Jaap Godthelp
Geboeid door
LIBRI CATENATI
Kettingboeken
Chained books
Kettenbücher
Libri incatenati
Livres enchaînés
Libros encadenados
in Alkmaar en Europa
Op zoek naar losse schakels
Inhoud
Inleiding
Typen kettingbandmeubels en -systemen in Europa
Beschrijving materialen kettingboeken
Deelonderzoek kettingbanden Alkmaarse librije
Conclusie
Nawoord
Literatuurlijst
Verantwoording illustraties
Inleiding
Tijdens het materiële gedeelte van dit vak (het beschrijven van boeken uit de voormalige Alkmaarse librije) raakte ik geboeid door de boekbanden en in het bijzonder door de zgn. kettingbanden, de libri catenati.[1] Ik wilde er meer van weten. Hoe zagen de kettingen, klampen etc. eruit? Hoe functioneerde de vergrendeling aan de meubels/kasten? Het enige houvast was een schijnbaar ondoordringbaar woud van gaatjes, de zgn. kettinggaten in de banden.
De eindnota van de groep van vorig jaar, afgesloten door het onderzoek De band met de Librije door Piet Verkruijsse bracht mij uiteindelijk tot nadenken. In schema’s brengt hij hier de diverse technische aan de band gerelateerde zaken aan de orde. Bij het onderwerp kettinggaten vraagt Verkruijsse zich af of het niet zinvol zou zijn d.m.v. foto’s en het naast elkaar leggen van banden meer informatie te verwerven over aanschafjaren, verblijf in andere bibliotheken etc. Onder het motto praatjes vullen geen gaatjes heb ik in Alkmaar voorgesteld alle niet gerestaureerde banden uitvoerig te bekijken, te beschrijven en te fotograferen in de hoop iets te ontdekken. Jammer genoeg bleek het te veel verplaatsen van de boeken op dit moment niet verantwoord, gezien de soms kwetsbare staat, waarin ze verkeren. Er gaat het komend jaar veel gebeuren om ze op een dergelijke manier in dozen te verpakken, zodat allerlei onderzoek in de toekomst verantwoord is. Misschien komt er bij één van de volgende groepen nog eens een student(e) die het stokje wil overnemen. Ik heb toen besloten iets meer aan de hand van de gevonden literatuur te vertellen over kettingboeken en de manier waarop en waaraan zij geketend waren in Europa. Verder een “technische” beschrijving van de gebruikte materialen en tenslotte een mini-onderzoekje aan de hand van de door Piet Verkruijsse verzamelde gegevens in Alkmaar. Zeg maar een verfijning van het kettingbandschema .
Typen kettingbandmeubels en -systemen in Europa
Tot en met de vroege Middeleeuwen werden boeken in kerken en kloosters opgeborgen in armaria, grote veelal tweedeurs kasten, kisten en soms ijzeren kooien [ 1 2 ]. In de kloosters waren er speciale studieruimten (cellen) om ze in te zien. Boeken in de kerken, voornamelijk bijbels, Latijnse woordenboeken en liturgische boeken, zoals brevieren, antifonaria en psalteria, zijn de boeken, die het eerst aan de ketting gelegd worden als zij in de openbare kerkruimte gebruikt worden of verblijven. In 1368 was er in de Notre Dame te Parijs al sprake van zware straffen voor kettingbreuk. Zeker toen men het in kerkelijke kringen noodzakelijk begon te vinden het geloof van de veelal ongeletterde armen te versterken door mirakelboeken en deze in kerken ter inzage te leggen, nam de behoefte aan ketening toe. In de kloosters begon men door het groeiend aantal boeken speciale ruimten op stille plekken te creëren met de eerste vormen van lessenaars met daaraan de mogelijkheid boeken te ketenen (Cluny). Natuurlijk uit veiligheidsoverwegingen, maar orde speelde wel degelijk ook een rol. Ieder boek zijn eigen plaats.
De speciale ruimten worden langzamerhand de latere kloosterbibliotheken. Albert Derolez stelt, dat de universiteitsbibliotheken, die in de 13e en 14e eeuw ontstaan, een totale structuurvernieuwing vereisten. Ze stonden immers open voor een veel grotere groep mensen. Deze vernieuwing werd op grote schaal overgenomen door kerken, kapittels en kloosters in heel Europa. Deze bibliotheken zijn veelal zgn. kettingbibliotheken. Ik beperk mij in dit hoofdstuk tot het meubilair en de manier, waarop de banden aan dit meubilair geketend waren. Heel globaal kun je zeggen, dat er in Europa sprake was van kettingbibliotheken, die als zodanig ook functioneerden tussen 1400 en 1700. Engeland is zoals gebruikelijk de uitzondering. Tot ver in de 18e eeuw werden daar de kettingen gebruikt, hetgeen veel informatie voor de ‘kettingarcheologen’ heeft nagelaten. Hoorn vormt de absolute uitzondering op de regel. Tot in de 19e eeuw waren daar de banden geketend. Na de brand van de Grote Kerk in 1838 werden de boeken ijlings van hun ketenen bevrijd. Een snelle evacuatie bij eventuele toekomstige rampen was beter voor de boeken.
De indeling van J.W. Clark in 1902 beschreven in zijn boek The care of books neem ik graag over. Latere onderzoekers, zoals Streeter, doen dat al of niet tegensputterend ook. Hij verdeelt de kettingbibliotheekperiode in de perioden van het zgn. ‘lecternsystem en ‘stallsystem’, die dan langzamerhand overgaan in het ‘wallsystem’. Een mooi voorbeeld van een zeer vroeg ‘wallsystem’ is de bibliotheek in het Escorial, in 1584 gebouwd door Philips II. Dit laatste systeem laten we verder buiten beschouwing. Prachtige voorbeelden zijn volop met eigen ogen te bezichtigen: Weimar, Sankt Gallen, Artis Bibliotheek, etc.. Europa staat vol met prachtbibliotheken.
Lecternsysteem
In het Nederlands komen we de woorden lectrijn, lectrien, latrien, pulviter, pulmt en pult tegen, terwijl de Engelsen het over een lectern, de Duitsers over een Pult, de Fransen over een pupitre, de Italianen over een leggio en de Spanjaarden het ook over een pupitre hebben [voor lecternsysteem zie: 3 4 5 6 7 8 9 10 11 ] . In de Engelse literatuur gaat men er maar al te makkelijk van uit, dat het woord ‘lectern’ van het Latijnse lectrinum afkomstig is. In het klassiek en post-klassiek Latijn bestond het woord gewoonweg niet. Ik vraag me af, of het in het christelijk Latijn wel bestond. Misschien is het woord via een omweg wel in het Kerklatijn terecht gekomen. Duidelijk is in ieder geval, dat het werkwoord ‘legere’ (verzamelen, lezen, voorlezen) de basis is. Een lector is een voorlezer, oorspronkelijk een slaaf, die zijn meester voorleest. Met het Middelnederlands komen we al iets verder. Hier is sprake van lecter, lectrine en latrine. Behalve met het woord ‘latrine/latrien’, waarmee ik geen enkel taalkundig verband kan leggen, zitten we nu in de goede richting. Het woord ‘lectrijn’ komt in Van Dale niet voor! In het Latijn heeft het woord ‘pulpitum’ wel degelijk bestaan in de betekenis van leerstoel, katheder en lessenaar. Pult en pulmt (Meinsma) zijn gedekt.
Omdat in Europees verband de begrippen lectrijn, lessenaar, schrijfblad, desk etc. soms als boekkettingen door elkaar gehaald worden, gebruik ik in het vervolg alleen de woorden ‘lectrijn’ en ‘leesblad’ (schuin of recht). Voor andere technische termen gebruik ik in de geest van Kneep en binding zoveel mogelijk een bevredigend Nederlands woord.
Eens, lang geleden, was de lectrijn een gewone lezenaar in kerk, klooster of (welgesteld) gezin. Op een poot stond hij de inspiratiebron van latere lectrijnbouwers te zijn. Het vroegste voorbeeld is natuurlijk Zutphen. Ik vraag me af of Goldberg niet ouder is; Germann vermeldt de leeftijd niet [ 8 ]. De eerste lectrijnen waren niet lang. Hooguit anderhalve meter. Plaats voor één tot drie boeken op het leesblad. Lectrijnen kunnen geweldig groeien. Zeven meter of wel langer is geen uitzondering. Men staat aan lectrijnen of zit op banken. De zgn. half/lectrijnen stonden tegen een wand/muur. De Italiaanse vorm (Florence, Cesena) is duidelijk die van een lectrijn, maar toch anders [ 9 ]. Het meubel bestaat uit een half/lectrijn met daaraan vast de bank, waarop de lezer in de volgende rij zit. Als er geen opbergarmaria of kisten waren, hadden de boeken hun vaste plaats op de lectrijnen. Zie Zutphen. Veiligheid en orde. Een eerste vorm van catalogiseren, die al snel verbeterd wordt door de komst van de plankcatalogi [ 9 11 34 , Laurenziana, Cesena, Gouda]. Korte kettingen, vaak zonder wartel (zie later), waren toereikend. Veelal geketend aan een stang, roede, enkele centimeters boven de top van de leesbladen.
