- Joh. 21: 15 en vervolg.
Jn:21:15: Toen zij dan het middagmaal gehouden hadden, zeide Jezus tot Simon
Petrus: Simon, zoon van Jonas, hebt gij Mij liever dan dezen? Hij zeide tot
Hem: Ja, Heere! Gij weet, dat ik U liefheb. Hij zeide tot hem: Weid Mijn
lammeren.
Jn:21:16: Hij zeide wederom tot hem ten tweeden maal: Simon, zoon van Jonas,
hebt gij Mij lief? Hij zeide tot Hem: Ja, Heere, gij weet, dat ik U liefheb.
Hij zeide tot hem: Hoed Mijn schapen.
Jn:21:17: Hij zeide tot hem ten derden maal: Simon, zoon van Jonas, hebt gij
Mij lief? Petrus werd bedroefd, omdat Hij ten derden maal tot hem zeide:
Hebt gij Mij lief, en zeide tot Hem: Heere! Gij weet alle dingen, Gij weet,
dat ik U liefheb. Jezus zeide tot hem: Weid Mijn schapen.
Jn:21:18: Voorwaar, voorwaar, zeg Ik u: Toen gij jonger waart, gorddet gij
uzelven, en wandeldet, alwaar gij wildet; maar wanneer gij zult oud geworden
zijn, zo zult gij uw handen uitstrekken, en een ander zal u gorden, en
brengen, waar gij niet wilt.
Jn:21:19: En dit zeide Hij, betekenende, met hoedanigen dood hij God
verheerlijken zou. En dit gesproken hebbende, zeide Hij tot hem: Volg Mij.
Jn:21:20: En Petrus, zich omkerende, zag den discipel
volgen, welken Jezus liefhad, die ook in het avondmaal op Zijn borst
gevallen was, en gezegd had: Heere! wie is het, die U verraden zal?
Jn:21:21: Als Petrus dezen zag, zeide hij tot Jezus: Heere, maar wat zal
deze?
Jn:21:22: Jezus zeide tot hem: Indien Ik wil, dat hij blijve, totdat Ik kome,
wat gaat het u aan? Volg gij Mij.
Jn:21:23: Dit woord dan ging uit onder de broederen, dat deze discipel niet
zou sterven. En Jezus had tot hem niet gezegd, dat hij niet sterven zou,
maar: Indien Ik wil, dat hij blijve, totdat Ik kome, wat gaat het u aan?
Jn:21:24: Deze is de discipel, die van deze dingen getuigt, en deze dingen
geschreven heeft; en wij weten, dat zijn getuigenis waarachtig is.
Jn:21:25: En er zijn nog vele andere dingen, die Jezus gedaan heeft, welke,
zo zij elk bijzonder geschreven wierden, ik acht, dat ook de wereld zelve de
geschrevene boeken niet zou bevatten. Amen. (SVV)
- Johannes:1:48: (1:49) Nathanael zeide tot Hem:
Van waar kent Gij mij? Jezus antwoordde en zeide tot hem: Eer u Filippus
riep, daar gij onder den vijgeboom waart, zag Ik u.
(SVV)
- Johannes:20:27: Daarna zeide Hij tot Thomas:
Breng uw vinger hier, en zie Mijn handen, en breng uw hand, en steek ze in
Mijn zijde; en zijt niet ongelovig, maar gelovig.
(SVV)
- Handelingen 12:1,2
Hand:12:1: En omtrent denzelfden tijd sloeg de koning Herodes de handen aan
sommigen van de Gemeente, om die kwalijk te handelen.
Hand:12:2: En hij doodde Jakobus, den broeder van Johannes, met het zwaard.
(SVV)
- Johannes 1: 41,42
Jn:1:41: (1:42) Deze vond eerst zijn broeder Simon, en zeide tot hem: Wij
hebben gevonden den Messias, hetwelk is, overgezet zijnde, de Christus.
Jn:1:42: (1:43) En hij leidde hem tot Jezus. En Jezus, hem aanziende, zeide:
Gij zijt Simon, de zoon van Jonas; gij zult genaamd worden Cefas, hetwelk
overgezet wordt Petrus. (SVV)
- Mattheus:9:9: En Jezus, van daar voortgaande,
zag een mens in het tolhuis zitten, genaamd Mattheus; en zeide tot hem: Volg
Mij. En hij opstaande, volgde Hem. (SVV)
- Simon Zelótes d.i. de IJveraar.
- Johannes 1:46.47
Jn:1:46: (1:47) En Nathanael zeide tot hem: Kan uit Nazareth iets goeds
zijn? Filippus zeide van hem: Kom en zie.
Jn:1:47: (1:48) Jezus zag Nathanael tot Zich komen, en zeide van hem: Zie,
waarlijk een Israeliet, in welken geen bedrog is.
(SVV)
- Johannes:14:8: Filippus zeide tot Hem: Heere,
toon ons den Vader, en het is ons genoeg. (SVV)
- Johannes:14:22: Judas, niet de Iskariot,
zeide tot Hem: Heere, wat is het, dat Gij Uzelven aan ons zult openbaren, en
niet aan de wereld? (SVV)
- Handelingen:1:25: Om te ontvangen het lot
dezer bediening en des apostelschaps, waarvan Judas afgeweken is, dat hij
heenging in zijn eigen plaats. (SVV)
- Johannes:7:5: Want ook Zijn broeders geloofden
niet in Hem. (SVV)
- Johannes:20:22: En als Hij dit gezegd had,
blies Hij op hen, en zeide tot hen: Ontvangt den Heiligen Geest. (SVV)
- Handelingen:2:41: Die dan zijn woord gaarne
aannamen, werden gedoopt; en er werden op dien dag tot hen toegedaan omtrent
drie duizend zielen. (SVV)
- „De maagd. die wenscht een krans te winden,
Waar meę ze borst en lokken tooit,
Weet In uw groen geen bloem te vinden,
Geen bloesem die zijn knopje ontplooit.”
Wilgen.
- „De priester, die ’t gewelf ziet zakken
Des tempels, waar bij de offers biedt,
Zoekt staf en steun, maar uit uw takken
Bouwt hij de hechte pilaars niet.
Alleen de dichter, die zijn zangen
Niet voor de wereld zingen wil,
Komt aan uw twijgen ’t speeltuig hangen;” enz.
Wilgen.
- Zie het gedicht Benöni.
Zijn doopnaam Theodorus betekent Godsgaaf.
- Job 26:7. Hij breidt het noorden uit over het
woeste; Hij hangt de aarde aan een niet. (SVV)
- L’homme n’est qu’un roseau, le plus faible de la
nature, mais c’est un roseau pensant. PASCAL.
- Rom. XV : 10 — 12.
Rom:15:10: En wederom zegt Hij: Weest vrolijk, gij heidenen met Zijn volk!
Rom:15:11: En wederom: Looft den Heere, al gij heidenen, en prijst Hem, al
gij volken!
Rom:15:12: En wederom zegt Jesaja: Er zal zijn de wortel van Jessai, en Die
opstaat, om over de heidenen te gebieden; op Hem zullen de heidenen hopen. (SVV)
- Voornaamst zendingveld der Utrechtsche
Zendingvereeniging.
- Een der eerste zendelingen op Nieuw-Guinea, kort te
voren overleden.
- Spreuken 31:12. Gimel. Zij doet hem goed en
geen kwaad, al de dagen haars levens. (SVV)
-
Ingezonden op: 19 July 2001