EEN VIERTAL PSALMEN.

IV.

EEN PSALM VAN DEN GOEDEN HERDER.

(Psalm. XXIII (Harpzang XXII). Joh. X,).

Mijn goede Herder is de Heer;
Hij, stelt zijn leven voor de schapen.
Hij doet des nachts mij veilig slapen,
En s morgens wekt Zijn stem mij weer.
Mij zal geen goede weide ontbreken ;
Mij spijzigt Hij met overvloed,
En zachtkens leidt Hij mijnen voet,
In vreedzaam oord, aan frissche beken
Die Hij uit rotsen vloeien doet.

Hoe wordt door Hem mijn hart verkwikt!
Hij is de sterkte mijner ziele,
Als ik onmachtig nederkniele,
En Hij genadig nederblikt.
Niet mij, niet mij, maar Hem zij eere,
Indien ik wandel in Zijn licht;
Zijn goedheid heeft mijn voet gericht.
Mijn goede Herder is de Heere;
Hij ondersteunt mij waar ik zwicht.

Geen duistre schaduw van den dood,
Geen angst der helle doet mij beven;
Waakt niet die Herder voor mijn leven,
Die als Lam Gods zijn bloed vergoot.
.Al ligge ik dan in doodsche banden,
De doodsschrik snijdt mijn hoop niet af,
Ik hef mijn oogoen naar den staf,
Die nimmer wankelt in Zijn handen,
En juich in Hem bij t open graf.

Wees, Herder Jezus, luid geloofd!
Uw hand is nimmer moe des gevens;
Gij spijst mij met het brood des levens;
Uw vreugdenolie zalft mijn hoofd.
Gij doet mijn hart Uw goedheid smaken,
In alle ding dat mij ontmoet;
Mij volgt, mij achterhaalt het goed,
Gij weet mij arme rijk te maken;
Het bittre maakt uw liefde zoet.

Hoe zal t mij zijn, als ik betreed
Het huis, waar Gij mij plaats bereidde,
Waar eens Uw hand mij binnenleide,
Ten dage die Uw wijsheid weet!
Och, dat mijn ziele stil verbeide
Het heil, uw vrienden toegezeid,
Voor s werelds grondslag was geleid,
Als elk der schapen Uwer weide
U prijst in t licht der eeuwigheid.


Ingezonden op: 19 July 2001