AAN EEN ONDERWIJZER,

OP ZIJN JUBELFEEST.

(VOOR DE SCHOOLKINDEREN).

De Schooljeugd groet,
Met blij gemoed,
Den Meester op dit feestlijk heden;
Wat kwam er in die vijftig jaar,
Een groote, bonte kinderschaar
Zijn schooldeur ingetreden!

Ik onderwees
Uw ouders reeds!
Denkt hij met liefde, en ziet ons naderen,
Van menig onzer heugt hem, dat
Zijn grootvaar op de banken zat
In t eerste boek te bladeren

Een zeldzaam lot
Schonk hem zijn God,
Waarvoor ons hart Hem luid wil prijzen;
Die, bij t aanvaarden van zijn werk,
Den Jonkman moedig maakte en sterk,
Die zegende ook den Grijzen.

Diens zegen zij
Hem nog nabij!
Zoo wil met hem ons harte smeeken:
Hem moog geen rust, geen lust, geen kracht,
En, bij het dalen van den nacht,
Geen hemelsch licht ontbreken.


Ingezonden op: 19 July 2001