AAN DE ZEE.

Te Shanklin op het Eiland Wight.
Aug. 1851.

Ik heb van nacht uw stem gehoord,
Weerklinkende in dit lieflijk oord,
Waar mij mijn voeten s avonds brachten;
Hoe statig klonk die grootsche stem,
En zong met majesteit en klem,
In t heilig uur, de macht van Hem,
Die op u ziet in stille nachten.

k Heb, slaaploos op mijn legerstee,
Naar u verlangd, geduchte Zee!
Ik zag u voor het oog der ziele.
Thans, bij des hemels vroegsten blos,
Aanschouw ik, van de es hooge rots,
U, grootste dezer schepping Gods!
Diens Gods, voor wien ik needrig kniele.

Hoe prachtig blinkt, in t morgenlicht.
Voor mijn bewondrend aangezicht,
Dat veld van donkerblauwe baren;
Niet grauwen grijs als zij, die t strand
Bespoelen van mijn Vaderland;
En toch, met deze hand aan hand,
Een zelfde Zee, waar de oogen staren.

Een zelfde Zee, die Englands vlag
Naar s werelds einden voeren mag,
En Neerlands dundoek op ziet wuiven;
Een zelfde, die, in t bloeiend Zuid,
De geuren riekt van t geurigst kruid,
En, hoog in t Noord, met schor geluld,
De schotsen op elkaar doet schuiven.

In Oost en West en Zuid en Noord,
Brengt al t gebergte stroomen voort;
Zij glinstren, murmlen, ruischen, klateren.
Verbreeden, vallen, scheuren t land,
Gaan snel en bruisende af naar t strand.
Een zelfde Zee, aan elken kant,
Verzwelgt hen in haar zoute wateren.

Aldus, nog riekende van wijn
En geur ge klaver, gij, mijn Rijn!
Aldus de Teems, trotsch op haar krone;
De Taag, doorvonkt van gouden gloed;
De Niger, zwart van menschenbloed;
En blonde Gangs heilge vloed;
En de onverwinlijke Amazone.

Een zelfde Zee vereent en scheidt
De volkren, langs haar zoom verspreid;
Verplaatst, verdeelt des aardrijks gaven;
Ontvangt, vervoert, verzwelgt, vergeet
De hooggetuigde Armade, en weet
Het schelpdier in zijn steenrotsspleet
Bijtijds te spijzen en te laven,

Een zelfde Zee, die hier met lust
t Groen voorgebergte omarmt en kust,
Daar bruisend brandt om klip en banken,
Hier monsters kweekt, daar wondren bergt,
Nu schatten brengt, dan offers vergt,
Hier helden tot een noodkreet tergt,
En ginds genezing brengt aan kranken.

Een zelfde Zee . En is dat waar,
Zoo kan zij ook, van baar tot baar,
Voor mij een boodschap overzenden!
Ik bid u, Golven! dat gij t doet:
Brngt aan de lieve Vrouw mijn groet,
Die gij bij t Hollandsch duin ontmoet
En t oog naar t Zuiden heen ziet wenden

Doet ook het Kind een weinig goed,
Het knaapje met verlamden voet,
Dat zij komt baden in uw vloed,
En laat haar bange zorgen enden.

 


Ingezonden op: 19 July 2001