Kijken we naar de schema’s [ 3 4 5 6 ] en de plaatjes [ 7 8 9 10 11 ], dan zien we een langzame ontwikkeling van het lecternsysteem naar het stallsysteem. Er is een gestadige groei in het aantal boeken. De lectrijnen krijgen soms een plank onder en/of boven de schuine leesbladen. Lectrijnen hebben bijna altijd schuine leesbladen. De kettingsystemen en plaatsing van stangen/roedes worden ook anders.
Stallsysteem
Waar komt het woord ‘stallsystem’ vandaan? [voor stallsystem zie 12 13 14 15 16 17 18 19 20 ] Clark denkt dat het woord afkomstig is van het Latijnse stallum, staulum. Beide woorden komen in het Latijn niet voor. Dan maar terug naar het Engelse werkwoord ‘to stall’, hetgeen zoveel kan betekenen als: ‘Waar stal ik mijn boeken?’ We moeten het er maar mee doen. Iets beters kan ik niet bedenken. Omdat Streeter de term veertig jaar later overneemt, is die term ingeburgerd. Hij noemt het systeem in het eerste stadium een combinatie van een lectrijn en een almarium. Dit vind ik prachtig uitgedrukt. Kijk eens naar 7 en 14. Dit zou zeker een huismeubel in countrystijl, zo typisch voor de eerste helft van de 17e eeuw, geweest kunnen zijn. Ook al omdat op de voorgrond een typische ‘wainscot chair’ uit dezelfde periode staat. De aandachtige lezer zal het zeker niet ontgaan, dat de schrijver van deze nota een liefhebber van vroege Engelse eiken meubels is. Zoveel overeenkomsten met kerkmeubilair en -houtsculptuur.
Langzamerhand zien we op de lectrijn de ons bekende boekenkast groeien. De schuine punt, gevormd door de leesbladen, verdwijnt. Aan de voorkant van de kast komt een vaak neerklapbaar leesblad, licht hellend of vlak [ 15 ]. Onder het leesblad ontstaan ook planken, te gebruiken voor boekopslag en andere alledaagse zaken, zoals pakjes brood. Stangen en roedes zijn veelal een paar centimeter voor de planken geplaatst. Naarmate de afstand van het boek tot het leesblad groter wordt en de ketting langer, verschuift de wartel (zie later) naar het midden om in de war raken te voorkomen.
Hét voorbeeld bij uitstek van het stallsysteem is Hereford Cathedral. Je kunt geen boek
over dit onderwerp opslaan, of er wordt over geschreven met verklarende foto’s. In Nederland kenden de librijen van Enkhuizen en Rotterdam (St. Laurenskerk) dit systeem [ 19 20 ]. Met de geleidelijke overgang naar het wallsysteem verdwijnen ook de leesbladen. Zij zijn niet meer nodig
Beschrijving materialen kettingboeken
De volgende beschrijving is te volgen aan de hand van de bijlagen 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32. Een goed beeld van een boekketting en klamp krijgen we van Szirmai in The archaeology of medieval bookbinding en Gnirrep, Gumbert, en Szirmai in Kneep en binding [ 21 ]. De klampschakel, direct aan de klamp of aan een rond oog(je), dat vast zit aan de klamp, verbindt de ketting met het boek. Het andere eind van de ketting wordt over de roede/stang geschoven. De meest simpele manier voor korte kettingen, meestal lectrijnkettingen [ 3, Zutphen].
Wordt een ketting langer, dan heb je een wartel (Eng.: swivel) nodig. Hiermee voorkom je door elkaar gestrengelde kettingen. Haal die maar eens uit de knoop! Ook voorkom je ongewenste torsiekrachten op ketting, klamp en roede/stang. De eerste fase om dit te voorkomen, is een wartel zo dicht mogelijk bij de laatste schakel, die om de roede/stang gaat, te plaatsen. Vaak is dit een combinatie van wartel en eindschakel in één [ 21 23 ]. Voor de hondenliefhebbers onder ons: kijk eens naar je musketontsluiting. Voor de veehouders onder ons: Hoe zetten we onze beesten vast? Hoe langer de ketting wordt, hoe verder de wartel van de beginschakel zit. Een te lange ketting kan wijzen op plaatsverandering. De gebruikte materialen voor het kettingbeslag zijn messing en (gesmeed)ijzer[2]. Omdat brons, een legering van koper, zink en een beetje tin, gegoten wordt, is het breekbaar en voor kettingbeslag niet bruikbaar. Het gesmede ijzer werd soms, als het roodgloeiend was, in olie geblust. Een perfecte roestbescherming, die wij naar mijn mening ten onrechte niet meer gebruiken.
De klampen werden zo gebogen, gesmeed, dat ze voor- en achterzijde van het plat met hun oppervlakte bedekten. In de Alkmaarse librije zijn hun achtergelaten sporen nog in groten getale te bewonderen. De klamp heeft 2, 3, soms 4 gaten. Ik denk dat de klampgaten eerst netjes afgetekend werden met bijv. een priem. De horizontale en verticale gatpatronen zijn meestal te regelmatig en wijzen niet op ‘zomaar uit de losse hand timmeren’. Kom je een onregelmatig patroon of meer dan 3, 4 gaten tegen, dan is de kans groot, dat de klamp een keer hersteld of vervangen is. Ook kan het wijzen op een plaatsverandering van lectrijn naar ‘stall’ of omgekeerd. In de Alkmaarse librije kom je hoofdzakelijk het twee-gaten-patroon tegen en enkele bewaard gebleven delen van messing klampen [ 25 ], vrij smalle en dunne strippen, waarvan ik me elke keer weer afvraag of deze sterk genoeg waren voor folianten. Voor de bevestiging werden de platten voorgeboord of voorgeprikt (karton). In het harde eikenhout sla je niet zomaar een spijker/stift zonder deze krom of scheef te slaan. Verder is het onverstandig dit zo dicht bij de platrand te doen. De kans op splijten van het eikenhout in deze omgeving is vele malen groter. Van schroeven werd geen gebruik gemaakt. Het schroefeinde, dat aan de binnenkant van het plat door de klamp naar buiten komt, is niet vlak te slaan, te klinken of te stansen. Ook houdt, zeker bij trekkracht, een schroef niet in karton. Men gebruikte klinknagels, kop- of konische stiften van ijzer en messing, die door samenpersing de twee klampdelen stevig in het kartonnen of eiken plat drukten en vasthielden. Het effect van een slotbout met carrosseriering en moer. Een wel heel bijzondere manier van klampbevestiging trof ik aan in het leuke boekje van Klaus Müller (Das Kettenbuch) [ 24 ]. Een aardig boek over dit onderwerp voor 12-80-jarigen. Hij beschrijft het maakproces niet. Maar ieder, die het voorgaande over splijting gelezen heeft, moet wel begrijpen, dat dit vroeg of laat gaat gebeuren.
Een aparte kettingklamp trof ik op de website van de universiteit van Cordoba. Neem het voorplat. Trek een rechte lijn van het diagonaalpunt naar het midden van bovenkant plat. Halverwege deze lijn bevindt zich het punt waar de klamp bevestigd is. Hoe is moeilijk te zien. Het is in ieder geval een boek, dat zijn bestaan liggend moest doorbrengen. Een valkuil vormen wellicht de twee banden op 32. Willekeurige banden, die op geen enkele manier met een kettingbibliotheek in verband gebracht worden. Stel nu eens, dat je deze banden in slechte staat zonder beslag en veters ergens in een librije zou tegenkomen? Dan denk je toch direct aan de sporen van kettinggaten (MB en MO) en niet aan veters en sluitklampen?
Een complete beveiliging vereist niet alleen kettingen aan de roedes/stangen; die roedes/stangen moeten ook afgesloten kunnen worden. Op de vraag hoe het vergrendelen van de roede in Zutphen werkte, geeft Meinsma geen antwoord [ 22 ]. Clark doet dit wel in The care of Books (pag.150):
It is kept in place by the following contrivance. A piece of ornamental iron-work is fixed to the standard. It is made to represent a lock, but it is in reality a mere plate of metal, and the tongue, which looks as though it were intended to move, is only a ornament, and is pearced by the keyhole. The lock is sunk in the thickness of the wood, behind this plate, and the bar, which terminates in a knob, is provided with two nicks, into which the bolts of the lock are shot when the key is turned.
