IEMAND AAN EENE.

Mijn lieve beste,
Zij zeggen dat gij gansch voor mij geknipt zijt;
ík ízie ít zelf, zoo vaak ik de oogen op u veste.

Gij hebt twee oogen,
Die altijd vroolijk zien en vol gevoel zijn;
Die hebben op mijn hart een groot vermogen.

En tusschen dezen
Een neusje, nooit voor iemand opgetrokken,
Maar dat zijn volkje wel weet uit te lezen.

Gij hebt twee ooren,
Steeds opener voor ít goede dan voor ít kwade,
En met een zwak om mijn geluid te hooren.

Gij hebt twee lippen,
Die ík overgaarne kus, en langs wier boorden
Ik nimmer iets wanluidends hoorde glippen.

Gij hebt twee handen,
Die allerhandigst zijn en nimmer ledig.
Steeds vaster strenglen zij de liefdebanden.

Gij hebt een boezem,
Die lieve kindren voedt en sust en koestert
En wangen geeft als frissche rozen-bloesem.

Daarbij een harte,
Zoo trouw, zoo goed voor mij in al zijn slagen,
Dat ik (des noods) den haat der wereld tartte.


Ingezonden op: 19 July 2001