ERG.

„Erg mooi”, „erg lief”, „erg goed”, „erg zacht”, „erg rijk”.
Klinkt mij erg naar, erg slecht, erg erg en ergerlijk.

Anders.

„Erg lief,” „erg mooi”, „erg zacht” — ’t Gaat nu, gelijk gij hoort,
Van goed, gelijk weleer van kwaad, tot erger voort;
’t Kan erger niet, is nu wel ’t ware woord.


Ingezonden op: 19 July 2001