AAN JONKVROUW S. V. S.

Het wordt weer groen in Haarlems Hout,
De blijde vogels zingen,
De bloempjes komen duizendvoud
Door mos en graskleed dringen.

De nachtegaal is weergekeerd,
Om oor en Hart te kluistren;
Hij heeft den toon nog niet verleerd,
.Noch wij t bewondrend luistren.

Maar ik, ik sta voor goed gereed
Dit oord vaarwel te heeten;
Dat is: te doen wat gij eens deedt,
En velen heeft gespeten.

Naar d IJsel volgdet ge op haar pad
Uw moeder trouwen teeder,
En ik sla straks ter Bisschopsstad
Mijn tent geboorzaam neder.

Toch laat mijn Hart de hoop niet los
U soms hier weer te vinden;
Wij hebben op den zoom van t bosch
Een huis vol goede vrinden.

Maar de allertrouwste en beste vrind,
Die u en mij geleid heeft,
Maakt dat ik eens u zeker vind,
In t huis, dat hij bereid heeft.

Hoe lieflijk zal die woning zijn,
Hoe schoon en wel gelegen!
Rondom, een eeuw ge zonneschijn,
Van binnen, louter zegen.

Daar zal t verwonderd oog altoos
Meer goeds en schoons ontdekken,
Daar ruischt het loflied eindeloos;
En niemand mag vertrekken.

Mei.


Ingezonden op: 19 July 2001