Petrus Forestus werd, p. 17

[19] Het gaat hier om de boeken met de signaturen 133E1,

[20] Het gaat om het werk met de signatuur 134 b 15

[21] Bosman-Jelgersma, Hoe Pieter van Foreest de geleerde Petrus Forestus werd p. 21

[22] Plenkers-Keyser en Streefkerk, De librije van Alkmaar, p.268

[23] Visser, Gedenkboek ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van het Murmellius-gymnasium, p. 39

[24] Het gaat om de werken met de respectievelijk de signaturen 144A13 en 133B5

[25] Het gaat om het boek met de signatuur 133D4

[26] Plenkers-Keyser en Streefkerk, De librije van Alkmaar p.268

[27] Visser, Gedenkboek van het murmellius gymnasium, p. 44

[28]Bruinvis, C.W. Catalogus der bibliotheek behoorende tot het Stedelijk Museum te

Alkmaar. P.IV . het gaat h ier om het werk met het signatuur 136A7

[29] De Vries, Adolphus Tectander Venator, p. 126

[30] Zie voor meer informatie over Hillenius de nota van Maayke Stobbe

[31] De Vries, Adolphus Tectander Venator  p.126

[32] Deze van Houten wordt genoemd in de vroedschapsresoluties; ook hij is naar Leiden gereisd voor de veilingen, zie ook hiervoor de nota van Maayke Stobbe

[33] De Vries, Adolphus Tectander Venator, p. 126

[34] De Vries, Adolphus Tectander Venator, p.128

[35] De Vries, Adolphus Tectander Venator, p.131

[36] De Vries, Adolphus Tectander Venator ,p. 131

[37] DeVries, Adolphus Tectander Venator, 131

[38] De Vries, Adolphus Tectander Venator, 131

[39] De Vries, Adolphus Tectander Venator, 131

[40] De Vries, Adolphus Tectander Venator, p. 143

[41] Visser, Gedenkboek ter gelegenheid van het 500 jarig bestaan van het Murmellius gymnasium, p. 47

[42] Hillenius, Provisionele ontdeckinge eeniger missaghen, de welcke Adolphus Venator […] in sijn boeck, ghenaemt Nootwendich historisch verhael: heeft begaen ende voortgebracht, p. 79

[43] Venator, Nootwendigh historisch verhael, van allen swaricheyden, verschillen, ende proceduren, soo wel in kercklijken, als politijcken saken, etlijcke jaren herwaerts binnen der stadt Alckmaer voorghevallen,, p.18

[44] Venator, Een claer ende doorluchtig vertooch van d’Alckmaerse kerckelicke geschillen. Gheresen soo voor-heen als insonderheyt int jaer 1608 ende 1609. Rijms-vvyse als een spel van sinnen ghestelt. P. nr. onleesbaar op microfiche

[45] Zie hiervoor de nota van Mea van Caspel over sleutelrecht van de librije

[46] De Vries, Adolphus Tectander Venator p.131

[47] Cox,.de Heeren van Alckmaer p.48

[48] Cox,.de Heeren van Alckmaer p.48

[49] Voorst, van De bibliotheca Enchusana; de librije van Enkhuizen en haar plaats in de stedelijke samenleving (1590-1690) p. 55

[50] Plenkers-Keyser en Streefkerk, De librije van Alkmaar, p.268

[51] Bruinvis, Catalogus der bibliotheek behoorende tot het Stedelijk Museum te

Alkmaar. P.IV . Het gaat hier om 133C2

[52] De Mol, De Friese huizen van de Duitse orde, p. 83

[53] De Mol, De Friese huizen van de Duitse orde, p. 83

[54] De Mol, De Friese huizen van de Duitse orde, p. 21

[55] Zie hiervoor het overzicht dat Maayke maakte van de boeken die overeenkomen tussen de veilingcatalogus en de boeken uit de librije.

 

 

 

 

Nota van Annemieke Arendsen

5640628

Het gedrukte boek als materieel en cultureel object

Dr. Piet Verkruijsse

Januari 2007