BEDE VOOR DE BURGERWEEZEN TE HAARLEM.

IN JULI 1861.

(Tijdens de Nijverheidsfeesten.)
Ons tweede vaders klagen.
VONDEL.

t Is Juli. Haarlems lusthof bloeit.
Zijn feestklok luidt; zijn kunstzaal boeit.
t Oog hangt aan wondren rij op rij ,
Och! gaat ons Weeshuis niet voorbu!
Gedenkt den armen! Brengt uw God
De rente van uw feestgenot!

Geen grooter feest voor t edel hart
Dan t liefdruk lenigen van smart.
Geen grooter smart dan die gij vindt
In t hart van t ouderlooze kind
Waar deze vrees in wakker wordt:
Mijn tweede vader schiet te kort!

Zijn tweede vader heft het oog
To aller Vader naar omhoog;
Zijn tweede vader wanhoopt niet.
Als hij de trouwe liefde ziet,
Wier hand ook nu, naar allen schijn,
Het middel in Diens hand zal zijn.


Ingezonden op: 19 July 2001