GRATIOSA.

Ja enkel pozij zijt gij.
Ja enkel schoonheid, leven, jeugd;
De liefde klapwiekt u op zij,
En aan uw voetstap kleeft de vreugd;
Elk der Bevalligheden
Komt met u opgetreden!

Daar schittert in uw oog een vonk,
En op uw voorhoofd glanst een gloor,
Als in de onsterflijke oogen blonk
Der maagden van het hemelsch koor
Die in de zangen leven,
Op Chios aangeheven.

Maar t lachje, dat de rust verkondt,
Den vrede van een rein gemoed,
Zweeft om uw rozerooden mond
Ontsluit hem! Laat uit d overvloed
Van t hart die lippen spreken,
Haar taal als honig leken!


Ingezonden op: 19 July 2001