AAN W. W. W.

THEOL. STUD.

Is Christus Niets, of Iets, of ’t Al?
Ziedaar de vraag die, duizendwerven
Herhaald, in leven en in sterven
Van ons geluk beslissen zal.
God gaf een antwoord in uw hart,
Dat Hij beproeft in menig smart.

Hem te verkonden was uw keus;
Zijn kruis der wereld voor te houden;
Het: „Komt tot Hem en wordt behouden!”
Te stellen tot des zondaars leus;
Te staan, te strijden voor zijn Kerk,…
Hij roept u tot een ander werk.

Een ander werk?… Ach werkloosheid!
Een rusten met bezweken krachten;
Een nederliggen en verwachten
Wat beker u zijn hand bereidt;
Een vragen, bij uw daaglijksch brood:
„Heer! Zal het leven zijn of dood?”

„ „En of het dood of leven zij,
„ „Rust. arbeid, stille zijn, of strijden,
„ „Een langer, of een korter lijden
„ „Ben ik U alles?” ” antwoordt bij
Wat klinkt het wederantwoord blijd:
„Gij weet, dat Gij mij alles zijt!

„Wien heb ik nevens U omhoog?
„Wat is mij nevens U begeerlijk?
„Gijzelf alleen zijt onontbeerlijk;
„Al ’t andre ontzinke aan hart en oog.
„Mijns levens doel is anders geen
„Dan U te leven, U alleen.

„Zoo somtijds vleesch en hart bezwijkt,
„Zoo, bij ’t verdwijnen van mijn krachten,
„Bij ’t zondig warren der gedachten,
„Uw troost van uit mijn ziele wijkt,
„Doe Gij mij vriendlijk, mild, en zacht
„Het licht weer opgaan in dien nacht!

„Ik weet, mijn laatste nacht verdwijnt;
„Mijn dageraad bestijgt de kimmen;
„Des hemels poort vangt aan te glimmen
„Van ’t eeuwig Licht, dat haar beschijnt,
„En eeuwig schijnen zal om ’t hoofd,
„Dat in den donker heeft geloofd.”


Ingezonden op: 19 July 2001