KWIKSTAART.

Trippel vroolijk op uw dorre beenen,
Lentebodetje in den lichten rouw,
Daar gij niet-met-al van schijnt te meenen,
Trippel vro9lijk om den landman henen,
En vertroost ons van de late kou!
Hadt gij reeds de mist op t veld geroken?
Reeds t gebriesch gehoord van t boerenpaard,.
Eer de ploegstaal-t in den ploeg gestoken
En de taaie klei werd opgebroken,
Die eeret u, dan ons het voedsel baartP
WeJkom! Nooit zijt gij te vroeg gekomen,
Kleine, fijne, trouwe menschenvrind!
Schoon ge uw eigen voordeel zoekt en vindt,
Zoek het, vind het; gij hebt niets te schromen-
Met u is de hoop in t veld vernomen;
Die het goede boodschapt, wordt bemind.


Ingezonden op: 19 July 2001