BIJ DE UITGAVE VAN MIJNE „VERSTROOIDE GEDICHTEN.”

1862.

Verscheiden tonen hoort men hier,
Naar mijn ver”cheiden jaren.
Ik had altoos een zelfde lier,
Maar dikwijls andre snaren.

En ook de zangstof wisselde af,
Bij ’s levens wiss’lend woelen.
De bonte weg van wieg tot graf
Heeft veel voor die veel voelen.

’t Verstrooide bracht mijn hand bijeen,
En schikte ’t naast elkanderen;
’t Was altijd beter, naar ’t mij scheen,
Dat zij het deed dan anderen.

Zoo iemand, die den bundel ziet,
Het hoofd schudt en gaat zeggen:
„’t Verstrooide is juist het beste niet!”
Ik zal het niet weerleggen.

’k Heb hier en daar gekapt, geschrapt,
Geschaafd, geschuurd, geschoren;
Het slechtste is wel wat opgeknapt,
Maar ’t werd niet weergeboren.

Is ’t met papieren kroost ook niet
Gelijk met andre kinderen?
Men kan betreuren wat men ziet,
Maar niet altijd verhinderen.

Gaat thans te zaam de wereld in,
Mijn oudste en jongste telgen!
En moge uw broederlijk gezin
Geen vriend of vreemde belgen.


Ingezonden op: 19 July 2001