O HEERLIJK, HEERLIJK ZIJ HET OORD.

(1808.)

O Heerlijk, heerlijk zij het oord!
Waarvoor uw ziel dit stofgewemel
Verliet; geen liever steeg ten hemel,
Waar zij het lied der zaalgen hoort.

Op aarde ontbrak u slechts te wezen
Wat gij nu eeuwig wezen moogt.
Geen smart zij in ons oog te lezen,
Daar gij uw God in de armen vloogt.

Zacht vall’ de zode u; en zij moet
Ons oog door vroolijk groen verrukken;
Geen sombre schaduw mag er drukken
Op iets, dat u gedenken doet.

Laat frissche bloemen daar getuigen
Van uw gewisse zaligheid;
Maar laat geen wilg het hoofd er buigen.
Waartoe om uw geluk geschreid?


Ingezonden op: 19 July 2001