KEETJES VERJAARDAG.

Hoog waait de vlag, op t vroolijk feest
Van t aangebeden kind,
Geen schepsel wordt er meer bemind
Dan Keetje Van Foreest;
Men viert op t Huis geen blijder dag;
Hoog waait de vlag!

De vreugde is als haar liefde groot
In Moeders teeder hart;
Het kindjen, afgewacht met smart,
Ontwies aan allen nood,
En dartelt in de blijdste jeugd;
Groot is haar vreugd!

De broers en zusters, even teer,
Omhelzen t vroolijk wicht,
Lief Nichtje dekt haar rond gezicht
Met kusjes, keer op keer;
En de oude Bram van blijdschap beeft
Dat hij t beleeft!

Het halve dorp is even blij
En viert het jarig kind;
Men komt het toon en hoe men t mint,
Uit hoeve en pastorij!
En elk neemt deel in t blij gedruisch
Van t Groote Huis,

Daar staat de feestdisch aangericht,
Omringd van blij gewoel;
In t midden, op versierden stoel,
Aanschouwt men t vriendlijk wicht
Daar heerschen vreugde, scherts en lach:
Wat blijder dag!

Maar t donkergroene vat besluit
Des Rijnzooms schat en roem;
Van boven is het enkel bloem,
Van binnen geur en kruid;
En t biedt, door de open hevelkraan
Den feestdronk aan.

Zij leve! klinkt de luide kreet:
Zij leve lang en blij!
Haar Moeders Trooste blijve zij
In alle smart en leed!
Zij leve vroolijk jaar bij jaar!
God zegen haar!

Hoog waait de vlag, op t vroolijk feest
Van t aangebeden kind;
Geen schepsel wordt er meer bemind
Van Keetje Van Foreest;
Men viert op t Huis geen blijder dag.
Hoog waait de vlag!


Ingezonden op: 19 July 2001