Samenvatting van de scriptie van Miriam Vogelaar

Thomas Henrickzoon (1609-1619) en zijn weduwe Fenneke Beniers (1620-1626), drukkers voor het Gymnasium Nassavico Velavicum te Harderwijk

SAMENVATTING

De oprichting van de universiteit in Harderwijk had de vestiging van allerlei mensen als gevolg, onder wie boekdrukkers. De mogelijke samenwerking van de eerste boekdrukkers van Harderwijk met Amsterdam heeft mij in eerste instantie geïnspireerd onderzoek te doen naar de begin-zeventiende-eeuwse Harderwijker boekdrukkers Thomas Henrickzoon en zijn weduwe, Fenneke Beniers. Het doel dat ik me in dit onderzoek heb gesteld, is om van deze twee drukkers een duidelijk en uitgebreid beeld te krijgen op verschillende gebieden en hen in de context van de tijd te plaatsen.

De strijd tussen de remonstranten en contraremonstranten die uitbarstte tijdens het Twaalfjarig Bestand (1609-1621) lijkt in Harderwijk niet veel directe gevolgen gehad te hebben. Uit de stukken die zijn opgesteld tijdens de vergaderingen van de Nationale Synode blijkt in ieder geval wel dat de Synode veel inspraak had bij de aanstelling van drukkers, de te drukken geschriften, als ook de invoer en verkoop van boeken. Vooral in de universiteitssteden zoals Franeker, Leiden en ook Harderwijk werd het naleven van deze regels extra streng gecontroleerd: waar onderwijs gegeven en wetenschap bedreven werd waren ketterse invloeden natuurlijk uit den boze.

De geschiedenis en ontwikkeling van de Harderwijker universiteit heb ik besproken om  in het kader van de fondsbeschouwingen te onderzoeken of Thomas Henrickzoon en zijn weduwe bijvoorbeeld in dienst waren van de universiteit. Het bleek dat zij de boeken bestemd voor de lokale markt vooral drukten voor de universiteit in hun hoedanigheid als academiedrukker. De meesten van de in de beide fondsen vertegenwoordigde auteurs waren als hoogleraar verbonden aan de universiteit.  Boeken met de onderwerpen theologie, politiek en geschiedenis vormen het hoofdbestanddeel van beide fondsen.

Aan Thomas Henrickzoon wordt de titel van academiedrukker een aantal keren in impressa toebedeeld, bij zijn weduwe is dit niet het geval. Het lijkt echter waarschijnlijk dat zij bij het overlijden van haar man toestemming kreeg van de curatoren van de universiteit deze titel te gebruiken.

Ook kon door onderzoek vastgesteld worden dat zowel Thomas Henrickzoon als zijn weduwe zich wilden verzekeren van een goede afzet van de boeken die een landelijke afzet nodig hadden. Om deze reden werd Amsterdam gekozen als belangrijkste afzetmarkt waar Henrick Laurensz . voor beide drukkers de verspreiding verzorgde van een groot deel van hun fonds op enkele kortdurende samenwerkingsverbanden met een vijftal andere (Amsterdamse) drukkers na.

Het meeste drukwerk van beide drukkers oogt erg verzorgd. Ook zijn er geen buitensporige zetfouten gemaakt. Het waren vooral traktaten, polemische geschriften en dissertaties die door beide drukkers gedrukt werden. Interessant is dat de weduwe Henrickzoon in 1626 de Familiarium Colloquiorum opus van Erasmus drukt, een boek waarvan de productie, distributie en receptie vooral in de zestiende en zeventiende eeuw niet zonder slag of stoot ging. De kerken in de katholieke regio’s hadden grote bezwaren tegen de volgens hen ketterse inhoud van het boek. In de protestantse gebieden was het echter geen probleem de Colloquia in het Latijn of Nederlands te (laten) drukken.

Een tweetal case-studies maakten onder andere duidelijk dat het aandeel dat Thomas Henrickzoon en zijn weduwe hebben gehad in de anonieme en gefingeerde drukken die verschenen zijn tussen 1609 en 1626 en aanwezig zijn in de UBA niet erg groot geweest is. Het onderzoek met betrekking tot de boeken uitgegeven bij Henrick Laurensz. zonder drukkersvermelding die aanwezig zijn in de UBA leverde helemaal geen nieuwe toeschrijvingen aan Henrickzoon of zijn weduwe op. Omdat de UBA één van de grootste collecties zeventiende-eeuws drukwerk van Nederland heeft, kan verwacht worden dat er een dergelijk resultaat zal zijn indien men deze onderzoeken in andere bibliotheken gaat uitvoeren.

Over de drukkers zelf is niet erg veel bekend. Thomas Henrickzoon vertrekt in 1609 of 1610 uit Zwolle en gaat naar Harderwijk, waarschijnlijk omdat hij hoopt dat de eerder opgerichte universiteit hem voldoende werk zal leveren. In 1610 krijgt hij voor zes jaar het alleenrecht voor het drukken van boeken. Hij sterft in 1619 of 1620, waarschijnlijk aan de gevolgen van de pest. In 1620 wordt er nog een kind van hem en Fenneke Beniers geboren, genaamd Thomesgen. Zij hebben, afgaande op de informatie in de ondertrouwakte van Fenneke Beniers en haar tweede man, in totaal vier kinderen gekregen. Door het ontbreken van de Harderwijker doopboeken over de jaren 1610 tot 1618 is hier echter niets meer van bekend.

