T WORDT NACHT IN MIJ.

t Wordt nacht in mij. O, breng terstond
De harp, die t nog vermag te hooren,
En zweve uw zachte vinger rond,
En streele uw lied mijn luistrende ooren.
Is daar een hoop, die niet vervloog,
U w lokstem zal haar op doen komen,
En brandt mij nog een traan in t oog,
Gij zult dien zalvend uit doen stroomen.

Doch klinke uw toon eerst bang en zwaar;
Bespaar uw honigzoete noten;
Want ik moet weenen, harpenaar!
De smart is in mijn hart besloten;
Ik heb haar lang en trouw gevoed,
In nachten, door geen slaap bevangen;
Het uur is daar dat t barsten moet,
Of zacht zich oopnen voor uw zangen.


Ingezonden op: 19 July 2001