GIJ, WEENEN BIJ MIJN GRAF?

(1809.)

Gij, weenen bij mijn graf? Vriendin,
Herhaal die woorden voor mijn ooren!
Doch zoo ze u aandoen, houd hen in!
Ik mag uws boezems rust niet storen.

Mijn hart bezwijkt, mijn hoop is heen,
En ít bloed kruipt ijskoud door mijn aderen;
En als ik sterve, gij alleen
Zult met een zucht mijn rustplaats naderen.

Mij dunkt, een flikkering van troost
Schijnt door mijn neevlen heen te breken;
Het leed mijns harten wordt verpoosd,
Wanneer ik op uw deernis reken.

Gezegend vocht, door u geschreid
Om wie sinds jaren niet meer weende!
Die dauw heeft dubble dierbaarheid
Voor hem, wien ít leed sinds lang versteende.

O teedre vrouw! mijn hart was teer
En zacht als ít uwe, in vroeger dagen;
Nu treft de schoonheidzelf ít niet meer;
ít Gevoelt alleen zijn jammíren knagen.

Gij weenen bij mijn graf? Vriendin,
Herhaal die woorden voor mijn ooren!
Doch zoo ze u aandoen, houd ben in!
Ik mag uws boezems rust niet storen.


Ingezonden op: 19 July 2001