In Engeland werkt men ook met in het hout ingelaten sloten. Een (over)hang met een beugel, waar de baard van het slot precies in past, valt in de slotplaat. Sleutel omdraaien. Op slot [ 22 ]. De roedeneinden moeten wel in het hout ingelaten zijn. Dit soort sloten is ongetwijfeld afgeleid van het oude (deken)kist slot. De andere systemen in de bijlage werken exact hetzelfde [ 23 24 ]. Afhankelijk van de stand van de balk/plank, waarin het slot is ingelaten, kunnen de slotplaat en het slot een kwartslag draaien. Zeer ingenieus is Hereford met hetzelfde slotprincipe, maar gebruik makend van zeer lange overhangen, die uitgeklapt ervoor zorgen, dat de roede verwijderd kan worden ten einde boeken te kunnen verplaatsen [ 16 ]. Cesena en Florence hebben ook een vorm van afsluiten met ingelaten sloten, maar de overbrenging naar de roeden is zo ingewikkeld, dat ik dat ter plekke met eigen ogen een keer zal moeten bestuderen. 25 26 27 28 29 30 31 geven nog een kleine bloemlezing van de in de literatuur en op internet aangetroffen kettingboeken. Zie het prachtexemplaar op 26. Het exemplaar dat de UB Amsterdam in bezit moet hebben, valt op door de ongewone plaats van de kettingklamp [ 30 ]. De producenten van kettingen, klampen enz. waren de plaatselijke smeden. Bij een boek kan de plaats van uitgave ook de plaats van binding zijn, maar dat hoeft niet. Ketenen gebeurde altijd op de plaats van gebruik.
Tenslotte iets over het gebruikte hout. Bijna altijd werd voor het meubilair eikenhout gebruikt. De houtsoort voor kloosters, kerken, scholen in Midden- en Noord-Europa was eiken. In de meer zuidelijk gelegen landen komt ook notenhout naast eiken voor. In het geval van de Bibliotheca Mediceo-Laurenziana is dit toch echt een kwestie van pure luxe. Opgericht en lange tijd in stand gehouden door de Medici’s werden kosten noch moeiten gespaard. De lectrijnen zijn nog door Michelangelo ontworpen. Als men eikenhout gebruikte, dan was dat kwaliteitseiken. Lange tijd gewaterd en gedroogd en niet op de voordeligste manier gezaagd. Chinnerey (Oak furniture, p.143) laat zien, dat zgn. kwartiers gezaagd eiken de mooiste door moeder natuur gevormde spiegels kan vertonen [ 33 ]. Deze manier voorkomt ook beter het werken en kromtrekken van het hout. In Alkmaar is mij dan ook opgevallen, dat je zelden kromme platten tegenkomt. Dat zou je wel verwachten bij zulke dunne plankjes hout. De kenner ziet direct het verschil tussen Engels en continentaal eiken. De eeuwen bewerken een patina met een roodbruine ondertoon. De charme van natuurlijk gepatineerd continentaal eiken is er niet minder om, maar anders. De meubels van Plantijn-Moretus vind ik altijd een mooi voorbeeld. Ik kan me voorstellen, dat mensen het hout van de ‘koning der bomen’ soms ‘saai en oubollig’ vinden, maar dan hebben ze toch te veel gekeken naar hout, dat op de manier van voorbeeld b is gezaagd en geen patina heeft.
Deelonderzoek kettingboeken Alkmaarse Librije
De hierna volgende zes schema’s geven een overzicht van alle banden met zichtbare sporen van kettinggaten. Mijn overzichten zijn volledig geënt op die van Verkruijsse (De Band met de Librije).
|
|
|
|
materiaal |
|
|
na |
GATEN IN VOORPLATTEN |
|
GATEN IN ACHTERPLATTEN |
|
|
|
|
|||||||||||||
|
signatuur |
for |
jaar |
L |
P |
H |
K |
|
SL |
1592 |
LB |
MB |
RB |
LO |
MO |
RO |
|
LB |
MB |
RB |
LO |
MO |
RO |
|
vakgebied |
divers |
divers |
|
133A1 |
4 |
1588 |
|
P |
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
klassieken |
|
|
|
133A4,1-2 |
4 |
1590 |
L |
|
H |
|
|
x |
|
|
3 |
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
|
bijbel |
|
|
|
133A5 |
4 |
1597 |
|
P |
|
|
|
x |
|
3 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
133A6 |
4 |
1600 |
|
P |
|
|
|
x |
o |
3 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
theologie |
|
|
|
133A8 |
2 |
1511 |
L |
|
H |
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
6 |
|
|
|
|
|
geschied. |
vervangen |
gerepar. |
|
133A9 |
2 |
1475 |
|
P |
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
geschied. |
1spijker |
|
|
133A11 |
2 |
1533 |
|
P |
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
133B1 |
4 |
1518 |
L |
|
|
|
|
x |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
133B4,1-2 |
2 |
1551 |
L |
|
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
3 |
|
|
2 |
|
geschied. |
2spijkers |
|
|
133B5 |
2 |
1600 |
|
P |
|
|
|
x |
o |
3 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
medisch |
|
|
|
133B7,1-2 |
2 |
1584 |
|
P |
|
|
|
x |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
geschied. |
|
|
|
133B8 |
2 |
1549 |
|
P |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
medisch |
|
|
|
133C4 |
2 |
1583 |
|
P |
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
klassieken |
|
|
|
133C6 |
2 |
1578 |
|
P |
|
|
|
x |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
2 |
|
|
|
|
medisch |
|
|
|
133C7 |
2 |
1585 |
|
P |
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
klassieken |
|
|
|
133D1 |
2 |
1543 |
L |
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
11 ? |
|
|
theologie |
|
|
|
133D5 |
2 |
1589 |
L |
|
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
|
geografie |
|
|
|
133D8 |
2 |
0 |
L |
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
6 |
2 |
|
|
|
|
? |
|
|
|
134A1 |
12 |
1581 |
|
P |
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
liturgie |
|
|
|
134A2,1-2 |
8 |
1584 |
|
P |
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
134A3,1 |
8 |
1576 |
L |
|
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
134A3,2 |
8 |
1577 |
L |
|
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
134A4 |
8 |
1586 |
|
P |
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
134A5,1 |
8 |
1578 |
|
P |
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
134A5,2 |
8 |
1588 |
|
P |
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
134A5,3 |
8 |
1588 |
|
P |
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
134A5,4 |
8 |
1588 |
|
P |
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
134A5,5 |
8 |
1588 |
|
P |
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
134A5,6 |
8 |
1588 |
|
P |
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
134A5,7 |
8 |
1588 |
|
P |
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
134A5,8 |
8 |
1588 |
|
P |
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
134A6,1-7 |
8 |
1590 |
|
P |
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
134A7,1 |
8 |
1600 |
|
P |
|
|
|
|
o |
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
134A7,2 |
8 |
1602 |
|
P |
|
|
|
|
o |
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
|
|
|
materiaal |
|
|
na |
GATEN IN VOORPLATTEN |
|
GATEN IN ACHTERPLATTEN |
|
|
|
|
|||||||||||||
|
signatuur |
for |
jaar |
L |
P |
HL |
K |
|
SL |
1592 |
LB |
MB |
RB |
LO |
MO |
RO |
|
LB |
MB |
RB |
LO |
MO |
RO |
|
vakgebied |
divers |
divers |
|
134A8,1-2 |
8 |
1591 |
|
P |
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
134B4,1-2 |
8 |
1557 |
L |
|
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
134B11 |
8 |
1588 |
|
P |
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
? |
|
|
|
134B12 |
8 |
1588 |
|
P |
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
? |
|
|
|
134B14 |
8 |
1568 |
|
P |
|
|
|
x |
|
1 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
klassieken |
|
|
|
134B15,1 |
8 |
1589 |
L |
|
H |
|
|
x |
|
3 |
|
|
|
|
|
|
|
1 |
|
|
|
|
|
medisch |
LB 1 spijker |
|
|
134B15,2 |
8 |
1589 |
L |
|
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
1 |
|
|
|
|
|
recht |
|
|
|
134B15,3 |
8 |
1591 |
L |
|
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
1 |
|
|
|
|
|
? |
|
|
|
134C2 |
8 |
1577 |
|
P |
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
klassieken |
|
|
|
134C3 |
8 |
1589 |
|
P |
|
K |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
geschied. |
|
|
|
134C4 |
8 |
1588 |
|
P |
|
|
|
x |
|
3 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
geschied. |
|
|
|
134C6 |
8 |
1588 |
|
P |
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
134C7,1 |
8 |
1567 |
L |
|
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
filosofie |
|
|
|
134C7,2 |
8 |
1567 |
L |
|
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
staatsrecht |
|
|
|
134C8 |
8 |
1592 |
|
P |
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
134C9 |
8 |
1594 |
|
P |
|
|
|
|
o |
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
134C10 |
8 |
1556 |
|
P |
|
|
|
x |
|
3 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
kerkgesch. |
|
|
|
134C12,1-2 |
4 |
1572 |
|
P |
|
|
|
x |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
theologie |
|
|
|
134C13 |
4 |
1602 |
L |
|
H |
|
|
x |
o |
4 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
spijkers+deelkamp |
|
|
134C14 |
4 |
1579 |
|
P |
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
134C15,1-2 |
4 |
1590 |
|
P |
|
|
|
x |
|
3 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
134C16,1 |
4 |
1556 |
|
P |
|
|
|
x |
|
