NAAR RÜCKERT.

I.

Stijgt gij naar omhoog,
Steeds wordt voor uw oog
’t Uitzicht algemeener;

Van het groot Geheel
Ziet ge een grooter deel,
Maar al ’t Bijzondre kleener.

II.

Wee, die zijn „Ik ga sterven” spreekt—
En niemand liefde heeft gedragen;
Den beker, die in scherven breekt,
En niemands dorst verslagen!


Ingezonden op: 19 July 2001