IN EEN BIJBEL

Geen Toonbrood op gewijden disch,
Slechts spijze voor Aarons loten;
Geen Mannaschat,
In gulden vat
Voor t oog versloten
Bij de Arke der Getuigenis;
Maar mannaregen, daaglijks frisch,
Om eigen tente neergevloten,
Ziedaar wat voor Gods gunstgenooten,
Het levend Woord des Heeren is.
Zijn welbeminde wordt gezegend,
Ook als hij slaapt:
Welzalig, die Gods Manna raapt,
Daar t nederregent.


Ingezonden op: 19 July 2001