Na de dood van Thomas Henrickzoon zet zijn weduwe Fenneke Beniers de zaak nog een zevental jaren voort, van 1620 tot 1626. Zij hertrouwt in 1626 met Nicolaas van Wieringen; hun huwelijk blijft kinderloos. Vanaf 1627 staat Nicolaas van Wieringen aan het hoofd van de drukkerij en krijgt hij de titel van academiedrukker. Deze titel houdt hij tot aan zijn overlijden in 1650.  Het is niet bekend wanneer Fenneke Beniers sterft.

 

TOT SLOT

Het onderzoek naar de begin-zeventiende-eeuwse Harderwijker boekdrukkers Thomas Henrickzoon en de weduwe Henrickzoon is op verschillende vlakken vernieuwend geweest. Voor dit onderzoek heb ik weldoordacht voor, in dit geval twee, Harderwijker boekdrukkers gekozen omdat hierdoor de eventuele samenwerking met drukkers en uitgevers uit voornamelijk Amsterdam eens van de andere kant onderzocht kon worden. Dit bleek zoals ik in dit onderzoek gedemonstreerd heb een vruchtbaar uitgangspunt. Zowel Thomas Henrickzoon als zijn weduwe drukten de boeken die een afzetgebied groter dan Harderwijk en omstreken nodig hadden voor rekening van een aantal Amsterdamse collega’s en dan in het bijzonder voor de uitgever Henrick Laurensz. De boeken bestemd voor de lokale markt drukten zij vooral voor de universiteit van Harderwijk in hun hoedanigheid als academiedrukker. Aan Thomas Henrickzoon wordt deze functie een aantal keren in impressa toebedeeld, bij zijn weduwe is dit niet het geval. Het lijkt echter waarschijnlijk dat zij bij het overlijden van haar man toestemming kreeg van de curatoren van de universiteit deze titel te gebruiken.

Niettemin blijven er in mijn onderzoek naar deze twee Harderwijker drukkers nog enige dingen onduidelijk en zelfs speculatief. Zo is, onder andere door incomplete doopboeken enerzijds en lacunes in het register van nieuw aangenomen burgers van Zwolle anderzijds, niet bekend wanneer en waar Thomas Henrickzoon geboren is. Evenmin is bekend of hij ooit in Zwolle getrouwd is. De precieze vestigingsdatum en sterfdatum van Thomas Henrickzoon in Harderwijk heb ik, wederom door incomplete en/of niet aanwezige archiefstukken, ook niet kunnen achterhalen. Thomas Henrickzoon is in Harderwijk getrouwd geweest met Fenneke Beniers. Dit blijkt alleen uit een akte van ondertrouw uit 1626 van haar en haar tweede man, de boekdrukker Nicolaes van Wieringen. Ook wordt duidelijk dat Thomas Henrickzoon en Fenneke Beniers waarschijnlijk vier kinderen hebben gekregen maar door ontbreken van de Harderwijker doopboeken van vóór 1618 heb ik slechts van één van hun kinderen een doopvermelding gevonden waaruit kan worden afgeleid dat de overige kinderen waarschijnlijk tussen 1610 en 1618 geboren zijn.

Het door mij verrichte systematisch bibliografische onderzoek heeft relatief  veel nieuwe drukken opgeleverd van Thomas Henrickzoon en zijn weduwe. Het nut van Paul Dijstelberges Ursicula; database van typografisch materiaal uit de zeventiende eeuw, waardoor onder andere een anonieme druk uit 1625 aan de weduwe Henrickzoon toegeschreven kon worden, is hierbij ook gebleken. Ook kwam deze database van pas bij mijn case study om drukken aan Thomas Henrickzoon of zijn weduwe toe te kunnen schrijven wat betreft de uitgaven van Henrick Laurensz aanwezig in de UBA waarbij geen drukker vermeld wordt. Dat onderzoek heeft echter geen ‘nieuwe’ toegeschreven drukken opgeleverd.

Dergelijk systematisch bibliografisch onderzoek is echter nooit af totdat de collecties oude drukken in alle bibliotheken, archieven en dergelijke instituten door middel van een nationale of internationale database ontsloten zijn. Belangrijke vorderingen op dit gebied worden gemaakt, onder andere door de STCN, die uitgaat van de Koninklijke Bibliotheek.[1]

Ik pretendeer in mijn onderzoek dan ook geenszins alle door Thomas Henrickzoon en zijn weduwe gedrukte boeken en de verschillende exemplaren gevonden te hebben. De fondslijsten van beide drukkers geven slechts een mooie indruk van hun overgeleverde drukken en samen met de voor de biografie en de contexthoofdstukken gebruikte archiefstukken en secundaire literatuur hoop ik in dit onderzoek toch een goed beeld te hebben geschetst van de begin-zeventiende-eeuwse Harderwijker drukkers Thomas Henrickzoon (1609-1619) en zijn weduwe, Fenneke Beniers (1620-1626).


[1] Op de openingspagina van de website van de STCN staat:  ‘’Het bestand staat als wetenschappelijk zoekinstrument aan iedereen ter beschikking. Uiteindelijk zal de STCN beschrijvingen bevatten van alle boeken die tot 1800 in Nederland zijn verschenen, en van alle boeken die buiten Nederland in de Nederlandse taal zijn gepubliceerd. De STCN wordt gemaakt op basis van de collecties van bibliotheken in en buiten Nederland, en zal in 2009 voltooid zijn’’.

 

Miriam Vogelaar [bibliophylax@gmail.com]