AAN NEDERLAND.

U heb ik steeds bemind,
Bemind, mijn Vaderland!
k Heb vroeg u hart en hand verpand,
Als uw erkentlijk kind.

Ik was in rijper jeugd
U altijd meer verknocht;
k Heb in uw roem mijn eer gezocht,
In uw geluk, mijn vreugd.

k Heb steeds dit woord geslaakt,
Ik heb mijn kroost geleerd:
Dat die zijn Vaderland niet eert,
Zich zelf te schande maakt.

Ik heb van s werelds end,
Van t lieflijkst zuideroord,
Een lokstem: Kom tot ons! gehoord;
Maar de ooren afgewend.

Zoude ik mijn kracht, mijn vlijt,
Mijn lied, mijn luit (mijn lust)
Gaan brengen aan een vreemde kust?
Neen, zij zijn U gewijd.

Ja U; U levenslang;
Zoo lang ik adem schep,
Een droppel bloeds in de aadren heb,
En in mijn luit een klank.


Ingezonden op: 19 July 2001