HANNAS LIED.

1 SAM. II.

O kind, van God gegeven!
Wat zult gij zijn voor God?
Hem loven door uw leven,
Hem dienen in uw lot?
Hem eeren met de tonen,
De psalmen van uw ziel,
En met een staag gekniel
In zijne tente wonen?

Uw moeder heeft verslonden
Veel smaad en boezempijn;
Haar zuchten moesten zonden
In t oog der heilgen zijn;
Haar hart werd opgereten
Door dagelijkschen hoon
Van God geschonken zoon!
Gij doet het al vergeten.

De Heer doet honger lijden;
De Heer geeft overvloed;
De Heer beschaamt verblijden,
En geeft bedroefden moed;
Hij doet ter helle dalen;
Zijn woord ontsluit het graf,
En doet wie d adem gaf
Weer vroolijk adem halen

Zijn vriendlijk aangezichte
Verhief hij over mij;
Zijn arm vol sterkte richtte
Mij op en blijft mij bij;
Hij heeft mij u gegeven:
Ik geef aan hem u weer
Loof, loof mijn ziel den Heer,
Die sterven doet en leven!


Ingezonden op: 19 July 2001