BIJ DEN DOOD EENS UITNEMENDEN.

Waar is, o Dood! uw prikkel?
Uw overwinning, gulzig Graf?
Gods Engel greep den sikkel,
En maait wat rijp is af.

Het zaad was uitgesproten,
Ontwikkeld, wie zal zeggen hoe?
De halm was opgeschoten,
De zwellende aar daartoe.

Bij vroege, en spaden regen,
Bij heeten zomerzonnebrand,
Had zij haar eisch gekregen,
Op t welbereide land.

De vrucht wordt rijp bevonden,
En naar t verhonderdvoudigd zaad
De sikkel uitgezonden
De sikkel doet geen kwaad.

Nu is het uur geslagen,
Van doogst der englen t plechtig uur;
De garve wordt gedragen,
Gedragen in de schuur.

De schoof ter rechter tijde
Gevoerd ter plaatse, die haar wacht,
Maakt niet bedroefd; maar blijde
Ziet men haar ingebracht.


Ingezonden op: 19 July 2001