3 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
spijkers |
|
|
134C16,2 |
4 |
1558 |
|
P |
|
|
|
x |
|
3 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
1spijker |
|
|
134D2 |
8 |
1597 |
|
P |
|
|
|
|
|
3 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
134D4 |
4 |
1582 |
|
P |
|
|
|
x |
|
1 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
134D5 |
4 |
1581 |
|
P |
|
|
|
x |
|
4 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
134D6 |
4 |
1600 |
|
P |
|
|
|
|
o |
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
134D7 |
4 |
1527 |
rest |
|
K |
|
|
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
3 |
|
|
|
|
|
theologie |
via roestplekken |
||
|
134D9 |
4 |
1588 |
|
P |
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
134D13,1-2 |
4 |
1589 |
|
P |
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
politiek |
beschadigd LB |
|
|
134D14 |
4 |
1625 |
|
P |
|
|
|
x |
o |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
134D15 |
4 |
1555 |
|
P |
|
|
|
x |
|
3 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
134D16 |
4 |
1566 |
L |
|
|
|
|
|
|
3 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
134D18 |
4 |
1648 |
|
P |
|
|
|
x |
o |
3 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
|
|
|
materiaal |
|
|
na |
GATEN IN VOORPLATTEN |
|
GATEN IN ACHTERPLATTEN |
|
|
|
|
|||||||||||||
|
signatuur |
for |
jaar |
L |
P |
H |
K |
|
SL |
1592 |
LB |
MB |
RB |
LO |
MO |
RO |
|
LB |
MB |
RB |
LO |
MO |
RO |
|
vakgebied |
divers |
divers |
|
134D19 |
4 |
1592 |
|
P |
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
klassieken |
|
|
|
134D20,1-2 |
4 |
1583 |
|
P |
|
|
|
x |
|
3 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
demonen |
|
|
|
134D21 |
4 |
1600 |
|
P |
|
|
|
x |
o |
3 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
kerkgesch. |
|
|
|
134D22 |
4 |
1598 |
|
P |
|
|
|
x |
o |
3 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
134D23 |
4 |
1597 |
|
P |
|
|
|
x |
o |
3 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
134D24 |
4 |
1563 |
|
P |
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
134D25 |
8 |
1605 |
|
P |
|
|
|
x |
o |
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
134 E1 |
2 |
1556 |
L |
P |
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
medisch |
|
|
|
134 E3 |
2 |
1589 |
L |
P |
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
|
bijbel NT |
|
|
|
134E5,2 |
2 |
1543 |
L |
|
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
4 |
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
134F1 |
2 |
1554 |
L |
|
|
|
|
x |
|
3 |
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
|
bijbel |
|
|
|
134F2,1 |
2 |
1586 |
|
P |
|
|
|
x |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
bijbel |
|
|
|
134F2,2 |
2 |
1586 |
|
P |
|
|
|
x |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
bijbel |
|
|
|
135A1 |
2 |
1583 |
|
P |
|
|
|
x |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
135A2,1-2 |
2 |
1582 |
L |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
135A3 |
2 |
1570 |
|
P |
|
K |
|
x |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
2 |
|
|
|
|
theologie |
2spijkers+deelklamp |
|
|
135A4,1-2 |
2 |
1559 |
|
P |
|
|
|
x |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
2 |
|
|
|
|
klassieken |
|
|
|
135A5 |
2 |
1565 |
|
P |
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
recht |
|
|
|
135A7,1-2 |
2 |
1548 |
rest |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
|
theologie |
via roestvlekken |
||
|
135A9,1 |
2 |
0 |
|
P |
|
|
|
x |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
2 |
|
|
|
|
wrdnboek |
|
|
|
135A9,2 |
2 |
0 |
|
P |
|
|
|
x |
|
|
|
|
2 |
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
wrdnboek |
overstek platten afgesn. |
|
|
135A9,3 |
2 |
0 |
|
P |
|
|
|
x |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
2 |
|
|
|
|
wrdnboek |
|
|
|
135A9,4 |
2 |
0 |
|
P |
|
|
|
x |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
2 |
|
|
|
|
wrdnboek |
|
|
|
135B2,1-3 |
2 |
1581 |
|
P |
|
|
|
x |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
135B3 |
2 |
1578 |
|
P |
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
135B4,1-2 |
2 |
1571 |
|
P |
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
135B5 |
2 |
1563 |
|
P |
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
135B6 |
2 |
1601 |
L |
|
|
|
|
x |
o |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
135B7 |
2 |
0 |
|
P |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
135B8 |
2 |
1573 |
|
P |
|
|
|
x |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
135B9 |
2 |
1555 |
L |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
recht |
|
|
|
135B10,5 |
2 |
1556 |
L |
|
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
135B11 |
2 |
1592 |
L |
|
|
|
|
x |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
135C4,1 |
2 |
1516 |
L |
|
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
|
|
|
materiaal |
|
|
na |
GATEN IN VOORPLATTEN |
|
GATEN IN ACHTERPLATTEN |
|
|
|
|
|||||||||||||
|
signatuur |
for |
jaar |
L |
P |
H |
K |
|
SL |
1592 |
LB |
MB |
RB |
LO |
MO |
RO |
|
LB |
MB |
RB |
LO |
MO |
RO |
|
vakgebied |
divers |
divers |
|
135C4,2 |
2 |
1516 |
L |
|
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
135C4,3 |
2 |
1516 |
L |
|
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
4 |
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
135C7 |
2 |
1531 |
L |
|
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
135C12 |
2 |
1590 |
L |
|
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
135D2 |
2 |
1530 |
L |
|
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
4 |
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
135D3 |
2 |
1541 |
L |
|
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
135D4,1-2 |
2 |
1569 |
rest |
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
recht |
via roestvlekken |
||
|
135D5 |
2 |
1588 |
L |
|
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
135D6 |
2 |
1565 |
L |
|
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
135D8 |
2 |
1566 |
|
P |
|
|
|
x |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
135D9 |
2 |
1580 |
|
P |
|
|
|
x |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
135D10 |
2 |
1560 |
L |
|
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
135D11,1-2 |
2 |
1576 |
|
P |
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
135D12 |
2 |
1562 |
|
P |
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
135E1,1 |
2 |
1546 |
L |
|
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
135E1,2 |
2 |
1546 |
L |
|
H |
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
7 |
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
135 E2 |
2 |
1571 |
L |
|
|
|
|
x |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
135 E4 |
2 |
1580 |
L |
|
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
135 E6 |
2 |
1594 |
|
P |
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
135 E7 |
2 |
1587 |
|
P |
|
|
|
x |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
2 |
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
135E8,1-2 |
2 |
1584 |
|
P |
|
|
|
x |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
2 |
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
135E9,1 |
2 |
1601 |
|
P |
|
|
|
x |
o |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
135E9,2 |
2 |
1601 |
|
P |
|
|
|
x |
o |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
135E9,3 |
2 |
1601 |
|
P |
|
|
|
x |
o |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
135E9,4 |
2 |
1601 |
|
P |
|
|
|
x |
o |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
136A1,1 |
2 |
1600 |
|
P |
|
|
|
x |
o |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
gescchied. |
|
|
|
136A1,2 |
2 |
1600 |
|
P |
|
|
|
x |
o |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
geschied. |
|
|
|
136A2 |
2 |
1538 |
L |
|
H |
|
|
x |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
6 |
|
|
4 |
|
|
Erasmus |
1 spijker LB boven |
|
|
136A3 |
2 |
1593 |
L |
|
|
|
|
x |
o |
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
klassieken |
|
|
|
136A4 |
2 |
1592 |
L |
|
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
klassieken |
|
|
|
136A5 |
2 |
1586 |
|
P |
|
|
|
x |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
klassieken |
|
|
|
136A8 |
2 |
1573 |
L |
|
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
klassieken |
|
|
|
136A9,1-2 |
2 |
1598 |
|
P |
|
|
|
x |
o |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
medisch |
|
|
|
136A10,1-2 |
2 |
1605 |
|
P |
|
|
|
|
o |
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
exotica |
|
|
|
|
|
|
materiaal |
|
|
na |
GATEN IN VOORPLATTEN |
|
GATEN IN ACHTERPLATTEN |
|
|
|
|
|||||||||||||
|
signatuur |
for |
jaar |
L |
P |
H |
K |
|
SL |
1592 |
LB |
MB |
RB |
LO |
MO |
RO |
|
LB |
MB |
RB |
LO |
MO |
RO |
|
vakgebied |
divers |
divers |
|
136A12 |
2 |
1601 |
|
P |
|
|
|
x |
o |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
plantkunde |
|
|
|
136B1 |
2 |
1588 |
|
P |
|
