DICHTLUIM.

De dichtluim is wel gansch en gaar
Een Luim, t zij goede of kwade;
Zij komt en gaat heel wonderbaar;
Eer ik t vermoede of rade.

t Kan wezen dat ik jaar en dag
Geen toontjen op voel stijgen,
En wat ik ook beproeven mag,
Genoodzaakt ben te zwijgen.

t Kan zijn dat k eensklaps, s morgens vroeg,
Een liedjen op voel komen,
Alsof ik t, zonderling genoeg,
Bedacht had in mijn droomen.

Daar gaat, daar staat het op t papier!
Daar volgt alreede een tweede!
Waar zijn uw Albums? Breng ze hier,
En ik verhoor uw bede.


Ingezonden op: 19 July 2001