AAN DE MOGENDHEDEN.

NA HET VREDEBESLUIT TE LONDEN. VOORJAAR 1867.

Nu doet gij wijs, dat gij den vrede wilt,
Veel kostbaar bloed uit ziedende eerzucht spilt.
Het zwaard ter scheê doet keeren, en uw schild .
Van smet gaat zuiveren,
Nu eert ge u zelven best, daar gij gehengt
Dat zich de olijf in uw laurieren mengt,
En volk bij volk u zulk een hulde brengt
Als niet doet huiveren.

Nu zegent u de moeder en de bruid;
De vreugd herleeft; de zangsnaar geeft geluid;
’t Geschokt vertrouwen strekt de hand weer uit; —
Met hoop van maaien,
Strooit weer de zaaier ’t zaad in de open voor;
Haast wordt het groen op zijn gezegend spoor,
En alle lieve bloemen breken door,
Die d’ oogst verfraaien.

ALDUS wordt Duitschland één en eensgezind,
En Frankrijk niet gevreesd meer, maar bemind .
Dit zet de tronen vast, dit lokt, dit wint
Het hart der volken.
Hier ziet God zelf in gunst op neder… Och,
Verlengt ons dezen schoonen vrede toch!
Brengt over onzen blauwen hemel nog
In lang geen wolken.


Ingezonden op: 19 July 2001