EENVOUD.

De Hemel heeft op menig hoofd
Een lieflijken krans laten vallen;
Hij bloeit en blinkt er onverdoofd,
En trekt het oog van allen.

Maar die hem draagt weet nergens van,
En ziet zoo eenvoudig in t ronde;
Dat maakt haar zoo schoon als zij wezen kan,
En bewaart haar voor dwaasheid en zonde.


Ingezonden op: 19 July 2001