|
|
x |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
kerkgesch. |
|
|
|
136B2,3 |
2 |
1587 |
L |
|
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
filosofie |
|
|
|
136B2,4 |
2 |
1587 |
L |
|
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
filosofie |
|
|
|
136B4 |
2 |
1601 |
L |
|
|
|
|
x |
o |
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
136B5 |
2 |
1590 |
|
P |
|
|
|
x |
o |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
klassieken |
|
|
|
136B6 |
2 |
1600 |
L |
|
|
|
|
x |
o |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
klassieken |
|
|
|
136B7 |
2 |
1591 |
L |
|
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
136C1-2 |
2 |
1580 |
L |
|
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
klassieken |
|
|
|
136C2 |
2 |
1597 |
L |
|
|
|
|
x |
o |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
klassieken |
|
|
|
136C3 |
2 |
1620 |
|
P |
|
|
|
x |
o |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3 |
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
136C4 |
2 |
1593 |
L |
|
|
|
|
x |
o |
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
136C5 |
2 |
1576 |
|
P |
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
136C6 |
2 |
1583 |
|
P |
|
|
|
x |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
2 |
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
136C8 |
2 |
1578 |
|
P |
|
|
|
x |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
geschied. |
|
|
|
136C10 |
2 |
1578 |
|
P |
|
|
|
x |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
geschied. |
|
|
|
136C11 |
2 |
1588 |
L |
|
|
|
|
x |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
staatkunde |
|
|
|
136C12 |
2 |
1584 |
|
P |
|
|
|
x |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
2 |
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
136D5,1 |
2 |
1581 |
L |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
136D5,2 |
2 |
1581 |
L |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
136D6 |
2 |
1508 |
L |
|
|
|
|
x |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
theologie |
titel op snede |
|
|
136D7,1-3 |
2 |
1527 |
L |
|
|
|
|
x |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
4 |
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
136D9 |
2 |
1571 |
|
P |
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
geschied. |
|
|
|
136E 1 |
2 |
1520 |
L |
|
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
6 |
|
|
|
|
|
liturgie |
|
|
|
136E3,3 |
2 |
1543 |
L |
|
|
|
|
x |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
136E3,5 |
2 |
1543 |
L |
|
|
|
|
x |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
klassieken |
|
|
|
136E4,1 |
2 |
1562 |
|
P |
|
|
|
x |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
2 |
|
|
|
|
klassieken |
|
|
|
136E4,2 |
2 |
1562 |
|
P |
|
|
|
x |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
2 |
|
|
|
|
klassieken |
|
|
|
136E4,4 |
2 |
1562 |
|
P |
|
|
|
x |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
2 |
|
|
|
|
klassieken |
|
|
|
136E 5 |
2 |
1605 |
|
P |
|
|
|
x |
o |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
klassieken |
|
|
|
137B3 |
2 |
1585 |
|
P |
|
|
|
x |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
2 |
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
137B4 |
2 |
1582 |
|
P |
|
|
|
x |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
137C2 |
2 |
1593 |
|
P |
|
|
|
x |
o |
3 |
|
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
klassieken |
|
|
|
137C4 |
2 |
1536 |
L |
|
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
2spijkers |
|
|
|
|
|
materiaal |
|
|
na |
GATEN IN VOORPLATTEN |
|
GATEN IN ACHTERPLATTEN |
|
|
|
|
|||||||||||||
|
signatuur |
for |
jaar |
L |
P |
H |
K |
|
SL |
1592 |
LB |
MB |
RB |
LO |
MO |
RO |
|
LB |
MB |
RB |
LO |
MO |
RO |
|
vakgebied |
divers |
divers |
|
137C6 |
2 |
1582 |
L |
|
|
|
|
x |
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
theologie |
titel op snede |
|
|
137C7 |
2 |
1540 |
L |
|
H |
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
9 |
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
137C8 |
2 |
1537 |
L |
|
|
|
|
x |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
theologie |
titel op snede |
|
|
137C9 |
2 |
1577 |
L |
|
|
|
|
x |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
theologie |
2spijkers |
|
|
137C10 |
2 |
1567 |
|
P |
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
137C11 |
2 |
1538 |
rest |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
4 |
|
|
|
|
|
theologie |
via roestvlekken |
||
|
137D1 |
2 |
1586 |
L |
|
|
|
|
x |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
137D2 |
2 |
1573 |
|
P |
|
|
|
x |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
|
137D3 |
2 |
1602 |
L |
|
|
|
|
x |
o |
3 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
theologie |
|
|
Van de in totaal 330 banden zijn er 179 kettingbanden. Ik ben er vrijwel zeker van, dat er tussen de (niet) volledig gerestaureerde banden nog 21 kettingbanden zitten. Rugrestauratie is in dit onderzoekje niet van belang, omdat de ‘gaten van Alkmaar’ alleen in de platten zitten. De banden van 134A3/3,4; 134 E5/1,3,4,5,6,7,8; 135B10/1,2,3,4; 136B2/1,2; 136 E3/1,2,4 en 136E4/1,2,4 maken alle deel uit van een serie, die een geheel vormt. Ik kom nu op 200 aangetoonde kettingbanden. Tussen de (niet) volledig gerestaureerde banden zullen zeker meer kettingbanden gezeten hebben, maar dit is niet aantoonbaar. Resumerend:
|
Totaal aantal bandenoverzicht Piet Verkruijsse (PV) |
330 |
Overige |
151 |
|
Kettingbanden in mijn overzicht |
179- |
Gerestaureerd in overzicht PV |
119- |
|
|
|
Ongerestaureerde banden zonder kettinggaten |
21- |
|
|
----- |
Banden buiten de kettingperiode |
11- ----- |
|
Overige |
151 |
|
0 |
Onzekerheid bestaat over 119-21=98 banden. De 21 banden zijn de bovengenoemde banden, die als deel van een serie in het schema van Verkruijsse staan.
Ter controle van de 98 onzekere banden:
|
Aantal banden |
330 |
|
Door mij aangetoonde kettingbanden |
200- |
|
Banden buiten de periode |
11- |
|
Ongerestaureerde banden zonder kettinggaten |
21- |
|
Onzekere banden |
98 |
|
Overzicht van de met zekerheid ongerestaureerde boeken zonder kettinggaten (21 banden) |
|
||||
|
133 A3 |
4 |
1546 |
|
theologie |
|
|
133 D6 |
2 |
1583 |
|
klassiek |
|
|
133 E4,1 |
2 |
1568 |
|
deel van achtdelige Biblia Regia (koningsbijbel. Latijn, Grieks, Hebreeuws, Aramees, Syrisch, grammatica, lexica, commentaren, prenten, kaarten. |
|
|
133 E4,2 |
2 |
1573 |
|
idem |
|
|
133 E4,3 |
2 |
1573 |
|
idem |
|
|
134 B1 |
8 |
1547 |
|
theologie |
|
|
134 B7 |
8 |
1588 |
|
historisch recht |
|
|
134 B10 |
8 |
1588 |
|
idem |
|
|
134 C17 |
4 |
1586 |
|
theologie |
|
|
134 C20,1-2 |
4 |
1575 |
|
theologie, patristiek |
|
|
134 D1 |
4 |
1729 |
nvt |
|
|
|
134 D12 |
4 |
1588 |
|
geschiedenis, o.a. beschrijving Alkmaar |
|
|
134 D17 |
4 |
1625 |
|
bijbelcommentaar Hosea |
|
|
136 C7 |
2 |
1574 |
knoppen |
Erasmus |
|
|
137A1,1 |
2 |
1658 |
|
verzameling plakkaten Staten Generaal, 10 banden, 1658-1797 |
|
|
137A1,2 tot 137 A1,10 |
2 |
1797 |
nvt |
idem |
|
|
137 D6 |
2obl. |
1646 |
|
grote figuer-Bibel |
|
|
137 D6a |
2obl. |
1646 |
|
idem |
|
|
137 D7 |
2 |
1773 |
nvt |
|
|
|
137 E1 |
hs |
1700 |
nvt |
|
|
|
137 E2 |
hs |
1700 |
nvt |
|
|
|
137 E3 |
hs |
1700 |
nvt |
|
|
De nvt’s vallen af. In 1700 en later werd er zeker niet meer geketend. De Biblia Regia, Grote figuer-bibel en geschiedenis van Alkmaar lijken mij door hun bijzondere betekenis en waarde wel in een apart armarium gelegen te kunnen hebben. Het ‘geknopte’ boek van Erasmus, een ‘ligboek’, kan daar ook heel goed gelegen hebben. Deel 1 van de plakkaten zal waarschijnlijk ook wel apart bewaard geweest zijn. Van de acht overblijvende banden kan ik geen argumenten voor of tegen ketening bedenken. Het formaat kan ook geen rol spelen. Folio, kwarto en octavo komen alle regelmatig voor.
Verklaring kopteksten van de zes schema’s
Materiaal
Leer (L), Perkament (P). Hout, altijd eiken (H), Karton (K).
In de Alkmaarse librije heeft een leren band altijd houten platten en een perkamenten band altijd kartonnen platten.
SL
Striksluiting of klampsluiting. Ik wilde wel eens bekijken of alle kettingbanden hierover beschikken of beschikten. Ik kan me voorstellen, dat boeken, die niet over een dergelijke voorziening beschikken in een vrije val aan de ketting als een parachute openklappen en met wapperend papier, uitgeklapte prenten en landkaarten op het leesblad of de grond landen. In slechts 25 gevallen kwam dit voor, waarvan 15 maal bij folianten, 3 maal bij kwarto’s en 7 maal bij octavo’s. Er is geen duidelijk verband met typische lectrijn-banden te ontdekken. (MB achterplat)
Na 1592
In 1594 wordt de librije opnieuw in gebruik genomen. De toen aangeschafte boeken kunnen een veranderd patroon van kettinggaten vertonen. Zie schema hieronder. Ik heb met opzet een marge van een paar jaar aangehouden, omdat het om boeken kan gaan, die ergens al enige tijd als voorraad op de plank lagen.
