GEEN ENGEL.

Gij zijt geen engel, maar een mensch,
Mensch vol bekoorlijkheden;
Een engel heb ik nooit aanschouwd,
Een mensch. als daar ik u voor houd,
Maar zeldzaam op zien treden.

Gij zijt geen engel, maar een mensch,
Waar menschen roem op dragen;
Een mensch aantreklijk. geestig, goed,
Met helder hoofd en rijk gemoed,
En t oog omhoog geslagen.

Gij zijt geen engel, maar een mensch,
Al hebt ge een englenharte;
Al hebt ge eens engels hulp en troost
Beschikbaar, waar een menschlijk kroost.
Den doren voelt der smarte.

Gij zijt geen engel, maar een mensch:
O neem geen englenwieken!
Maar wend uw voet vaak naar mijn deur,
En laat mijn huis den nardusgeur
Van uwe liefde rieken.


Ingezonden op: 19 July 2001