AAN MIJNE KINDEREN.

Kindren! leert u vroeg gewennen
Te aller tiid,
Gods alwetendheid te erkennen,
Waar ge ook zijt.
Hen, die overal beseffen:
„God is hier!”
Zal geen pijl des Satans treffen,
Hoe hij zwier.

Opent-gij des morgens de oogen
Voor het licht,
Denkt: „Op mij staart uit den hoogen
Gods gezicht.”
Op uw rustbed neergelegent
In den nacht,
Zij dit denkbeeld u ten zegen;
„God geeft acht.”

Waar zich ooit uw voeten keeren,
God gaat mee,
Over bergen, heiden, meren,
Zand en zee.
Niemand kan die hand ontvlieden
Of dien blik.
Baar die troost van brave lieden
U geen schrik!

Ach, het is een vreeslijk vreezen,
Waar men vreest en heeft,
Van dien God gezien te wezen,
Door wiens zorg men leeft.
Ach, het is een hooploos hopen,
Waar men hoopt en haakt
Aan die trouwe hand te ontloopen,
Die gelukkig maakt.


Ingezonden op: 19 July 2001