WEENT NIET OVER MIJ.

Jezus wordt weggeleid:
Heilige Onnoozelheid!
Is daar geen deugd of eer
Bij Jood noch Heiden meer?
Is daar geen moed of kracht
Dan bij de helsche macht?
Druischt niet een enkle stem
In tegen ’t: „Weg met hem?”
Barst niet een menschlijk hart
Los in een luide smart,
Uit in een rauw en gil?
Zwijgt ook de hemel stil?
Valt, op dees onweersdag,
Nergens een donderslag?
Gaat door de onreine lucht
Zelfs niet een bange zucht,
Die voor den Heiige spreekt,
    En de onschuld wreekt?

Jezus wordt weggeleid:
Heilige Lijdzaamheid!
Gij droegt de doornenkroon:
    Zij stond U schoon.
Gij torst het kruishout nu:
Die last verheerlijkt U.
Gij kunt niet schooner zijn
Dan in uw hoogste pijn,
Doende den diepen grond
Van uwe liefde kond:
Maar wie heeft oog of hart
Voor deze schoone smart?
’t Woedend gepeupel niet,
Dat zijn profeet verstiet,
Dat zijn onschuldig bloed
Over zich komen doet,
Noch ook de krijgerstoet,
Die ’t plengen moet…
Stil! In der Vrouwen drom.
Gaat een gemompel om; .
Stil! Uit der Vrouwen rei,
Meldt zich een luid geschrei,
Dat Jezus eer bewijst…
    Hoor, hoe het rijst!

Jezus wordt weggeleid:
Heilge Barmhartigheid!
Minst over eigen smart
    Bloedt Hem het hart.
Als Hij de Sioniet’
Over Hem weenen ziet,
Vall’ Hem zijn kruis ook zwaar,
    Hij weent om haar,
Want, over kruis en dood.
Ziet Hij haar bangen nood,
Hoort Hij haar jammerklacht,
Radeloos voortgebracht:
„Heil der versmade maagd,
„Die geenen man behaagt!
„Zalig de dorre schoot,
Nimmer van kinde groot!
„Bergen verplet me vrij!
„Heuvlen stort over mij…”
    En die ten kruisberg gaat
Spreekt met een zacht gelaat:
„Klagende Sioniet!
„Ween over Jezus niet;
„Maar zoo gij ween en moet,
„Ween over eigen bloed;
„Stort om Jeruzalem
    „Tranen— met Hem!”

 


Ingezonden op: 19 July 2001