AAN DR. KAREL GUTZLAFF.

ZENDELING IN CHINA, BIJ ZIJN BEZOEK AAN NEDERLAND.

Door zevendubblen muur en hemelhooge bergen
En wetten eeuwenoud beveiligd en bepaald,
Meent China voor altijd al ís Werelds macht te tergen,
Maar weert het zonlicht niet, dat van Gods Hemel straalt.
Haast doet een hooger zon de Bloeiende Aarde bloeien,
En ít Rijk des Middens prijkt met oogsten dicht en vol;
Haast zal het eeuwig ijs in beken nedervloeien,
En drijven dí ouden Draak druipstaartende uit zijn hol.
Haast dreunt de grijze muur, bij ít klinken der bazuinen
Van ít vorstlijk priestervolk, dat vrede brengt door ít kruis,
En stort bij ít blij gejuich tot onherstelbre puinenÖ
Neen, levert bouwstof uit voor Gods gezegend Huis!
Verspieder, op bevel van Jezus doorgebroken!
Wat tijding brengt gij uit dit Jericho ons weer,
Van Rachabs-harten, reeds voor ít heilgeloof ontloken,
Van lippen, tot den lof zich oopnend van den Heer?
Ja, China.s tijd genaakt; langs alle waatrend ruischend,
Wordt de adem van Gods Geest vernomen, en het geldt
Zijn zestigduizendmaal zesduizend,
Wier eerstlingen door u aanschouwd zijn en geteld!
o Gutzlaff, keer tot hen; breng hun eens broeders groeten,
Van dí oever der Noordzee, aan de uiterste oosterkust;
Betuig hun hoe zijn geest hen eenmaal hoopt te ontmoeten.
Tot duizenden vermeerd, in ít Hemelsch Rijk der rust.

14 Mei 1850.


Ingezonden op: 19 July 2001