NACHTEGAAL.

Zijt mij gegroet,
Met blij gemoed,
Maar niet met luide zangen!
Mijn opgewekte zangdrift zwijgt
Bescheiden stil, waar de uwe stijgt,
Waaraan mijn gansche ziel blijft hangen.

Ik ken er veel,
Wier schelle keel
In uwen roem wil deelen;
Maar eensklaps zwijgt gij tot hun straf,
En wacht den stillen avond af,
Om t Eenig lied in eenzaamheid te kweelen.


Ingezonden op: 19 July 2001