BENÖNI.

Gij wist niet wie ’t was, die zoo kort, maar zoo zacht.
U aan ’t hart van haar liefde mocht prangen,
Die op eenmaal verdween, in dien treurigen nacht…
Maar gij scheent haar terug te verlangen.

Rondom uwe wieg werd door velen geschreid;
Doch de reden kondt Gij niet doorgronden;
Slechts hebt gij een dubble zorgvuldigheid
Bij al deze droefheid gevonden.

Gij wist niet waarom, maar gij kondt maar niet recht.
U gewennen aan ’t aardsche gewemel…
Tot dat gij heel zachtjes werdt nedergelegd
Op uw Moeders schoot, in den hemel.


Ingezonden op: 19 July 2001