Gaten
LB linksboven, MB middenboven, RB rechtsboven, LO linksonder enz.
Vakgebied
Is er een opvallende relatie tussen vak en kettinggaten? De grote meerderheid van de banden valt onder het vakgebied theologie en zal dus overwegend het gemiddeld patroon volgen. Opvallende uitschieters bij andere vakgebieden tref ik niet aan.
Divers
De door mij bekeken spijkers/stiften zijn alle van messing. Ik verwacht dat dit bij alle nog aanwezige spijkers/stiften het geval zal zijn. Soms krijg je de indruk dat ze van ijzer zijn, maar door verwering van het materiaal is dat gezichtsbedrog.
Kettingbanden uitgegeven vanaf 1593 (32 stuks)
Voorplat Achterplat
|
|
|
LB |
MO |
|
RB |
RO |
|
133 A6 |
1600 |
3 |
|
|
|
2 |
|
133 B5 |
1600 |
3 |
|
|
|
|
|
134 A7,1 |
1600 |
2 |
|
|
|
|
|
134 A7,2 |
1600 |
2 |
|
|
|
|
|
134 C9 |
1594 |
2 |
|
|
|
|
|
134 C13 |
1602 |
4 |
|
|
|
|
|
134 D6 |
1600 |
2 |
|
|
|
|
|
134 D14 |
1625 |
|
|
|
2 |
|
|
134 D18 |
1648 |
3 |
|
|
|
|
|
134 D21 |
1600 |
3 |
|
|
|
|
|
134 D22 |
1598 |
3 |
|
|
|
|
|
134 D23 |
1597 |
3 |
|
|
|
|
|
134 D25 |
1605 |
2 |
|
|
|
|
|
135 B6 |
1601 |
|
|
|
2 |
|
|
135 E9,1 |
1601 |
|
|
|
2 |
|
|
135 E9,2 |
1601 |
|
|
|
2 |
|
|
135 E9,3 |
1601 |
|
|
|
2 |
|
|
135 E9,4 |
1601 |
|
|
|
2 |
|
|
136 A1,1 |
1600 |
|
|
|
2 |
|
|
136 A2,2 |
1600 |
|
|
|
2 |
|
|
136 A3 |
1593 |
2 |
|
|
|
|
|
136 A9,1-2 |
1598 |
|
|
|
2 |
|
|
136 A10,1-2 |
1605 |
2 |
|
|
|
|
|
136 A12 |
1601 |
|
|
|
2 |
|
|
136 B4 |
1601 |
2 |
|
|
|
|
|
136 B6 |
1600 |
|
|
|
2 |
|
|
136 C2 |
1597 |
|
|
|
2 |
|
|
136 C3 |
1620 |
|
|
|
3 |
|
|
136 C4 |
1593 |
2 |
|
|
|
|
|
136 E5 |
1605 |
|
|
|
2 |
|
|
137 C2 |
1593 |
3 |
2 |
|
|
|
|
137 D3 |
1602 |
3 |
|
|
|
|
Plaatsmogelijkheden volgens de meest logisch lijkende ’kettingordelijke’ benadering.
Uitzonderingen bevestigen ook hier weer de regel. Dus alles is ten koste van ongemak en beschadigingen mogelijk. Bouwfouten komen meer voor. Lering van anderen ook. Er moeten Europees gezien onderlinge contacten geweest zijn. Het rooms-katholieke reiscircuit draaide in de Middeleeuwen en ook daarna gevolgd door wetenschappers en protestanten op volle toeren.
Met behulp van een proefkettingband [ 36 ] heb ik geprobeerd mij voor te stellen, wat vanuit een bepaalde klamppositie een logische plaats was voor de boeken in of op de diverse meubels. Misschien wordt ons hierdoor iets meer duidelijk over de inrichting van de librije van 1594-1819 (stadhuistijd).
|
VOORPLAT [B42] |
Lectrijnroede boven |
Lectrijnroede onder |
Kast/plank-roede boven |
Kast/plank- roede onder |
Banden Alkmaar |
|
LB |
+ |
- |
+ rug voor |
- |
112 x |
|
MB |
+ |
- |
- |
- |
1 x |
|
RB |
+ |
- |
+ snede voor |
- |
0 x |
|
LO |
- |
+ |
- |
+ rug voor |
4x |
|
MO |
- |
+ |
- |
- |
1 x |
|
RO |
- |
+ |
- |
+ snede voor |
0 x |
|
ACHTER- PLAT |
|
|
|
|
|
|
LB |
+ |
- |
+ snede voor |
- |
0 x |
|
MB |
+ |
- |
- |
- |
39 x |
|
RB |
+ |
- |
+ rug voor |
- |
65 x |
|
LO |
- |
+ |
- |
+ snede voor |
0 x |
|
MO |
- |
+ |
- |
- |
3 x |
|
RO |
- |
+ |
- |
+ rug voor |
2x |
|
|
|
|
|
|
|
Opvallend is dat voorplat LB en achterplat RB (spiegelbeeld) het meest voorkomen. De mogelijkheden in beide kolommen zijn ook exact hetzelfde: ketting aan lectrijnroede boven of kast/plankroede boven met de rug voor.
Voorplat MB komt slechts eenmaal voor en heeft eigenlijk geen logische plaats. De enige mogelijkheid zou kunnen zijn, dat hier sprake is van een draagketting in combinatie met achterplat MB. Eindelijk dan toch. Het gaat om signatuur 133A4/1-2. Het is een bijbel in kwartoformaat, leer op hout, met klampsluitingen. Dus wat let ons. Domper op de feestvreugde is, dat er sprake kan zijn van twee verschillende klampen. Of toch vervanging of restauratie?
Achterplat MB komt minder, maar toch vrij regelmatig voor. Enige mogelijkheid: typische plaats voor lectrijnroede boven (Zutphen-model).
Voorplat LO en achterplat RO komen slechts enkele malen voor. Mogelijkheid: lectrijnroede onder of kast/plankroede onder met de rug voor.
Voorplat MO en Achterplat MO komen slechts enkele malen voor. Mogelijk: lectrijnroede onder.
Heel frappant is, dat voorplat RB, achterplat LB en achterplat LO ondanks de mogelijkheden daartoe niet gebruikt zijn. Zou dit wel gebeurd zijn, dan zou dit de enige mogelijkheid geweest zijn de boeken met de snede naar voren in de kast of op de plank te zetten. Wat nu met de drie banden met titel op snede (theologie)? Tweemaal achterplat RB (136D6 en 137C9, beide voor 1538). Deze zijn in een voorgaande locatie waarschijnlijk lectrijnboeken met de roede boven geweest en kunnen niet met de snede naar voren in een kast of op een plank gestaan hebben. In de nieuwe situatie kunnen ze natuurlijk gewoon met de rug naar voren gestaan hebben of als lectrijnband gediend hebben. De derde band met snede naar voren heeft naast achterplat RB ook twee gaten op voorplat LO. De meest aannemelijke optie is, dat dit boek in 1594 aangepast is voor een plaats met kast/plank roede onder met de rug naar voren.
Kijken we nu naar het schema ‘Kettingbanden vanaf 1593’. Zeer opvallend is, dat LB voorplat en RB achterplat bijna de alleenheerschappij opeisen. 133A4 doet niet mee. 133A6 (voorplat LB, achterplat RO) kan in de tijd van lectrijnroede boven verplaatst zijn naar kast/plankroede onder of omgekeerd. 137C2 tenslotte kan van lectrijnroede boven naar kastplankroede boven verplaatst zijn. Het begint er inmiddels aardig op te lijken, dat er in de librije gebruik gemaakt is van eenvoudige lectrijnen zonder boven- of onderplank en ‘stalls’ of kasten.
Mogelijke inrichting van de librije 1594-1819
Eerst heb ik mij afgevraagd hoeveel planklengte je ongeveer nodig hebt om 330 folianten te plaatsen. Als je van folianten uitgaat, komt het altijd goed. Je hoeft dan geen rekening te houden met verschillende hoogten tussen planken en je kunt alle formaten door elkaar bijvoorbeeld op onderwerp plaatsen. Uitgaande van een gemiddelde dikte van 10 cm kom ik dan op 33 meter. We nemen 35 meter om de diktes van tussenschotten en zijkanten in te calculeren. We plaatsen de boeken 3 hoog boven het leesblad van bijv. een stallsysteem. De hoogte wordt dan 75+3x50=2.25 m.
Uit deze berekening volgt, dat we aan een blinde-muurlengte van 10 meter ruim voldoende hebben. Het kan allemaal nog veel voordeliger. Denk aan het met de ruggen tegen elkaar plaatsen van de ‘stalls’, enkele lange lectrijnen etc. De indruk die ik na het bezoek aan de librije in de Laurenskerk heb, is die van een niet al te grote ruimte met veel ramen. Toch is die ruimte ca 50 m2 groot. Ondanks de ramen, die uitermate welkom zijn in een bibliotheek, blijft er voldoende muurruimte over voor bovenstaande ruime berekening.
