WAS MIJN HART ZOO ONTROUW ALS UW ARGWAAN VERMOEDT.

Was mijn hart zoo ontrouw als uw argwaan vermoedt,
k Had dan nog in Juda een plaats voor mijn voet;
Daar me een handkus aan de afgon voor eeuwig bevrijdt
Van den vloek, dien gij mij als een misdaad verwijt.

Gaat het boozen nooit wel, dan is God u nabij!
Heeft de dienstknecht slechts zonde, onbezoedeld zijt gij!
Heeft de hemel verworpen wien de aarde verstoot,
Leef in dit uw geloof, k wacht in t mijne den dood!

k Heb er meer voor verloochend dan ge immer vergoedt.
Dat weet Hij, die tot heden uw hoogmoed nog voedt.
In zijn hand is mijn hart en mijn hoop; in uw macht
Is ons leven en land, Hem ten offer gebracht.


Ingezonden op: 19 July 2001