ELK VOGELTJE ZINGT ZOO ALS T GEBEKT IS.

De kraai dacht altijd dat hij kraste;
Maar, op het jonllst potenmaal,.
Toevallig vliegend door de zaal,
Hoort hij dit spreekwoord, dat hem paste;
Dies vloog hij naar den nachtegaal,
Om hem het lidmaatschap te vragen
Van t groot concert van bosch en hagen.
De zanger sprak: Mijn lieve hart,
Gij zijt een deftig heer in t zwart,
En zeer beroemd door t disputeeren;
Maar schaatren, orglen, kwinkeleeren,
En galmen over bosch en veld,
Met een geluid dat trilt en zwelt,
Dat schuilt zoowaar niet in die veeren!
Zwijg, riep de kraai, verwaande gek!
Dat kweelen, orglen, schaatren, schallen,
Kunt gij niet slechts, wij kunnen t allen,
En IK ook; want ik heb een bek.


Ingezonden op: 19 July 2001