Ik denk, dat we er bijna niet aan kunnen ontkomen te veronderstellen, dat er enige meubels van het type ‘stall’ in de Librije gestaan hebben. Men moet de inrichting van Enkhuizen gekend hebben [ 19 ]. Men moet toch contacten met de rest van Europa gehad hebben. Kijken we nog eens naar het schema ‘proefkettingband’, dan zien we, dat de overgrote meerderheid van de banden geschikt was om geketend te zijn aan een kast/roede boven en tegelijkertijd ook aan een lectrijnroede boven. De boeken stonden hoofdzakelijk in de ‘stalls’ en werden bij gebruik op lectrijnen van het type Zutphen geplaatst (alleen lectrijnroede boven). Van de 39 banden met MB achterplat, de typische lectrijn-roede-boven-constructie hebben 35 banden de mogelijkheid tot alternatieve ketening. Ik denk, dat er in de Librije alleen een paar kleinere lectrijnen met banken gestaan hebben. Gezien de ruimte hooguit drie of vier.
Tot slot van dit hoofdstuk nog het volgende. Bij ons bezoek aan het stadhuis van Alkmaar kwamen we bij de rondleiding in een van de kamers een grote tweedeurs eiken kast tegen. Mijn eerste reactie was: zou dit niet een armarium uit de librije geweest kunnen zijn. Er staat mij vaag bij, dat er sprake geweest moet zijn van twee soortgelijke kasten. Met een vlugge blik zag ik, dat de leeftijd wel eens zou kunnen kloppen. Het interieur was van later datum, maar dat is op zich niet vreemd. Wat zou het geweldig geweest zijn als twee van deze kasten in de librije gestaan hadden. Ik zag het al voor me. Al snel begon ik me af te vragen: vanwaar dan al die kettingen? In een kast, die op slot kan? Of toch? In Bolton (UK) deden ze het ook. Er zal zeker een ‘mini-armarium’ in de librije gestaan hebben voor zaken, die echt achter slot en grendel moesten blijven. Het zou me niet verbazen als restanten van dit meubel gebruikt zijn voor het leuke kastje, dat bij de ingang van het Regionaal Archief Alkmaar staat.
Conclusie
Omdat hetgeen ik me voor ogen gesteld had om begrijpelijke redenen niet mogelijk was, heb ik geprobeerd her en der wat losse schakels bijeen te ‘scharrelen’ (een veel gebruikt woord in de oud-ijzerhandel), waarvan een volgende generatie dan maar een ketting moet proberen te maken. Elk geslacht wordt intelligenter.
Het basisidee/systeem van meubels en ketening is in heel Europa hetzelfde. Overal vind je kisten, armaria, lectrijnen en boekenstallen. Dit is niet verwonderlijk. De katholieke kerk met haar over Europa uitgesponnen netwerk van kerken, kloosters, een organisatie met grote invloed op vorsten en gezagsdragers, maakte inter-Europese contacten en uitwisselingen mogelijk. Waarom dan van elkaar niet afkijken hoe je op een goede manier bibliotheken inricht? Scholen, universiteiten en protestantse instellingen na de reformatie doen dit ook. Ze behouden het goede en passen door groei genoodzaakt aan.
Tot de invoering van het ‘wall-systeem’ herken je de ontwikkeling. De ketening vond plaats met behulp van lokale vakmensen, smeden. Ik zeg met nadruk vakmensen, mensen met ervaring, die konden nadenken en voorzien hoe hun producten in de praktijk op een logische manier zouden functioneren. Klussers bouwen geen kathedralen. Bij de inrichting van de librije in 1594 moet alles er pico bello uitgezien hebben. Er kan in de loop van de jaren misschien wel enige verslonzing plaats gevonden hebben, maar het beginprincipe moet in stand gebleven zijn. Daarom geloof ik in het schema ‘proefkettingband’. Ik neig dan ook naar een opstelling met ‘stallsysteem’, misschien erg lijkend op dat van Enkhuizen, enkele niet al te grote lectrijnen (type Zutphen, Goldberg) met (losse) banken en een klein afsluitbaar armarium voor het al te dure spul. Mocht iemand mij in de toekomst bekeren tot de theorie van de twee grote armaria, dan zal ik daar heel blij mee zijn.
Het idee, dat ketening ook orde(ning) is, heeft geleid tot prachtige plankcatalogi. Zolang er niet één teruggevonden is, blijft het speculeren of Alkmaar ze ook gehad heeft. Het is goed mogelijk, dat de beheerder de betrekkelijk kleine collectie van 330 banden, als ze goed geordend waren, wel op het hersenschijfje had staan.
Banden na 1592 uitgegeven en terechtgekomen in de librije vertonen op één na het gatenpatroon, dat bij de inrichting van de librije hoort. Sporen van latere aanpassing/verandering zijn niet aangetroffen. Banden voor 1593 uitgegeven en in de librije terechtgekomen, vertonen in groten getale hetzelfde gatenpatroon. Daarnaast de patronen van vroegere locaties. De Librije telt 330 banden, waarvan met zekerheid vaststaat, dat 200 banden kettingbanden zijn. Er zijn 21 ongerestaureerde banden, die geen kettingbanden zijn. 11 banden doen niet mee, omdat ze uitgegeven zijn in een periode, die buiten het kettingtijdperk valt. We tasten dus in het duister over 98 gerestaureerde banden. Ik durf te stellen, dat zeker de helft en waarschijnlijk meer kettingband is geweest.
Nawoord
Tot slot een nawoord gericht aan de staf van het Regionaal Archief. Zou het in het kader van het behoud en een eventuele restauratie in de toekomst niet zinnig zijn fondsen te verwerven voor werkbezoeken naar diverse Europese locaties? Ik denk dan in de eerste plaats aan Hereford, Bolton en Oels. Mochten er gelden over zijn, dan is Florence een mooie afsluiter. Zutphen kan wel in de vrije tijd.
Hereford Cathedral en All Saints Church
Ik vind Hereford (ten zuiden van Birmingham) eigenlijk het mooiste voorbeeld van Noord-Europese kettingbibliotheken. Bij de kathedraal bevindt zich een restauratieafdeling, waar Christopher Clarkson schokbestendige ‘bookshoes’ ontwerpt [ 34 ].
Bolton
Een enigszins naargeestig en vervallen industriestadje in de buurt van Manchester. De 19e eeuw was hier de glorietijd van de textielindustrie. De ‘mills’ in de omgeving zijn de stille getuigen. Bolton school chained library bezit een van de mooiste nog in gebruik zijnde meubels. Een heel bijzondere mix van armarium en ‘stall-systeem’. [ 14 ].
Oels
Schlosskirche van Oels (Mecklenburg). Hier is in de jaren ’90 van de vorige eeuw de verloren gewaande kettingbibliotheek herontdekt en gerestaureerd [ 19 ]. Prachtige gelegenheid om ervaringen uit te wisselen.
Geraadpleegde literatuur
Alkmaarse Librije De. Nota’s januari 2007. Annemieke Arendsen, Mea van Caspel, Elsbeth Littink, Ans Schoorlemmer, Maayke Stobbe, Co van der Zwet, Mark Aussems en Piet Verkruijsse.
Blades, William, Books in chains. Elliot Stock, London 1892.
Buijnsters, P.J., Het verzamelen van boeken. Een handleiding. Hes, Utrecht, 1992
Chinnery, Victor, Oak furniture. The British tradition. A history of early furniture in the British Isles and New England. Baron publishing, Woodbridge, Suffolk, 1979.
Clark, J.W.C., The care of books. An essay on the development of libraries and their fittings, from the earliest times to the end of the eighteenth century. University Press, Cambridge, 1902.
Clark, J.W.C., Libraries in the Medieval and Renaissance periods. Cambridge, 1894.
Cockx-Indestege, Elly en Jan Storm van Leeuwen, Blind bestempeld en rijk verguld.
Boekbanden uit zes eeuwen in het museum Plantin-Moretus. Catalogus bij de tentoonstelling 15 okt. 2005-15 jan. 2006. Antwerpen, Museum Plantin-Moretus/Prentenkabinet, 2005
Cordez, Philippe, ‘Le lieu du texte: les livres enchaînés au moyen âge’. In: Revue Mabillon. Revue internationale d’histoire et de littérature religieuses. Nouvelle serie, 17 (tome 78). Brepols, 2006. p. 75-103.
Derolez, Albert, ‘Hoe lagen de boeken in Nederlandse bibliotheken op het einde der Middeleeuwen?’ In: Codex in context. Studies over codicologie, kartuizergeschiedenis en laatmiddeleeuws geestesleven. Alfa, Nijmegen/Grave, 1985. p. 91 -103.
Diehl, Edith, Bookbinding. Its background and technique. Vol. 1. Hacker art books, New York, 1979.
Germann, Martin, Die reformierte Stiftsbibliothek am Grossmünster Zürich im 16. Jahrhundert und die Anfänge der neuzeitlichen Bibliographie. Harrassowitz Verlag, Wiesbaden, 1994.
