AVONDREGEN.

(NAAR GEROK.)

Ei wat tikt daar aan de ruit?
t Venster opgeschoven!
Ruischt er englenwiekgeluid
Over veld en hoven? .
Neen, uit donk re wolken, vliet
Afgebeden zegen.
Zie, hoe zacht hij t loof begiet!
Wees verwelkomd met een lied,
Lieflijke avondregen!

Drukkend hing, den ganschen dag,
t Zwerk met looden zwaarte;
Zwanger van den donderslag,
Dreigde t wolkgevaarte.
Menig onzer zag den nacht
Met bezorgdheid tegen;
Maar geen onweer dat hij bracht;
Slechts uw laafnis. koel en. zacht,
Smeltende avondregen!

Zorgzaam wischt uw helder nat
t Stof van blad en twijgen;
Alles blinkt weer, gaaf en glad;
Dankbre walmen stijgen.
Hoor! de nachtegaal vangt aan,
Zingt langs veld en wegen!
Heerlijk klinkt zijn krachtig slaan
Door uw klettren op de blan,
Ruischende avondregen!

Ware ook ik, te dezer stond,
Struik, of bloem der weiden,
O Hoe dronk ik mij gezond,
Na zoo lang verbeiden!
O Hoe strekte ik ieder blad,
Ieder blaadje u tegen,
En verzwolg uw paarlend nat,
Drop voor droppel, spat voor spat,
Kostlijke avondregen!

Hoe verkwiklijk en hoe frisch
Is nu t ademhalen!
Alles voelt uw lafenis,
Milde regenstralen!
Wat verkwijnde komt weer bij,
Heeft zijn kracht herkregen;
Alle geuren maakt gij vrij;
Alle boezems opent gij,
Toovrende avondregen!

Wat, wat komt er even zoet,
Even mild gevloten?
Tranen, in een stroef gemoed
Veel te lang besloten;
Maar ten laatste voelde t hart
Zich te diep bewegen,
En een vloed van tranen werd
Troost en heulsap voor de smart,
Als een avondregen!

Wat is u nog meer gelijk
Onder s Hemels gaven?
t Godswoord, dat genadiglijk
t Dorstig hart komt laven;
Dat de dorre zandwoestijn
Als een roos doet. bloeien,
Barre rotsen groen doet zijn,
En voor elke zielepijn
Balsem uit laa t vloeien.

Ritsel voort dan, doe nog steeds
Grooter weldaan leken,
Schoon ook enkle sterren reeds
Door het wolkfloers breken;
En wanneer wij, wel te moe,
Zijn ter rust gezegen,
Tokkel van de vensterroe
Ons een wiegedeuntje toe,.
Vriendlijke avondregen!


Ingezonden op: 19 July 2001