DE SPEELNOOT.

(NAAR THOMAS HAYNES DAYLY).

De feesten zijn gevierd, de gasten afgetrokken;
Ach! de eenge zuster van de Bruid zit nu neer en schreit;
De witte rozenkrans ontviel haar bruine lokken;
Haar hart gevoelt zijn eenzaamheid.

Met lachje en zoet gekoos hielp zij haar tooi volmaken,
En leidde haar ter feest met toegenegen trots;
En schoon bij d afscheidskus de dierste banden braken,
Zij rukte met een lach zich los.

Zij wil geen blijden dag verbittren met haar weenen,
Haar lieve zuster niet in droefheid weg doen gaan;
Daar rolt. het rijtuig aan, en voert de dierbre henen,
Maar kan zij nu haar smart weerstaan?

Zij roept den tijd terug, aan t zusterhart gesleten,
Dat vriendlijk hart, met haar in vreugde en droefheid n.
De witte rozenkrans ligt aan haar voet versmeten,
De speelnoot bleef bedrukt alleen.


Ingezonden op: 19 July 2001