Gnirrep, W.K., J.O. Gumbert, J.A. Szirmai, Kneep en binding. Een terminologie voor de beschrijving van de constructies van oude boekbanden. 3e dr. Koninklijke Bibliotheek, Den Haag, 1997.
Goddijn, Peter, Westerse boekbindtechnieken van de Middeleeuwen tot heden: een handleiding voor het maken van boekmodellen. De Buitenkant, Amsterdam, 2001.
Hermans, Jos.M.M. en Gerda C. Huisman, Aan de Ketting. Boek en bibliotheek in Groningen voor 1669. Universiteitsmuseum, Universiteitsbibliotheek Groningen, 1996.
Klein, J.W.E., Geen vrouwen ofte kinderen, maer alleenlijk eerbare luijden: 400 jaar Goudse Librije, 1594- 1994. Eburon, Delft, 1994.
Lexicon des Gesamten Buchwesens. Hrsg. von Corsten, Füssel, Pflug und Künsemüller. Zweite völlig neu bearbeite Auflage. Band IV: Institut für Buch-und Handschriftenrestauriering - Lyser. Anton Hiersemann, Stuttgart, 1995.
Lexicon des Buchwesens. Hrsg. von Joachim Kirchner. Band IV Abbildungen Teil II. Anton Hierseman, Stuttgart, 1956.
Meinsma, K.O., Middeleeuwse bibliotheken, Zutphen, 1903.
Meinsma, K.O., Catalogus van de librije der St. Walburgskerk te Zutphen. Met geschiedkundige inleiding. Gedrukt van wege de Kerkvoogdij der Ned. Hervormde Gemeente. Zutphen, 1903.
Meinsma, K.O., De librije te Zutphen. Ingeleid door B. Looper en A.J. Geurts. De Walburg Pers. [Zutphen] z.j.
Müller, Klaus, Das Kettenbuch. Der eiserne Schutz vor Buch-Diebstahl und andere Buchsicherungs-Systeme. Erste Auflage. Müller, Landau, 1999.
Naumann, Ulrich, Bibliotheksbau und-einrichtung, Teil der Lehrveranstaltung zum Bibliotheksbau am Institut für Bibliotheks- und informationswissenschaft der Humboldt-Universität zu Berlin, o.J.
Needham, Paul, Twelve centuries of bookbindings, 400-600. Piermont Morgan library, New York, 1979.
Schmitz, Wolfgang, Von Kettenbuch zur Collage. Bucheinbände des 15. Jahrhunderts aus den Sammlungen der Universitäts-und Stadtbiliothek Köln. Köln, 2002.
Schneiders, Paul, Nederlandse bibliotheekgeschiedenis. Van librije tot virtuele bibliotheek. NBLC uitgeverij, Den Haag, 1997.
Storm van Leeuwen, J. Inleiding bij de tentoonstelling Koninklijke Bibliotheek, okt. 1983: De meest opmerkelijke boekbanden uit eigen bezit.
Streeter, B.H., The chained library. A survey of four centuries in the evolution of the English library. Oxford, 1931. Reprint: Burt Franklin, New York, 1970.
Szirmai, J.A., The archaeology of medieval bookbinding. Ashgate, Aldershot
Brookfield, USA, Singapore, Sydney, 1999.
Wüstefeld, W.C.M., ‘De boeken van de Grote of Sint Bavokerk. Een bijdrage tot de geschiedenis van het middeleeuwse boek in Haarlem’. In: Hollandse Studiën 24. Uitgeverij Verloren, Hilversum, 1989.
Zijp, R.P., ‘Kanttekeningen bij de geschiedenis van de librije’. In: uitgave van de vereniging Oud Enkhuizen, oktober, 1991, p. 7-17.
Verantwoording illustraties
1 Via Google: Old Chained Bible
Streeter 1931, pag. 4
Müller 1999, pag. 28
2 Cordez, 2006, pag. 82
Streeter 1931, pag . 118
Streeter 1931, pag . 305
3 Meinsma, Catalogus der St. Walburgskerk 1903, pag. 23
Clark 1902, pag. 157
Streeter 1931, pag. 29
Streeter 1931, pag. 19
4 Streeter 1931, pag. 34
Streeter 1931, pag. 15
Szirmai 1999, pag. 269
5 Clark 1902, pag. 162
Clark, 1902, pag. 231
Meinsma 1903, ME bibl., pag. 19
Clark, 1902, pag. 231
6 Germann 1994, titelpagina
Streeter 1931, pag. 28
7 Streeter 1931, pag. 291
Clark 1902, pag. 148
Germann 1994
Clark 1902, pag. 148
Clark 1902, pag. 149
8 Streeter 1931, pag. 11
Meinsma 1903, ME bibl., titelpagina
Germann 1994, pag. 100
Streeter, 1931, pag. 17
9 Streeter 1931, 25
Meinsma, 1903, ME bibl., pag. 21
Diehl 1979, plate 7
Meinsma, 1903, ME bibl., pag. 20
10 Streeter 1931, pag. 41
www.trinhall.cam.ac.uk/library library - old library - old library tour
11 Clark 1902, fig. 70, 71
http://www.ethbib.ethz.ch/exhibit/wegezumwissen/vitrine1.htm
12 Meinsma 1903, ME bibl., pag. 23, 24
Clark 1902, pag. 187, 176, 167
13 Streeter 1931, pag. 284, 283, 65, 177
14 Streeter 1931, pag. 300, 301
Clark 1902, fig. 118
15 Streeter 1931, pag. 51, 340
Lexicon des Gesamten Buchwesens 1995, pag. 204
Streeter 1931, pag. 115
16 Streeter 1931, pag. 59, 303
Via Google: Bookcases and Desks
17 Streeter 1931, pag. 85, titelpagina
Naumann [?], pag. 6
Meinsma 1903, ME bibli., pag. 104
18 Streeter 1931, pag. 307, 143, 205
19 Zijp 1991, pag. 12
20 Zijp 1991, pag 9
Schneiders 1997, pag.47
21 Gnirrep, Gumbert, Szirmai 1997, pag. 96
Szirmai 1999, pag. 268
Clark 1902, pag. 152
Gnirrep, Gumbert, Szirmai 1997, pag. 97
Müller 1999, pag. 32
22 Clark 1902, pag. 232, 197
Streeter 1931, pag. 297
Meinsma 1903, Catalogus der St Walburgskerk, pag. 23
Clark 1902, pag. 183
Streeter 1931, pag. 39
Clark 1902, pag. 163
Streeter 1931, pag. 302
23 Streeter 1931, pag. 95, 22
Clark 1902, pag. 171, 170, 258
24 Streeter 1931, pag.74, 238
Clark 1902, pag. 233
Streeter 1931, pag. 209
Müller 1999, pag. 46
25 Müller 1999, pag. 42, 40
Banden uit de librije Alkmaar
26 Szirmai 1999, pag. 240
Clark 1902, pag. 153
Hermans 1996, pag. 2
27 http://commons.wikimedia.org/wiki/image:Kettenbuch_1.JPG
Clark 1902, pag. 169
Müller 1999, pag. 12, 20
28 http://www.ethbib.ethz.ch/exhibit/wegezumwissen/Kettenbuch.html
Müller 1999, pag. 36
http://www.smu.edu/bridwell/publications/ryriecatalog/3-4 htm
29 Germann 1994, pag. 150
Müller 1999, pag. 18
Hermans 1996, pag 70
Schneiders 1997, pag. 84
30 Germann 1994, pag. 151
Schneiders 1997, pag. 46
Müller 1999, pag. 8, 16
31 Müller 1999, pag. 14
http://www.bmayor.unc.edu.ar/libro_encadenado.htm
32 Needham 1979, pag. 79
Hermans 1996, pag. 58
33 Chinnery 1979, pag. 143
34 http://www.herefordcathedral.org/library_conserv.asp
Klein 1994, pag.47
35 http://web.uni-marburg.de/fpmr/html/fs/kettenbuch/kettenbuch.html
Hermans 1996, pag. 33
36 Proeven met kettingband te Schalkwijk m.m.v. Max van Kooten.
[1] Catenatus is afgeleid van het Latijnse catena (ketting, boei). Het werkwoord catenare bestaat niet. Men gebruikt vincire (binden,boeien). Het in het postklassiek Latijn ontstane woord catenatus is nog steeds geen werkwoordsvorm, maar een ontstaan/bedacht adiectivum. In de literatuur voor 1930 wordt veel “cathenatus” gebruikt. Kennelijk heeft men gedacht, dat het woord uit het Grieks komt. Dit is onjuist.
[2]Er heerst nog wel eens verwarring over de term koper. We hebben het dan over roodkoper en geelkoper. Dit is naar mijn mening onjuist. Koper is rood, dus gewoon koper. Geelkoper is een legering van koper en zink, messing genaamd. De Engelsen hebben dit kennelijk goed begrepen en gebruiken alleen de woorden ‘copper’ (koper) en ‘brass’ (messing).
Master Boekwetenschappen en Handschriftenkunde
Universiteit van Amsterdam
Het gedrukte boek als materieel en cultureel object
Dr. P. J. Verkruijsse
Schalkwijk, januari 2008
Jaap Godthelp
Stud.no. 5779707