DOORGRAVING VAN HOLLAND OP ZIJN SMALST.

Haast trekk’ de spade een rechte lijn,
„In schaduw van der eiken kruinen,
Daar Holland op zijn smalst mag zijn
En krimpt voor ’t stuiven van de duinen.”

’t Is lang genoeg dat „Wijkermeer
En Noordzee met oneven kelen
Elkaar beroepen” keer op keer ,
Om Holland veld en vrucht te ontstelen.

Thans leer de Kunst den weg aan ’t IJ
Om West, als Oost, in Zee te stroomen,
Dat de Amsterdamsche Koopvaardij
Met volle zeilen in mag komen.

Al blijft dan Pampus keel verzand,
IJmuiden zal die schade wreken,
En bergen in zijn havenrand
De schatten van vier hemelstreken.

En hamerklop op hamerklop
Sticht aan den Amstel nieuwe wonderen,
En heft zijn glorie weer in top
Met „steen omhoog” op „hout van onderen.”

Zijn bijenkorf zal, als weleer,
Van dichte en drukke zwermen krielen,
En de oude vlijt en welvaart weer
’t Bataafsch Venetië bezielen.

Dat kan een Gouden spade doen,
Dat wetenschap en kunst bewerken; .
Men kroon haar ’t hoofd met eeuwig groen,
En bidde God haar hand te sterken.


Ingezonden op: 19 July 2001