REINEN VAN HARTE.

NAAR EENE SCHILDERIJ VAN ARIJ SCHEFFER.

Vroolijke Onschuld, die niet weet,
Welk een eerplaats zij bekleedt;
t Licht begroetend van den dag,
Met haar blijdsten kinderlach
Met de tintling van twee oogen,
In wier blauw
Wij de oprechtheid lezen mogen
En een vlekkelooze trouw.

Kuische Schoonheid, die haar oog
Vredig opslaat naar omhoog;
t Effen voorhoofd, rein en schoon,
Onversierbaar door een kroon;
Schoonheid, met haar kracht en waarde
Niet bekend;
Lelie, zwevende over de aarde,
d Open kelk naar God gewend.

Golijke Eenvoud, t hart vervuld
Van haar liefde en rijk geduld;
Liefst de laatste; liefst geleund
Op een schouder, die haar steunt;
 Door geen vreezen of vermoeden
Ooit ontrust;
Prooi der boozen, vreugd der goeden,
Maar van beiden onbewust,

Scheur uw heemlen, Hemelheer!
Zend beschermen de englen neer!
Blinke een straal van hooger licht
Deze uw schepslen in t gezicht!
Gun dat zich de reine blikken
Dezer Trits
In de aanschouwing Gods verkwikken,
Die het deel der REINEN is!


Ingezonden op: 19 July 2001