AAN EEN REIZIGER NAAR OVERZEE.

TOT AFSCHEID.

pistoz en cacoiz anhr
creisswn galhnhz nautiloisin eisoran

EURIPIDES

„Een trouwen vriend in ’t oog te staren,
Doet ons den boezem meerder goed
Dan de aanblik der gestilde baren,
Als weer en wind heeft uitgewoed.”
Maar zoo ons oog den blik ontmoet
Van Hem, wiens wenk de zee bedaren,
Den storm zich nederleggen doet —
Laat bruisen ’s levens hooge vloed!
Wij weten in wiens schuts wij varen:
Zijne is een liefde, die behoedt,


Ingezonden op: 19 July 2001