RECITEEREN.

Laat schoone verzen glad van effen lippen vloeien,
Maar gil, noch galm, noch kwaak, noch bulder woest en luid
Weerhoud uw arm en hand van haamren, zwaaien. roeien;
De molenwiekerij drukt geen verrukking uit.
Des dichters hartstocht stijge als opgezette baren,
Hij zij een storm, een stroom, die alles met zich voert.
Gij, blijf uw kalmte, uw kracht, uw meesterschap bewaren,
En daar ge een ander schokt, schijn zelf niet eens ontroerd.


Ingezonden op: 19 July 2001