DE VERMINKTEN.

(Slot Werningerode.)

Zij waren beiden frisch en sterk
En in den bloei van ’t leven
Maar onvermogend tot het werk,
Weleer door hen gedreven.

Zij waren, op een oud kasteel
Een soort van „extra booien”,
Vertoonden ’t ons van deel tot deel,
En leefden er van fooien;

Gelukkig, dat zoo groot een vorst
Zich hunner aan wou trekken
En dat de penning op hun bor;t
Hun hartzeer mocht bedekken!

De een miste een arm, en de ander had
Het lood nog in de beenen;
De fraaie vruchten waren dat
Van d’ oorlog met de Denen.


Ingezonden op: 19 July 2001