NIEMAND ONDER DUIZEND SCHOONEN.

Niemand onder duizend schoon en
Heeft een toovermacht als gij;
Wat voor t water t spel der tonen,
Is uw zilvren stem voor mij;
Waar zij vol en zuiver ruischen,
Wacht de vloed zich op te bruisen,
t Golfje durft zich niet verroeren,
t Windje laat zijn vleuglen snoeren.

Stort de maan bij zomerweder
Op de zee haar zilver licht,
t Heft haar boezem op en neder,
Als de borst van t slapend wicht.
Ook het hart van uw aanbidderen
Kent dat zoet inwendig sidderen,
Kent de ontroering, die den stillen
Zomeroceaan doet trillen.


Ingezonden op: 19 July 2001