AAN CHILLON.

O Vrijheid! Eeuwge zucht van t bandenloos gemoed!
Het heerlijkst schittert ge in den nacht der kerkerkrochten;
Want daar bewoont gij t hart, dat ge eeuwig blaken doet,
En dat geen banden kent, dan die t aan u verknochten.
Jat als een zware boei uw zonen darm omsluit,
Als ze in den vochten nacht des kerkers zijn begraven,
Dan stijgt des landzaats roem door t martlaarschap dier braven,
En roept de Faam hun deugd in elke windstreek uit.
Chillon! uw kerkerhol is heilig; een altaar
Der vrijheid is uw vloerplaveisel; t is betreden
(Totdat, alsof t een perk van weeke zoden waar,
De koude zarken t merk ontvingen van zijn schreden,)
Door Bonnivard! o, dat geen andre ze ooit vervang!
Luid roepen zij tot God om wraak voor zieledwang.


Ingezonden op: 19 July 2001