BIJ HET GRAF EENS EVANGELIEDIENAARS.

Hoe zacht rust in des aardrijks schoot
Het overschot der vromen,
Tot dat het eeuwig morgenrood
Ter kimmen uit zal komen,
Totdat, bij t jongst bazuingeschal,
Des Heilands stem weerklinken zal,
En t graf ten eeuwgen leven
Zijn dooden wedergeven!

Hoe heerlijk zullen, met een glans
Daar stenen bij verzinken,
De trouwe leeraars aan den trans
Des nieuwen hemels blinken!
Hoe zullen, die, door hen geleid,
Zich wendden tot de zaligheid,
Met hen aan t stof ontrezen,
Hun kroon en blijdschap wezen!

Inmiddels bloeien stil en zacht
De bloemen op hun graven,
Die liefde en eerbied samenbracht
En dankbre tranen laven.
De naklank van hun stem en woord,
Hun beeld leeft in de zielen voort,
Zij spreken menigwerven
Nog krachtigst na hun sterven.


Ingezonden op: 19 July 2001