GEEN PARTIJMAN.

Partijman wezen, wil ik niet.
k Wil aan geheel mijn volk behooren,
Mijn ernstig woord, mijn vroolijk lied
Moet zijn voor aller hart en ooren..
Partijman wezen wil ik niet.

Zij hebben dikwijls mij verzocht;
Vooruitgeschoven met een buiging,
Zij hadden gaarne mij gekocht
Voor flikkerij en eerbetuiging;
Maar hebben t nooit zoo ver gebrocht.

Ze zeggen, dat zij t zelv niet zijn
En voor geen schatten wezen willen;
Maar leugens haat ik, grof en fijn,
En zie niet wat ze er van verschillen;
Liefst mijd ik t wezen en den schijn.

Zij hebben t somtijds mij gemaakt,
Ondanks mijn dapperst tegenstreven,
Mijn wagen aan hun trein gehaakt,
Ook mijn naam in hun vaan geschreven;
Maar weinig vruchts daarvan gesmaakt.

Want spoedig kwam ik met protest,
En zal er altijd weer mee komen.
Partijzucht haat ik als de pest;
Zij fopt de wijzen, doekt de vromen,
En haalt den duivel in op t lest.


Ingezonden op: 19 July 2001