VERPOOZING.

t Bezig leven sleept mij voort
Met zijn last en lusten;
Laat mij, in dit lieflijk oord,
Van mijn zorgen rusten!

Vriendschap opent mij dees deur,
Tusschen loof en bloesem;
Rozen van den zoetsten geur
Draagt zij aan haar boezem.

Onder t half verborgen dak,
Lachen vreugde en vrede.
Zoo mij hier een doren stak,
k Bracht dien zelf dan mede.

Voedsel zal hier aan t gemoed
Noch den geest ontbreken,
Waar men van t waarachtig Goed,
t Echte Schoon kan spreken.

t Woord des Heeren vind ik hier
Tot mijn troost en stichting;
k Breng er zelf een deel of vier
Waarheid en verdichting.

Mooglijk wordt een enkle maal
Eigen dichtgeest wakker,
Als ik langs het mastbosch dwaal
Of den boekweitakker.

Mooglijk maar geen plannen, neen!
Thuis moog t werk mijn lust zijn:
Rusten kom ik hier alleen;
En de rust moet rust zijn.


Ingezonden op: 19 July 2001